Bratislava is terug bij tradities

Reizen Slowakije wilde modern doen. Maar jongeren en toeristen blijken tradities te waarderen. Op de hipstermarkt Dobry Trh is het druk.

De jaarlijkse markt Dobry Trh Foto’s Marek Jancuch

Een mollige jongen met een bruin schort om verspert de weg in de menigte marktbezoekers. Hij wappert met een plak kaas. „Proef, proef! Maar niet erop bijten, je moet het op je tong laten smelten.” Trots houdt hij het stuk kaas omhoog. „Het is op een natuurlijke manier gemaakt, alleen melk en zout, verder niks. Mijn naam is Jarlovsky, en de kaas heet Jarlovec.” Hij staat naast de kraam van een man uit het Slowaakse dorp Modra die zijn eigen, biologische versie van champagne verkoopt, die hij ‘modranské’ noemt. Aan de overkant prijst iemand zijn cosmeticalijn met aloë vera aan.

Dit is ‘Dobry Trh’, vertaald ‘goede markt’, in de Slowaakse hoofdstad Bratislava. Eens per jaar wordt deze markt georganiseerd op diverse locaties in het centrum van de stad en kunnen kleine, lokale voedsel- en cosmeticaproducenten en ontwerpers hun waar aanbieden aan de stedelingen. De markt is uniek in de stad. Het trekt jaarlijks duizenden bezoekers en is een hit onder hippe, mode- én milieubewuste inwoners van Bratislava. Dit jaar viert de Dobry Trh haar vijfjarig jubileum en voor die gelegenheid is de Slowaakse president Andrej Kiska naar de markt gekomen om een kijkje te nemen en de oprichters te feliciteren met hun succes. Eén van hen is de Nederlandse Illah van Oijen, door Slowaken steevast ‘Illag’ genoemd. Terwijl ze zich een weg door de menigte op de markt baant, wordt ze van alle kanten door verkopers aangesproken of nageroepen. Hier en daar stopt ze even om een praatje te maken, in vloeiend Slowaaks.

Maar inmiddels is die tiener volwassen geworden. En gaat het niet meer om het eindeloos winkelen, maar om wát je koopt.

Tien jaar geleden kwam Van Oijen als jonge fotografe naar Bratislava. Slowakije was toen nog maar net lid van de Europese Unie en Van Oijen wilde dit ‘nieuwe’ land bestuderen en vastleggen. Ze trof een stad aan waar het communistische verleden nog voelbaar was, maar waar de vele bouwputten suggereerden dat modernisatie in volle gang was. „Veel gebouwen, waaronder historische uit de zeventiende en achttiende eeuw werden gesloopt zonder enig respect voor hun historische waarde”, zegt van Oijen.

Ze was wel onder de indruk van het tempo en de roekeloosheid waarin Bratislava zichzelf probeerde te transformeren tot stad die voldeed aan westerse maatstaven. Er werden wolkenkrabbers gebouwd en overal zag je ineens moderne winkelcentra met de grote mode- en voedselketens. Van Oijen: „Er doken ineens enorme billboards op met reclameposters. Men dacht dat het gewoon bij de modernisatie hoorde, dus werd het geaccepteerd.”

Eindeloos winkelen

Volgens Van Oijen zijn de Slowaken hun band met hun eigen culinaire tradities nooit helemaal kwijtgeraakt. De modernisatie ging alleen even voor. „Een van mijn docenten op de kunstacademie hier in Bratislava omschreef Slowakije na het communisme als een tiener die voor het eerst mag gaan winkelen. En niemand die zich bemoeit met wat je in je winkelwagentje stopt.” Maar inmiddels is die tiener volwassen geworden. En gaat het niet meer om het eindeloos winkelen, maar om wát je koopt.

Het resultaat van deze modernisatie was een stad die uit haar voegen dreigde te barsten, maar waar de ziel ontbrak. Hoogopgeleide jongeren waren in de jaren na het openstellen van de grenzen massaal naar het buitenland vertrokken, de stad was een mix geworden van vervallen sovjet-achtige gebouwen en glanzende wolkenkrabbers kriskras in de stad neergezet.

Enkele jaren geleden besloot de stad het historische centrum te gaan opknappen om zo meer toeristen (en inkomsten) naar Bratislava te halen. Het bleek het begin van het nieuwe Bratislava te zijn. Bovendien zorgde het EU-lidmaatschap en de aantrekkende economie ervoor dat in diezelfde tijd een groeiende groep jonge Slowaken terugkeerde naar hun land. Wonen en werken in het buitenland was niet meer per definitie beter en men zag ineens ook mogelijkheden in eigen land. Met de opgedane ervaringen in het buitenland brachten zij ideeën en inspiratie mee en start-ups en co-working-kantoortjes verschenen voor het eerst ook in Bratislava.

Hipster-cultuur

Toen vijf jaar geleden bij een groep van deze mensen, waar fotografe Illah van Oijen ook onderdeel van uitmaakte, het idee ontstond om de Dobry Trh op te richten, bleek de tijd daarvoor rijp te zijn. Bratislava was klaar om een nieuwe weg in te slaan, namelijk die van de post-modernisatie. De tijd dat het hip was om bij een Amerikaanse fastfoodketen een hamburger te eten, leek langzaam maar zeker voorbij.

Historische gebouwen worden niet meer per definitie gesloopt.

Inwoners van de hoofdstad werden veeleisender, wilden meer diversiteit en vooral producten van hogere kwaliteit. En helemaal in stijl met de hipster-cultuur, die ook langzaam maar zeker in Bratislava haar intrede deed, werd er teruggegrepen naar traditionele producten. Zo werd bijvoorbeeld de oude markthal uit 1910, ‘Stara Trznica’ in het centrum van de stad, opnieuw geopend. Elke zaterdag bieden lokale producenten er hun waar aan en kan er aan lange houten tafels gegeten en gedronken worden. Daarnaast duiken overal boetiekjes op met kleding van Slowaakse ontwerpers en is er een groeiend aanbod aan bistro’s en restaurants waar alleen biologische producten op de kaart staan. Het liefst uit de buurt.

De hervonden liefde voor het traditionele Slowaakse gaat verder dan alleen de producten. Het is ook aan het uiterlijk van Bratislava te zien. De boulevard aan de Donau is nieuw leven ingeblazen en er wordt ruimte gemaakt voor openbare, moderne kunst. Historische gebouwen worden niet meer per definitie gesloopt. Ze worden opgeknapt en krijgen een nieuwe functie. Zo doet Dobry Trh bijvoorbeeld enorm haar best om de straat waar de markt wordt georganiseerd, de Panenskástraat, opnieuw op de kaart te zetten. Deze straat werd bruut gescheiden van de rest van het historische centrum toen de communisten besloten een snelweg dwars door de stad aan de leggen. Panenská ligt er nu een beetje verloren bij, vele voormalige gebouwen, paleisjes, kerken en wijnkelders, zijn verwaarloosd of staan zelfs op instorten. Maar fotografe Illah van Oijen is optimistisch. Ze hoopt dat de huidige trend ook lokale bestuuders zal aansporen om meer te doen voor het behoud van het Slowaakse erfgoed in de hoofdstad. „Ik hoop dat Bratislava ooit de moed zal opbrengen om iets echt gedurfds te doen”, zegt ze. „Bijvoorbeeld om van die snelweg een tunnel te maken, en de oude stad weer één geheel te maken. Misschien is het daar nu wel de tijd voor.”