Op zoek naar nieuw bloed

Analyse Economie De populariteit van Rotterdam werpt ook economisch zijn vruchten af. Toch doen Amsterdam en Utrecht het nog beter, en staat de regio Rijnmond voor de taak de economie minder afhankelijk te maken van haven en industrie. Door
Foto Rien Zilvold

Die leuke koffietentjes aan de Meent zijn niet alleen maar leuk, zegt Frank van Oort. Ze vervullen de belangrijke functie van ontmoetingsplaats voor mensen die de economie van de toekomst vormgeven. ‘Veel mensen die met iets nieuws bezig zijn, beginnen thuis als ZZP’er. Op een gegeven moment krijgen ze klanten en partners, en dan zijn er plekken nodig om die te ontmoeten. In veel van die hippe barretjes zitten mensen die zakelijk iets te bespreken hebben.’

Wat Van Oort, professor Stedelijke en Regionale Economie aan de Erasmus Universiteit, maar wil zeggen, is dat een prettige binnenstad bijdraagt aan een gewenste economische ontwikkeling. „Levendige interactie tussen kleine bedrijven is heel belangrijk. In Rotterdam gaat dat goed, de stad wordt steeds populairder, ook onder ondernemers. Starters, en vooral overlevende starters, geven nieuw bloed aan de economie.”

Rotterdam is hip, in binnen- en buitenland, maar die hipheid levert in economische zin dus ook iets op. Dat is ook de mening van Rico Luman, Senior Regio-econoom bij ING Economisch Bureau. De ‘vibe’ rond ondernemerschap is positiever dan in het verleden en het denken in kansen helpt de regio vooruit, meldde het Bureau in zijn jongste Regiovisie Groot-Rijnmond. „Zeker in vergelijking met Nederland als geheel gaat het behoorlijk goed met Rotterdam” zegt Luman. „Die aantrekkingskracht biedt echt perspectief. Zeker als je ziet waar Rotterdam vandaan komt, namelijk uit een tijd dat Rotterdammers zelf niet al te positief waren over hun stad.”

Zo maar wat recente cijfers op een rijtje die de economische baten van een aantrekkelijke stad kunnen staven. In de eerste helft van dit jaar trok Rotterdam ongeveer een half miljoen hotelgasten (Zie ‘Bezoekers willen ook slapen in de stad’ op pagina 2). Musea, attracties en horeca profiteren van het Lonely Planet-effect, aldus promotie-organisatie Rotterdam Partners met een verwijzing naar de reisgids die Rotterdam in de top tien van topsteden in de wereld zette. De huizenprijzen zijn in het derde kwartaal verder gestegen – hoger dan landelijk gemiddeld - en liggen nu alweer bijna op het piekniveau van 2008. Na een sterke daling in de crisisjaren (minus 22.000 banen in de periode 2008-2014) neemt volgens het UWV het aantal banen in Rijnmond dit en volgend jaar tijd met gemiddeld 0,9 prcent per jaar toe tot 628.200 eind 2017. De werkloosheid in Rotterdam is hoog, maar daalt wel, vermoedelijk tot onder de 12 procent die in 2015 werd gemeten.

Arbeidsmarkt achilleshiel

Maar toch: conjunctureel mag Rotterdam dan weer in de lift naar boven zitten, juist die hoge en hardnekkige werkloosheid illustreert een structureel probleem waarmee de stedelijke en regionale economie kampt. „De arbeidsmarkt is de achilleshiel van Rotterdam”, zegt Van Oort van de Erasmus Universiteit. In Rijnmond met zijn havens en industrieën speelt meer nog dan in Nederland dat de afstand van veel mensen tot die arbeidsmarkt groot is, beaamt Luman van ING. Dat is vanuit het verleden zo gegroeid, maar lijkt in de toekomst niet snel beter te worden. „Er is een groot tekort aan hoger en technisch personeel, maar Rotterdam kent veel werkzoekenden op mbo-niveau voor administratieve functies, die schaars zijn en verdwijnen. Ook zijn er te veel mensen ongekwalificeerd.”

Rond 1980 was Rijnmond de regio met de meeste banen. Tegenwoordig zijn Amsterdam en Utrecht dat. Om het huidige economische succes van Rotterdam nog iets verder te relativeren: die steden doen het beter. „Die twee hebben nog net iets meer aantrekkingskracht”, zegt Luman. Volgens Van Oort danken zij dat aan de relatief sterke aanwezigheid van sectoren die momenteel hard groeien: ICT, zakelijke dienstverlening, onderwijs. Sectoren waarin hoog opgeleid en koopkrachtig personeel werkzaam is. Niet voor niets is de woningmarkt in Amsterdam en Utrecht oververhit, met grotere prijsstijgingen dan in Rotterdam.

