Column

Nep

Column De herfstige stad ziet er in Georgina Verbaans ogen nep uit.

Vanuit de lucht zullen de grachten eruit zien als de yellow brick road. Een lange gele slinger die vol belofte door de stad kronkelt. Op straatniveau, echter, zie je dat het een afbrokkelende zaak is vol gaten. Rijen bomen, een enkeling reeds kaal, met geel geworden bladeren die nog even meedansen in de wind tot ze te moe zijn om zich vast te houden en zich, soms en masse, laten vallen, een regen van gele confetti veroorzakend die feestelijk aandoet, tot ze de grond raken en worden overreden door een busje van hondenuitlaatservice Jerry. Dat is kunstig gedaan, dergelijke details, maar ik trap er niet in.

Vandaag is het weer zover. Alles lijkt nep. De grijze lucht: nep. De lantarenpalen: nep. De huizen met hun krullende ornamenten, de ramen met daarachter groene gestaltes die heel koelbloedig kamerplanten spelen: nep. Er lopen mensen op straat, ze fietsen, maar zijn ze er echt? Ik denk het niet. De auto’s maken geluid, en ook de gammele fietsen waarop figuren zitten die zeer sterk aan mensen doen denken, denderen heel waarheidsgetrouw over perfect geplaatste, uitstekende klinkers en snijden door nog niet weggezakte plassen water. Maar ik geloof er helemaal niets van. Wat dit toneelstuk verraadt, is de oorverdovende stilte die op de achtergrond klinkt.

Er lopen mensen op straat, ze fietsen, maar zijn ze er echt?

Je moet ervaringsdeskundige zijn om dat geluid te horen. Om te horen dat er een uitdijende leegte gemaskeerd wordt door geluiden van alledag. Vandaag hebben ze de verhoudingen goed getroffen. Soms gaat daar iets mis en lijkt alles veel kleiner dan in het echt, of groter. Maar op deze donderdag wordt er een kunstig staaltje vernuft gedemonstreerd. De kou die zich in mijn botten nestelt is het piece de resistance, hier is een meester aan het werk.

Ik besluit een groep duiven te observeren. Dat doe ik vaker, dus als ik ergens onregelmatigheden zou kunnen ontdekken dan is het in een dergelijk detail. Zo’n troepje duiven is natuurlijk een sluitpost. ‘Er mist iets, oh ja, misschien is er nog ruimte voor een kloddertje duiven rond een vuilnisbak.’ Mijn benen brengen mij naar de vuilnisbak, toch heb ik sterk het gevoel dat mijn hoofd op dezelfde plek blijft. De duiven ogen als natuurlijke vogels. Er zitten zelfs geheel in lijn met de realiteit een paar types tussen met stompjes als poten, een half kale duif, en een duif die eruit ziet alsof hij mentale problemen heeft. Netjes. Dit is geen kloddertje geweest. Hier heeft iemand plezier aan beleefd.

Ik heb me natuurlijk wel vaker afgevraagd waarom dit alles is. Maar ik heb er geen antwoord op gevonden. Ik vind het ook niet zo erg meer. Morgen is het vast een echte vrijdag.

Vorige week verscheen Loze Ruimte, een bundeling columns van Georgina Verbaan. (15 euro, 160 pagina’s. Uitgeverij Podium)