Pleegkinderen van de natie

Eén jaar ‘Bataclan’ De Franse staat neemt kinderen van terreurslachtoffers financieel onder zijn hoede. Sinds de aanslagen van 2015 stijgt hun aantal hard.

Foto Charles Platiau/Reuters

Bijna twee jaar alweer: de 18-jarige Victoria uit Parijs kan zich nauwelijks voorstellen dat de golf terreuraanslagen in Frankrijk zo lang geleden begon. „Een aanslag heeft zoveel impact op een familie. Je bent er permanent mee bezig”, zegt ze. Haar vader, vertelt ze, stond op 9 januari 2015 bij de kassa van de kosjere supermarkt Hyper Cacher bij Porte de Vincennes toen terrorist Amedy Coulibaly schietend binnenstormde. Hij werd net niet geraakt, vluchtte de zaak in, en verstopte zich met andere gijzelaars in de koelcel in het souterrain. Uren zat hij er tot elitetroepen van de politie hem bevrijdden.

Hij heeft het overleefd, maar is zwaar getraumatiseerd en kon lange tijd niet werken. Ook Victoria kampte met psychische problemen en ging in behandeling. Tijdens een bijeenkomst met andere slachtoffers wezen hulporganisaties haar en haar ouders erop dat ze een aanvraag konden doen om ‘geadopteerd’ te worden door de Franse staat. Victoria kon pupille de la nation worden, pleegkind van de Franse natie. „Als je dat hoort”, zegt ze, „dan schrik je een beetje. Mijn ouders waren bang dat ze de zeggenschap over mij kwijt zouden raken. Maar dat bleek niet het geval. Het gaat alleen om financiële steun.”

Deze Franse regeling is uniek in de wereld. Ze bestaat al sinds de Eerste Wereldoorlog, toen het land meer dan een miljoen weeskinderen telde. Sinds de jaren tachtig kunnen niet alleen oorlogswezen, maar ook kinderen van slachtoffers van militaire operaties in het buitenland het statut (de speciale rechtspositie) aanvragen. In 1990 kwamen daar slachtoffers van terrorisme bij, zegt Emmanuelle Double van het Office National des Anciens Combattants et Victimes de Guerre (ONACVG). Ook kinderen van politieagenten die in functie omkomen of gewond raken, kunnen tegenwoordig een aanvraag doen.

„Jaarlijks kreeg ik er zo’n dertig à veertig kinderen bij”, rekent Double voor. Maar sinds 2015 ging het hard. Vooral de aanslag op muziekpodium Bataclan, dit weekend een jaar geleden, maakte relatief veel jonge slachtoffers. „Veel kinderen hebben daar een of beide ouders verloren”, zegt Double. „Een kind dat op die manier slachtoffer van terrorisme is, mag niet in zijn studie of dagelijks leven getroffen worden, vindt Frankrijk.” In 2015 werden meer dan tachtig nieuwe aanvragen geaccepteerd, in 2016 zijn er nu al meer dan 130 nieuwe ‘kinderen van de natie’. Double:

„En dan moeten de eerste aanvragen van Nice nog worden goedgekeurd”

Lees ook dit interview met Fred Dewilde, die het Bataclandrama overleefde en er een strip van maakte

Hôtel des Invalides

Double houdt kantoor in het pompeuze Hôtel des Invalides, het ooit door Lodewijk XIV gestichte hospitaal en verzorgingshuis in hartje Parijs voor militairen die Frankrijk gediend hadden. Nog altijd lopen hoge militairen met die typisch Franse hoofddeksels af en aan. Met haar collega’s verzorgt Double hier de boekhouding en financiële tegemoetkoming van in totaal bijna drie miljoen oud-strijders, weduwen en dus ook kinderen van de natie.

Die kinderen zijn ook haar kinderen. Zo voelt dat een beetje, zegt ze. Het zijn er nu totaal meer dan 20.000 en de medewerkers in Parijs of bij de regionale kantoortjes kennen ze bijna allemaal.

„De staat neemt op geen enkele manier de plaats in van de overleden ouders”, haast ze zich te zeggen. „Sommige mensen schrikken van het woord adoptie en gaan dan toch niet in op het aanbod. Het is een zware term, mensen denken aan weeshuizen. Een weduwe zei me eens: ‘Eerst hebben ze mijn man afgenomen en nu pakken jullie mijn kinderen af?’ Natuurlijk niet. Het is echt alleen een financiële steun om het verlies te compenseren, een soort herstelbetaling.” De bijdrage staat los van de eenmalige tegemoetkoming uit het Franse garantiefonds voor terreurslachtoffers.

Kinderen (of hun ouders of verzorgers) kunnen voor hun 21ste een aanvraag doen, waarna ze ieder jaar tot ze op de arbeidsmarkt komen subsidie kunnen krijgen: autorijlessen, studiegeld, boeken en zelfs vakanties of de uitzet als iemand op kamers gaat. Kortom, voor alles waarin anders de ouder zou voorzien. Double:

„Er was een kind dat altijd zijn zomers in Portugal doorbracht bij de familie van zijn vader. Toen die om het leven kwam en de moeder de jaarlijkse reis niet kon betalen, hebben wij gezorgd dat die traditie doorging.”

