De kippen van boer Kanninga zijn van slag

Vogelgriep

Sinds woensdag geldt een ophokplicht voor pluimvee. Voor biologische en vrijeuitloopkippen is dat wel even wennen.

Beeld iStock, Bewerking NRC

De kippen van Rolf Kanninga zijn van slag. Deze donderdag kregen ze zoals gewoonlijk om half tien te eten. Een half uur later stonden ze, vaste prik, klaar om naar buiten te gaan. Elke dag hetzelfde, je kunt er de klok op gelijk zetten. Kanninga: „Kippen zijn nou eenmaal gewoontedieren.”

Maar deze keer gingen de luiken van het biologisch-dynamisch bedrijf in het Drentse Gasselternijveen niet open. Kanninga’s negenduizend leghennen mogen niet naar buiten. En daar moeten ze even aan wennen.

Sinds woensdagavond geldt in heel Nederland een ophokplicht voor pluimvee. Die maatregel kondigde staatssecretaris Van Dam (Landbouw, PvdA) aan omdat vogelgriep is geconstateerd bij wilde watervogels in Monnickendam. Het gaat om een voor pluimvee dodelijke variant. Eerder werd ook vogelgriep aangetroffen bij wilde vogels elders in Europa. Op dit moment komen veel trek vogels vanuit Siberië naar Nederland om hier te overwinteren.

Om te voorkomen dat pluimveebedrijven besmet raken, is nu besloten dat alle kippen die normaal naar buiten mogen, preventief binnen moeten blijven. Dit om mogelijk contact met wilde vogels en hun poep, die ook geïnfecteerd kan zijn, tegen te gaan.

Voor de meeste kippen heeft de ophokplicht trouwens geen effect: zij blijven altijd binnen. Alleen biologische en vrijeuitloopkippen kunnen de stal uit. Bij vleeskippen is dat aandeel verwaarloosbaar, bij leghennen is het ruim 20 procent. In totaal gaat het om zo’n 6,5 miljoen kippen die nu niet naar buiten mogen.

Zeker zo’n eerste dag binnen is spannend, zegt Kanninga. Je moet je voorstellen dat steeds meer hennen in de rij aansluiten om naar buiten te kunnen. En kippen gaan nou eenmaal graag bij elkaar staan. Vooraan kunnen ze dan in de verdrukking raken. „Zie het als een concert”, zegt hij. Als je niet uitkijkt, dan stikt er eentje. Kanninga maakt daarom nu extra rondes door de stal, zodat hij waar nodig zijn kippen uiteen kan drijven.

Verder doet hij zijn best om zijn hennen, die gewend zijn te scharrelen, binnen een beetje te entertainen. Hij strooit maïs door zijn stal, hij heeft strobalen waar ze op klimmen en in kunnen rommelen, hij geeft ze samengeperste blokjes planten, waar ze flink hun best op moeten doen. Liever dat ze daarin pikken, dan in elkaar (dat ligt op de loer bij verveelde kippen).

Hoelang de opgehokte kippen binnen moeten blijven, is nu niet te zeggen. Kanninga hoopt dat het niet te lang duurt. En zijn kippen? „Uiteindelijk hebben ze wel door dat die deur waarschijnlijk niet meer opengaat.”

Na een dag of vier, vijf zal de ergste schrik voorbij zijn, denkt hij.