Spiraaltje zetten: wat kost dat?

Praktijk

Een spiraaltje laten zetten bij de huisarts of in het ziekenhuis, scheelt soms wel een factor tien in prijs. Maar weten patiënten dat ook?

Nina Buwalda (19) uit Nijmegen was „helemaal klaar met de pil”. Ze had het idee dat het anticonceptiemiddel haar humeur beïnvloedde. Op advies van de huisarts besloot ze daarom een spiraaltje te nemen. Vorige maand is het geplaatst. Het materiaal moest Buwalda zelf ophalen bij de apotheek. Een pakket ter grootte van „twee pakken melk”. „Neem je pinpas mee”, had de huisarts van tevoren tegen haar gezegd. De kosten voor het materiaal zouden 169 euro bedragen.

Best duur, vindt Buwalda, student Recht & Management met een bijbaan in een restaurant, maar overkomelijk. Haar vriend, met wie ze anderhalf jaar samen is, had al voorgesteld om de helft te betalen. Dat vond ze „leuk, maar ook een beetje gek”. Nu gaat hij haar mee uit eten nemen. Als de rekening tenminste komt, want toen Nina Buwalda bij de apotheek aan de balie stond, besloot de apotheker de rekening naar de verzekeraar te sturen. „Omdat die waarschijnlijk zou betalen.” Verwarrend, vindt Buwalda. „Ik zie de rekening wel verschijnen. Of niet.”

Wie wat wanneer betaalt, kan in het geval van Nina Buwalda al complex lijken, maar het kan veel ingewikkelder. Want precies dezelfde ingreep is in het ziekenhuis soms wel tien keer duurder.

Het spiraaltje is een gewild anticonceptiemiddel: 12 procent van de vrouwen tussen de 18 en 45 jaar oud heeft er een. Alleen de pil is populairder, het condoom komt op de derde plaats.

Nina Buwalda moet haar spiraal waarschijnlijk wel betalen. Want als je tussen de 18 en de 21 jaar oud bent, worden de ingreep en het materiaal gedekt door de basisverzekering waarvoor je maandelijks premie betaalt. Maar je moet wel eerst je eigen risico hebben besteed. Dat is bij de meeste mensen 385 euro.

Omdat de ingreep door de huisarts wordt gedaan, hoef je daar niets extra’s voor te betalen. Dat geldt ook voor patiënten die ouder dan 21 zijn. Zij krijgen het materiaal alléén vergoed als ze een speciale aanvullende verzekering hebben.

Samen met zorgverzekeraars hebben huisartsen bepaald wat het plaatsen van een spiraaltje, een ingreep van ongeveer een half uur, kost: 57,78 euro. Maar niet alleen de huisarts plaatst een spiraal, ook de gynaecoloog in het ziekenhuis doet dit: maar liefst 28.000 keer in 2014. En die vraagt een aanzienlijk hoger bedrag voor dezelfde ingreep. Soms is het wel tien keer zo duur. In het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis in Goes kost het plaatsen van een spiraaltje bijvoorbeeld 156 euro, terwijl in het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft 580 euro kost. Dan is het materiaal meestal nog niet betaald. Een patiënt met een basisverzekering moet dat tot de hoogte van het eigen risico zelf betalen. Als een patiënt het eigen risico heeft opgehoogd tot het maximum van 885 euro (want dan is de maandelijkse premie lager), kan het dus behoorlijk uitmaken waar je de ingreep laat doen.

Logisch dat het in het ziekenhuis duurder is, kun je denken: dat is een groter bedrijf om draaiende te houden en het zijn specialisten die de behandeling uitvoeren. Maar waar het enorme prijsverschil precies aan ligt, wordt nooit écht duidelijk. Ook ziekenhuizen maken afspraken met verzekeraars.

Zo’n groot prijsverschil geldt ook voor veel andere ingrepen die zowel door een huisarts als door een specialist in het ziekenhuis gedaan kunnen worden. Het verwijderen van een moedervlek, bijvoorbeeld. Of het weghalen van een ingegroeide teennagel.

Ingewikkeld

Sommigen huisartsen doen ingrepen zoals het spiraaltje helemaal niet, zegt huisarts Hans Gimbel uit Heerhugowaard. „Die denken: dit is voor mij wat te ingewikkeld.” Een huisarts moet de juiste scholing en de juiste spullen hebben – beenbeugels bijvoorbeeld. „En je moet er feeling voor hebben.” Een patiënt bij een huisarts zonder ‘feeling’ of materiaal wordt vaak doorverwezen naar een meer ervaren huisarts in dezelfde praktijk, maar als die er niet is zal ze toch naar de duurdere specialist moeten.

Bijna de helft van de patiënten die voor een ‘niet-chronische aandoening’ zoals een spiraaltje naar de huisarts gaat, kiest voor een doorverwijzingen naar een specialist, als de huisarts die mogelijkheid geeft. Dat blijkt uit onderzoek van Patiëntenfederatie Nederland uit 2015. Bijvoorbeeld omdat gedacht wordt dat die meer kundigheid heeft. „Je overlegt met de patiënt”, zegt huisarts Bram Stegeman uit Maarssen. „Nadat je hebt geconcludeerd dat de spiraal een goede oplossing is, bespreek je wat de vrouw wil.” Patiënten die kiezen om de ingreep bij de huisarts te ondergaan, doen dit volgens het onderzoek van de patiëntenfederatie omdat ze die kennen en vertrouwen, en omdat het dichterbij huis is.

Kun je de enorme prijsverschillen tussen het ziekenhuis en in de huisartsenpraktijk eigenlijk voorkomen? Hans Gimbel stelt voor dat zorgverzekeraars één tarief hanteren voor ziekenhuizen en huisartsen. „100 euro bijvoorbeeld. Dan gaan ziekenhuizen de ingrepen vanzelf minder doen.” Niet een optie die bij ziekenhuizen populair zal zijn.

In 2014 bleek ook al dat het aanpassen van dit soort tarieven bij huisartsen veel onrust kan veroorzaken. Verzekeraars veranderden toen de manier waarop huisartsen werden vergoed voor het plaatsen van een spiraal. Een huisarts kreeg nog maar ruim 18 euro voor het plaatsen van een spiraal – terwijl dat daarvoor ongeveer hetzelfde bedrag was als nu (57,78 euro). Veel huisartsen dreigden te stoppen met het plaatsen van spiraaltjes omdat ze het een oneerlijk systeem vonden. De verandering werd teruggedraaid. „Het lijkt wel alsof tarieven in de zorg zo ingewikkeld mogelijk dienen te zijn”, zegt huisarts Gimbel. „Alsof dat het doel is van het hele systeem.”