In gebutst Oranje blijft ‘Gini’ overeind

Nederlands elftal Oranje speelt zondag tegen Luxemburg het laatste duel van 2016. Spelers vallen af bij bosjes, maar Arjen Robben is er weer een keer bij.

Georginio Wijnaldum en Tonny Vilhena stappen uit de bus voor de besloten training van het Nederlands elftal in Alkmaar. Oranje speelt zondag een WK kwalificatiewedstrijd tegen Luxemburg. Foto Koen van Weel/ANP

Zoals hij zelf lacht, lacht het leven hem toe. Met zijn 26 jaar heeft Georginio Wijnaldum vrijdag de optimale leeftijd voor een profvoetballer bereikt, zou je kunnen zeggen. „Ja, ze zeggen het hé. Ik sta daar zelf niet zo bij stil.” Hij verkeert in de kracht van zijn leven, spelend bij de koploper in de Premier League na een seizoen waarin hij met Newcastle United degradeerde, maar zichzelf in de kijker speelde bij Jürgen Klopp van Liverpool. En zijn lichaam, zijn kapitaal, houdt het allemaal goed vol.

Wijnaldum speelt naar verwachting zondag zijn 22ste interland op rij. In een gebutst Oranje is zijn lijf zeldzaam solide en betrouwbaar. Hij miste al ruim twee jaar lang geen interland, veruit de langste streak binnen de huidige groep internationals. Sinds het WK 2014, waar hij alle wedstrijden in de basis stond, miste Wijnaldum alleen de EK-kwalificatieduels Kazachstan-thuis IJsland-uit en in oktober 2014 met knieklachten.

Zijn geheim? Geen geheim. „Van mezelf ben ik best fit en nooit echt blessuregevoelig geweest. Voor anderen is dat minder makkelijk praten. Het is deels geluk, maar ik doe er wel alles aan om het risico te verkleinen. Ik doe veel oefeningen voor corestability (rompstabiliteit) en probeer op de momenten rust te pakken.”

In het AZ-stadion in Alkmaar heeft Oranje vrijdagmiddag de (besloten) training afgerond in de aanloop naar het WK-kwalificatieduel tegen Luxemburg zondag. Iedereen is heel gebleven. Aanvoerder Arjen Robben is erbij, voor het eerst in 2016 en zo pakt hij nog net de laatste interland mee van dit verdoemde, EK-loze jaar voor Oranje. Robben als personificatie van een broos gestel in een Oranje dat zucht onder een blessuregolf.

Nee dan Wijnaldum, die na een slepende rugblessure in het seizoen 2013/14 bij PSV ernstig leed bespaard bleef, heeft zijn overgang naar de Engelse Premier League uitstekend verteerd. Eerst Newcastle United, nu Liverpool onder de pressievoetbal propagerende trainer Jürgen Klopp. „Andere jongens hebben daar wat meer moeite mee, maar de Premier League ligt mij wel. Ook de manier waarop we bij Liverpool willen spelen. Dat tempo heb ik altijd al in mijn spel gehad. Vooral in de voorbereiding trainde hij heel hard, om fit te worden. Nu trainen we wel hard, maar niet meer zó hard. Alles is bij hem gericht op oefenvormen om de tegenstander van die week pijn te doen.”

Maar zelfs Wijnaldum kon aan de vloek van Oranje niet ontsnappen, toen hij tegen Frankrijk (1-0 nederlaag) vorige maand met hamstringklachten – althans: „een spier in mijn heup die naar mijn hamstring loopt” – naar de kant moest. Hij verloor daarna prompt bij Liverpool zijn basisplaats. „Ik schrik daar niet van, dat hoort bij een topclub.”

Om zich heen sneuvelen de internationals bij bosjes. En maand geleden, na de gewonnen wedstrijd tegen Wit-Rusland (4-1 overwinning), zei bondscoach Danny Blind dat hij in het afgelopen jaar wegens fysieke malheur 25 keer niet over een speler kon beschikken die hij normaal gesproken zou hebben opgeroepen. „Ongekend.” Daar kwam dus afgelopen week voor het oefenduel tegen België en de interland tegen Luxemburg de afmelding van Quincy Promes, Terence Kongolo, Davy Pröpper, Rick Karsdorp bij.

Pijntjes, kwaaltjes, een spier, een enkel, een knie, een hoofd. Alleen al de aard van de blessures van de drie slachtoffers in de oefeninterland tegen België, afgelopen woensdag, toont maar eens aan hoe divers de toedracht is. Stijn Schaars (32) met een „volgelopen” kuit, Vincent Janssen (22) die een beuk kreeg van de Belgische doelman Simon Mignolet en twintig minuten van de film kwijt was. En Jeremain Lens (28) bij wie het in de tweede helft in de hamstring schoot.

„Het houdt maar niet op”, verzuchtte Blind. Wie een verband ziet, mag het zeggen. Of een verklaring geven. Ja, misschien dat Nederland relatief veel bouwt op jonge spelers bij wie overbelasting op de loer ligt. En aan de andere kant van het spectrum beginnen bij de belangrijkste spelers – Sneijder, Robben – de jaren te tellen. Met name bij Robben geldt dat het lichaam de ambitie maar zelden kon bijbenen. Niet voor niets zijn Wijnaldum (26), Daley Blind (26), Quincy Pomes (24) Virgil van Dijk (24) en Jeffrey Bruma (wordt zondag 25) de internationals die het meest speelden onder Blind. De mid-twintigers trekken de kar.

‘Gini’ Wijnaldum, de fitste van het stel, kan het allemaal ook niet verklaren. „Het is een opstapeling, kort achterelkaar, dan wordt het vanzelf een item”, zegt hij. „Maar ik zie geen trend. We hebben niet heel hard getraind ofzo. Het is ongelukkig, laat ik het daar ophouden. En laat ik vooral zorgen dat ik zelf fit blijf.”