Column

Hoogste tijd

Wat dacht de zachte dichter toen hij de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen te horen kreeg? Mooi geweest? Tijd om te gaan? Zou zomaar kunnen. Volgens mij kan een fijnbesnaarde poëet niet tegen proleterige blaaskaken. En helemaal niet tegen een wereld waarvan een groot deel voor zo’n idioot kiest. Dan wil je wel weg. Dan heb je op je 82ste hier niet veel meer te zoeken.

Drie jaar geleden heb ik hem voor het laatst zien optreden, in het Italiaanse Lucca. 9 juli 2013, prachtige zomeravond, een middeleeuws pleintje. Hij was breekbaar en fenomenaal. Net zo fenomenaal als zijn muzikanten en zijn weergaloze achtergrondzangeressen. Hit na hit na hit zong hij. En het publiek genoot. Met volle teugen. Niet alleen babyboomers. Onze kinderen fluisterden dat het hun mooiste concert ooit was. Die man! Dat hoedje! Die stem!

Een keer eerder was ik bij hem. Tien jaar geleden in het Parijse Olympia. Ook toen was hij in topvorm. Maar volgens mij was hij dat altijd. Kwam door het feit dat hij zijn werk zo bloedserieus nam. Dat is trouwens de enige manier om het zo lang vol te houden. Afgelopen weken schalde zijn laatste album dagelijks door mijn huis en door mijn auto. Daarin kondigde hij zijn dood eigenlijk al aan. Niemand is dan ook verbaasd. Wel verdrietig. Althans ik. Een prettig soort verdriet.

Ik kreeg het droeve nieuws te horen terwijl ik las over de kogelvrije tabberd van Sint Nicolaas en de detectiepoortjes waar de kleuters in Maassluis doorheen moeten voor ze de goedheiligman een handje mogen geven. Die weten niet dat 50 procent van de Pieten zwaar bewapend is. Dat onder het strooigoed kalasjnikovs liggen. Het is een risicowedstrijd. Allerhande hooligans schijnen van plan te zijn zich te roeren. Tsja. Hoorde het serieuze gerucht dat Sinterklaas volgend jaar met een onderzeeboot komt. Die net door de Russen verjaagde Bruinvis willen ze daarvoor gebruiken. Dat ding stelt militair toch niks voor. Schijnt al op de vlucht te slaan voor een dobberboot met vluchtelingen en begint al te trillen bij een kwintet forellen.

Had ik dit aan de overleden dichter kunnen uitleggen? Dat wij in 2016 op deze manier een kinderfeest vieren? Ik denk dat hij geantwoord zou hebben met een simpel Hallelujah.

Toch is dat minder alarmerend dan de laatste berichten uit de VS. De Trump-aanhang viert de overwinning. Homo’s worden sinds een paar dagen ouderwets uitgescholden, moslims krijgen een gezellige Hitlergroet van de rode petjes naar hun hoofd, latino’s krijgen de verschrikkelijkste teksten voor de voeten geworpen en de Ku Klux Klan gaat binnenkort een uitbundig feestje geven. Wel gekostumeerd hoop ik. Ook transgenders zijn niet meer veilig.

Laatst legde ik aan een kind uit wat een transgender is. Iemand die ontevreden is met zijn lichaam en dat laat veranderen. Mannen worden zoveel mogelijk vrouw en vrouwen man. Daar wordt aan geboetseerd. Ik vond het een ongemakkelijk onderwerp. Toen vroeg het mannetje of een vrouw met neptieten ook een transgender is. Ik legde uit dat dat anders ligt. Een vrouw die haar tieten opvult met een zootje plastic is geen transgender. Dat is iemand die de zaak opkrikt. Soms omdat ze door een dramatische ziekte haar borsten heeft verloren, maar vaker gebeurt het omdat vrouwen zekerder door het leven willen. Daarom laten sommige mannen ook hun lul verlengen. Het kereltje vroeg of wij mensen kenden met neptieten. Ja, die kenden wij wel, maar ik had geen zin om namen te noemen. De meeste vrouwen zagen er zo belachelijk uit dat hij het op een gegeven moment zelf wel zou ontdekken. Eén middagje strand en je wordt proestend wijzer. Uiteindelijk noemde ik mevrouw Trump. Vond ik een veilig voorbeeld. Die heeft keiharde nepperds en is er trots op dat ze die krengen zelf betaald heeft. Ik denk dat ze twee jaar een krantenwijkje heeft gelopen.

„Dus een vrouw met neptieten is wel veilig voor de Trump-aanhang en wordt dus niet in elkaar gebeukt?”, gaat het wijze kereltje mij binnenkort ongetwijfeld vragen.

Ik zal dan met ‘ja’ moeten antwoorden. Hoewel? Helemaal vrij van risico is ze niet. Ze is namelijk ook immigrante. Maar dan zal het slimme kereltje zeggen: „Maar geen latino, dus niemand die dat ziet.”

Ik kan maar één ding mompelen: „Hoogste tijd, Leonard. Rust zacht.”