Column

Leider

Ik had een paar stevige quotes verwacht van de spelers van Oranje na de verkiezing van Donald Trump tot president van de VS. Zoals de Belg Jan Vertonghen die van een „beschamende” keuze sprak. Nederlandse internationals hebben een traditie in politieke uitspraken. Vooral als het over het buitenland gaat. Over Wilders en Pechtold zwijgen ze als vermoord. Op het WK in Brazilië deugde weinig, was de teneur van geroezemoes tegen de Braziliaanse overheid.

Wielrenner Tom Dumoulin sprak zich wel meteen uit over Trump. Hij twitterde woensdagochtend: „Hoe is het mogelijk?” De renner komt wel vaker uit de hoek met maatschappelijk gevoelige onderwerpen. Liever dan te zeuren over een leeglopende tube of een haperende ketting. Zelfs over de ex-burgemeester van Maastricht Onno Hoes had hij een mening.

Bij het Nederlands elftal anno 2016 ontbreekt de ruimte voor commentaar op de beschaving. De heren liggen in de knoop met zichzelf en de ziekenboeg neemt alle lust voor buitenparlementaire belangstelling weg. Daarnaast is het programma zo overladen dat de wereld er niet meer bij kan.

Of zit het dieper?

De crisis van het Nederlands elftal is deels de crisis van leiderschap. Dat uit zich ook buiten het veld. Van de huidige selectie is er zelfs niemand die zich geroepen voelt woordvoerder van de groep te zijn. Van Stijn Schaars begrijp ik het. Hij heeft alle energie nodig om zijn lichaam blessurevrij te houden. Dat hij tegen de Belgen uitviel, was een morele klap. Natuurlijk kan Donald Trump dan de pot op.

Wesley Sneijder heeft bij vlagen nog een air van leiderschap, maar eigenlijk is hij Oranjemoe. Zijn hart is niet meer bij de groep. In het voetbal zelf heeft hij nog plezier, maar het dragen van het instituut Oranje heeft hij opgegeven. Zijn maatjes zijn weg en met jonkies als Karsdorp, Kongolo en Promes worden gesprekken louter functioneel. Stekelenburg in het doel is ook een halve dooie. Hij heeft niets van Gianluigi Buffon die over alles een mening heeft, zelfs over porno.

Er is nog een geboren leider in de uiterwaarden van Oranje, maar die is door bondscoach Danny Blind persona non grata verklaard. Zelfs na een dramatische blessuregolf komt Robin van Persie niet meer in aanmerking voor een avondje Oranje. Het is pure rancune van Blind. Al heeft ook de groep mentaal afscheid genomen van de spits. Van Persie is de paria van Oranje.

Je zou denken dat de KNVB, en met name Hans van Breukelen, ijvert voor herstel van eer en fatsoen, maar ook zij rekenen de Rotterdammer een te parmantige grilligheid aan en doen alsof hij niet meer bestaat. De negatie doet denken aan de stammenstrijd tussen Johan Cruijff en Jan van Beveren.

Het Nederlands elftal wordt altijd gepresenteerd als een kloosterorde van liefde en vredigheid, maar achter de maskerades woedt bot individualisme. Er wordt nooit eens een tango gedanst.

Tijdens het WK in Brazilië ontpopte Arjen Robben zich als leider van de bende. Hij overschreeuwde zelfs de technische staf en voerde tijdens drinkpauzes het hoge woord tot de medespelers. Het krediet van Robben is onaangetast, maar het is het krediet van een palmares. Fysieke kwetsbaarheid breekt de continuïteit in zijn aanwezigheid bij het Nederlands elftal. Het ontneemt hem het recht op dictaten. Hij mag best een halve wedstrijd lopen te foeteren, maar een basis voor gezag is dat niet meer.

Soms heb ik heimwee naar Frank Rijkaard. Met hem kon je palaveren. Hij zou Donald Trump niet voorbij hebben laten gaan zonder een worp kokend asfalt.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.