Gemiddeld, zegt ze, keert het bureau 3.000 euro per kind per jaar uit. „Maar alleen als dat nodig is: kinderen uit rijke families hebben niet veel steun nodig.” En hoewel ieder kind een jaarlijkse kersttoelage krijgt, wordt per geval gekeken wat redelijk is. „Misbruik komt niet vaak voor, maar we hebben een keer nee moeten zeggen toen een moeder geld vroeg omdat haar kind naar Thailand met vakantie wilde. Een jaar eerder was ze naar de Verenigde Staten gegaan om beter Engels te leren en dat konden we nog billijken.”

Jaarlijks, zegt Double, gaat totaal ongeveer een miljoen euro naar minderjarige pupilles en een vergelijkbaar bedrag naar volwassenen. Maar ook voor praktische steun kunnen de slachtoffers en kinderen van slachtoffers bij haar terecht. „Als een kind of zijn ouders door trauma’s niet meer met de metro naar school durven, dan kunnen wij bemiddelen in het vinden van een andere school”, zegt ze.

Garantie

Victoria, die niet met haar achternaam naam in de krant wil, is pas een jaar pupille de la nation. Ze ziet de aanvraag vooral als „garantie” dat het haar in de toekomst ondanks de familieperikelen sinds de aanslag aan niets hoeft te ontbreken. Vorig jaar heeft ze eindexamen gedaan. Na de zomer is ze begonnen aan een communicatieopleiding, een particuliere school. „Ik denk niet dat ik die studie had kunnen beginnen zonder de steun”, zegt ze content.

1211ZAT_bataclanportret2

Dat geldt ook voor Thibault Bagoé-Frésino (25), die net zijn opleiding tot piloot voor de burgerluchtvaart heeft afgerond. Zijn moeder was een van de slachtoffers van de bomaanslag op het Parijse RER-station Saint-Michel in 1995 – zelf heeft hij die niet bewust meegemaakt. Zijn moeder raakte gewond en hield psychische problemen waardoor ze niet meer kon werken. Met zijn vader had hij nauwelijks contact. „Maar het was altijd mijn droom om piloot te worden en dat is nu gelukt.”

De eerste poging om bij Ryanair binnen te komen is mislukt („Ik had me niet genoeg voorbereid op de examens”); hij hoopt nu op Transavia en verbetert intussen zijn Engels.

Zijn appartement in een buitenwijk van Montpellier is, op een poster van een Airbus 350 en een groot tv-scherm na, nog wat kaal. Wat er wel staat, heeft Bagoé-Frésino niet zelf hoeven betalen. Hij wijst naar de wasmachine, het bureau, de bank. „Voor alle dingen die je hier ziet heb ik een subsidieaanvraag kunnen doen. Ik zou niet weten hoe ik het anders had moeten financieren.” Vroeger, toen hij nog op het Franse overzeese eiland Martinique woonde, betaalde de ONAC zijn schoolspulletjes. Bovenop een maandtoelage voor levensonderhoud.

„Mijn moeder heeft het me pas verteld toen ik ouder was.”

Niet veel pupilles praten makkelijk over hun situatie. „Ik schrok zelfs toen sommige vrienden van me jaloers zeiden te zijn”, zegt Bagoé-Frésino. „Maar ik ben er trots op dat ik in een land woon dat zo goed voor zijn onderdanen zorgt en dat vertel ik graag.” Dat de regeling er is heeft, volgens hem, ook te maken met de rol van Frankrijk in de wereld. „We zijn bij veel internationale kwesties betrokken, terwijl de meeste burgers daar nooit zo om gevraagd hebben. Doordat Frankrijk zo actief is bij militaire interventies, zijn we ook een groter belangrijk doelwit voor dit soort aanslagen.”

Een tweede familie

Kind van de natie blijf je voor de rest van je leven. Het wordt zelfs bijgeschreven op je geboorteakte. Maar normaal gesproken houdt de financiering op als mensen rond hun 25ste op de arbeidsmarkt komen, zegt Double.

„Wel blijft er altijd contact. We horen het meestal als ze trouwen, kinderen krijgen of een nieuwe baan hebben. Ook als ze in problemen zijn, bijvoorbeeld als ze werkloos raken. Wij proberen dan zoveel mogelijk te helpen, ook financieel, maar alleen met eenmalige bijdragen. De meeste mensen hoeven in het werkzame leven natuurlijk niet meer begeleid te worden, maar vaak hoor je weer van ze als ze ouder zijn en naar een verzorgingshuis moeten. Dan helpen wij daar weer mee.”

Altijd als Bagoé-Frésino in Parijs is, zo’n beetje iedere drie maanden, loopt hij even langs bij de Invalides, bij het kantoortje van Double. „Het klinkt misschien raar”, zegt hij.

„Maar de mensen die daar werken zijn als een tweede familie voor me. Ik heb pupilles gezien die hun ouders in de Tweede Wereldoorlog hebben verloren en nog altijd geregeld bij de Invalides komen om bij te praten. Ik weet dat ze me altijd zullen helpen als ik in problemen ben.”