Opinie

Trump geeft kiezer rol in neo-western

In de film Hell or high water nemen burgers het heft in eigen hand. Amerika deed dat dinsdag ook en stemde op een wreker, schrijft .

In de Hell or High Water komt geen politicus voor. Washington is ver weg in West-Texas, het even majestueuze als schrale decor van deze fraaie neo-western annex roadmovie. De film drijft op een zeer Amerikaanse cocktail van woede, wraak en geweld, voortkomend uit de wil om het systeem te verslaan – to beat the system. Het systeem, dat is in Hell or High Water niet de regering of het militair-industriële complex maar banken die je uitkleden en de lange arm van de wet die voorkomt dat je als individu orde op zaken stelt.

Donald Trump noemde de Amerikaanse verkiezingen bij voorbaat frauduleus – vanzelfsprekend in de veronderstelling dat hij zou gaan verliezen. In het West-Texas van de film, een vergeten en straatarme uithoek van de Verenigde Staten, weten de inwoners dat niet alleen verkiezingen maar het hele leven ‘één doorgestoken kaart’ is. De truc is dat leven naar je hand te zetten, bijvoorbeeld door banken te beroven en uit de klauwen te blijven van de sheriff. Banken knijpen je uit, de politie staat jouw verwezenlijking van de Amerikaanse droom in de weg. Het draait erom deze vertegenwoordigers van het systeem te slim af te zijn. Linksom of rechtsom, goedschiks of kwaadschiks – op een dode meer of minder wordt in Hell or High Water niet gekeken.

De film, die nog in de Nederlandse bioscopen draait, was in Amerika afgelopen zomer een kaskraker én kreeg lovende kritieken. Het eerste was veelzeggend, het laatste verrassend. Veelzeggend vanwege de immorele boodschap: waar het systeem corrupt is, is gewelddadige wetteloosheid het antwoord. En verrassend vanwege het politiek incorrecte taalgebruik.

De witte sheriff Marcus Hamilton (gespeeld door Jeff Bridges) maakt voortdurend racistische en stigmatiserende grappen ten koste van zijn maatje Alberto Parker (Gil Birmingham), met indiaans en Mexicaans bloed. Alsof scriptschrijver Taylor Sheridan korte metten heeft willen maken met de (ongeschreven) taalkundige voorschriften en hypergevoeligheden van Amerika. Alsof hij heeft willen zeggen: op universiteiten en redacties, in stadhuizen, kantoren en ministeries mag je dit niet meer zeggen, maar in West-Texas is ongezouten taalgebruik nog steeds de lingua franca.

Ik zag Hell or High Water deze nazomer in Amerika, tijdens mijn jaarlijkse trek naar mijn schoonfamilie. De kracht en schoonheid overrompelen, de boodschap is duidelijk: met woede als drijfveer en een intelligent plan kun je een eind komen. Wat mij op mijn schoonvader brengt.

Sinds zijn pensionering heeft hij dezelfde mind of an outlaw ontwikkeld als de bankrovende broers in de film. Maar waar een van hen (Tanner Howard als Ben Foster) zich spiegelt aan de mythische stamhoofden van de Commanches als rusteloze Lord of the Plains, heeft mijn schoonvader Gino Gemignani zich verschanst in zijn zelfbenoemde grot, een verbouwde garage, zonder de innerlijke indiaan in zichzelf tot leven te wekken. Zijn wapen is geen pistool of geweer, maar de rechts-populistische televisiezender Fox. Omringd door pin-ups van de jaren vijftig en zestig, en met een gevulde koelkast en sigaren onder handbereik, schiet hij e-mails de ether in waarin hij waarschuwt voor de dreigende ondergang van Amerika.

Of beter: waarschuwde. Want deze week heeft zich een wonder voltrokken. Dat Hillary Clinton de verkiezingen verloor heeft zijn vertrouwen in Amerika en de Amerikanen in een klap hersteld. De Clintons waren voor hem het vleesgeworden systeem: corrupt, gehaat, almachtig. Met Fox en miljoenen anonieme geestverwanten aan zijn zijde beet Gino zich de afgelopen jaren vast in schermutselingen en (pseudo-) schandalen in Libië en Washington, in Benghazi en de hervorming van de gezondheidszorg, in een privé-server en een Foundation, in een verkiezingsapparaat en een politieke dynastie.

De Clintons, die volgens hem goede doelen najoegen met het oogmerk er zelf van te profiteren, waren een veelkoppig monster dat het land naar de knoppen dreigde te helpen. Verzet was geboden – een patriottische plicht.

‘NIET TE GELOVEN’, schreef hij de ochtend na de verkiezingen in hoofdletters in een e-mail aan familieleden. Het systeem was verslagen, dat had hij vanuit zijn garage met de naam ‘man cave’ niet durven dromen. Dat uitgerekend Donald Trump de opvolger wordt van Barack Obama, die hij minder vreest dan minacht, had hij niet verwacht. Tijdens mijn vakantie prees hij Trump niet vanwege zijn standpunten maar als vernietiger van politiek correct taalgebruik. Wat sheriff Hamilton in de film presteert, deed Trump tijdens de campagne; zeggen waar het op staat, beledigen, provoceren. Ongefilterd, ongecensureerd, zonder gêne.

Deze week schreef mijn favoriete columniste, Maureen Dowd, in The New York Times over haar Republikeinse familie: „Hillary’s slotargument in de campagne was dat zij het blok vormt tussen haar en de afgrond. Maar voor mijn conservatieve familie was Hillary de afgrond terwijl Donald de honkbalknuppel was om Washington mee aan diggelen te slaan.”

Verfrissend: als Amerikanen walgen van het systeem wachten ze niet lijdzaam af tot het aan zichzelf te gronde gaat. In plaats daarvan nemen ze het heft in eigen hand. Of stemmen ze op een wreker. Linksom of rechtsom – hell or high water. Gino kan weer uit zijn commandocentrum tevoorschijn komen. Zijn Amerika staat op het punt uit de as te herrijzen.