Rotterdam zal nieuwe wegen moeten inslaan om banen te blijven creëren. Al zal dat voor grote groepen inwoners geen uitzicht bieden op een betaalde baan. Luman: „De gemeente heeft voor een deel van de bijstandspopulatie de hoop al opgegeven: die heeft al zo’n grote afstand tot de arbeidsmarkt dat daar geen beleid tegen opgewassen is. Dat is economisch gezien jammer, en sociaal gezien natuurlijk ook, want die afstand wordt daardoor alleen maar groter.”

Nieuwe groeisectoren

Toch kan het gemeentebestuur wel degelijk iets doen om de kwetsbaarheid voor een scheefgegroeide arbeidsmarkt te verminderen. ‘Diversificeren, nieuwe groeisectoren en initiatieven toelaten en faciliteren’, zegt Van Oort. „Bij meer diversificatie, waarbij werknemers hun skills en vaardigheden ook in andere sectoren kunnen toepassen, is de kans op werkloosheid kleiner in tijden van tegenspoed. En bij voorspoed is de kans op uitwisseling en innovatie groter. Het is dan wel nodig dat vraag en aanbod matchen, op alle lagen van de beroepsbevolking. Hoog-, midden- en laagopgeleid.”

Twee voor Rotterdam belangrijke nieuwe groeisectoren zijn biobased energie en circulaire economie. Voor een havenindustrie die draait op fossiele energie en gewend is om nieuwe grondstoffen aan te voeren, zal dat een hele omslag zijn. Op de conjunctuur van de Rotterdams economie heeft dat geen weerslag, aldus Luman. „Die olieraffinage draait voorlopig wel door. Bedrijven steken er ook nog steeds geld in. Zie de recente investeringen van Exxon en Shell. Op de lange termijn ligt er natuurlijk een grote uitdaging.”

Het goede nieuws is dat Rotterdam – maar meer nog Zuid-Holland als geheel – heel goed in staat moet zijn om die omslag naar biobased en circulair te maken. In opdracht van de ministeries van I&M en EZ heeft Van Oort onderzoek gedaan naar de uitgangspositie van de verschillende regio’s. Met het chemische cluster in Rotterdam, hightech in Delft, biotechnologie in Leiden en agrofood in het Westland en de Hoeksche Waard heeft Zuid-Holland de meeste potentie. „Je vraagt je af waarom ze niet allang bij elkaar zijn gaan zitten, zoals ze bijvoorbeeld in de Ghent Bio-Economic Valley in Gent wel hebben gedaan. Kennelijk liggen er nog drempels”, zegt Van Oort.

Mogelijk is zo’n drempel de fossiele industrie, die op de oude manier energie maakt. „Dat zou kunnen. Anderzijds maken Shell en de anderen misschien zelf de stap naar vernieuwing, omdat ze inzien dat ze niet kunnen blijven doorgaan met het raffineren van olie, maar iets anders moeten verzinnen. Misschien heb je ze ook nodig voor de transitie, want de noodzakelijke skills en vaardigheden hebben of halen zij in huis.”

Alle voorwaarden voor succes zijn aanwezig, concludeert Van Oort: „En wat er niet is, biomassa bijvoorbeeld, kunnen we via de haven binnenhalen, zoals we dat nu met olie doen.”

Ook in andere sectoren dan de petrochemische industrie is er nog een goede reden voor de wens dat het gevestigde bedrijfsleven participeert in nieuwe ontwikkelingen. Met multinationals aan boord is het makkelijk om iets dat klein begint op te schalen naar iets groots. Van Oort: „Een startende ondernemer doet dat niet snel vanwege de risico’s. Als het mislukt is een faillissement vaak onontkoombaar. Grote bedrijven kunnen dergelijke risico’s beter afdekken. Daarom is het ook zo belangrijk dat groot en volwassen constant in contact staat met klein en onvolgroeid.”

Oftewel: goed dat nieuw en klein elkaar treft in de koffietentjes in de stad, goed dat ze elkaar tegenkomen op het RDM-terrein, in de Science Tower op het Marconiplein of het Cambridge Innovation Center (CIC). Uiteindelijk moeten ze ook toegang krijgen tot de directiekamers en de werkplaatsen van de gevestigde orde, aldus Van Oort. „Ontmoetingsplekken zijn cruciaal voor een economie die zichzelf opnieuw moet uitvinden.”

Frankde Kruif won 9 november de Persprijs Rotterdam voor Het havenschandaal (De Geus). De jury noemt het boek ‘knap’, ‘meeslepend’ en ‘resultaat van nauwgezet speurwerk en stilistisch meesterschap’.