Commentaar

Macht van veiligheid en geborgenheid

De canon van de psychologie hoeft niet groot te zijn. Zelfs Freud kan je misschien missen. Zijn ‘ontdekking’ van het onbewuste lijkt nu vooral van historisch belang. Tegenwoordig draait het er meer om hoe dat onbewuste (tegenwoordig ook wel ‘ons brein’ genoemd) en het bewuste deel van onze geest elkáár beïnvloeden.

Verderop in deze bijlage beschrijft Gemma Venhuizen een fascinerend stuk over borderline. Deze psychiatrische persoonlijkheidsstoornis met de ongewone naam werd in de negentiende eeuw nog ‘folie maniaco-mélancolique’ genoemd. Maar al snel kreeg het zijn ‘grensnaam’ omdat deze emotioneel instabiele patiënten als ‘op de rand van krankzinnig’ werden beschouwd. Het begrip is sindsdien sterk toegenomen, maar de naam is gebleven. Venhuizen beschrijft het als een diep in het karakter gewortelde emotionele instabiliteit.

In de analyse van het ontstaan van borderline duikt een fenomeen op dat wel zonder twijfel een ereplaats in de canon van de psychologie verdiend: hechting. Borderlinepatiënten blijken vaak in hun jeugd ‘onveilig gehecht’.

Natuurlijk weten mensen als sinds het begin der tijden dat hun kinderen geborgenheid, veiligheid en liefde nodig hebben. Maar hoe die heilzame hechting precies werkt is pas in de jaren veertig en vijftig geformuleerd door John Bowlby. Sindsdien weet je: als je kind je amper begroet als je aan het eind van de dag de creche binnenloopt heb je het goed gedaan. Die peuter rekende er op dat je toch wel weer op zou duiken. Geborgenheid, vermomd als onverschilligheid.