‘Het is erop of eronder voor Hema’

Interview Tjeerd Jegen, bestuursvoorzitter Hema

De mensen bij Hema waren „in slaap gesust”, zegt de topman die vorig jaar aantrad. Jegen doet de dingen anders en vertelt zijn personeel de waarheid. „Als wij zo doorgaan, worden we bijgezet in het Nederlands winkelmuseum.”

Foto Merlijn Doomernik

Op het hoofdkantoor van Hema is de voertaal nu Engels. Hema wordt namelijk „in hoog tempo” een internationaal bedrijf, zegt bestuursvoorzitter Tjeerd Jegen. Bovendien moeten de twee Britten die Jegen aan zijn team toevoegde ook alles kunnen volgen.

Jegen, die jarenlang in het buitenland werkte, spreekt zelf bijna beter Engels dan Nederlands. Voor de meeste van zijn collega’s gold dat zeker niet. Mensen die in hun moedertaal briljante presentaties geven, stonden in het Engels te hakkelen. Heel vervelend, vond Jegen dat. Daarom organiseerde hij Engelse les. „Daar wordt gretig gebruik van gemaakt.”

Tjeerd Jegen (45) heeft wel meer veranderd sinds hij vorig jaar april bestuursvoorzitter werd. Zo heeft hij het hoofdkantoor van Hema omgedoopt tot ‘support office’. „Wij zijn er om de winkels te ondersteunen.” Op het moment dat hij deze boodschap aan zijn collega’s meedeelde, werd buiten in grote letters ‘support office’ op de gevel geschroefd. Jegen kijkt opgetogen als hij eraan terugdenkt. „Toen de mensen naar buiten liepen, hingen die letters ineens boven de deur.”

Wat ook is veranderd: Jegen heeft zijn werknemers meteen heel duidelijk gemaakt dat het niet goed gaat met Hema. Helemaal niet goed. De mensen, zegt Jegen, waren „in slaap gesust”, terwijl Hema al jaren verlies maakt. Vorig jaar bedroeg dat 72,5 miljoen euro. „Het gaat gewoon niet goed, we zijn niet gezond.”

Wat hebt u tegen het personeel gezegd?

„Het is erop of eronder. Ik heb een stripje van Gerrit de Jager gebruikt, dat ging over het Nederlands winkelmuseum. Daar stond Hema ook in. Ik heb gezegd: ‘Als wij zo doorgaan, worden we bijgezet in het winkelmuseum. Not on my watch. Er komen pijnlijke dingen aan, maar niets is zo pijnlijk als museumdirecteur worden.’ Dat hielp bij de acceptatie dat dingen even anders worden.”

Wat trof u aan toen u aantrad?

„Een bedrijf dat sturing miste. De magazijnen puilden uit, stonden vol met oude voorraden. Die hadden een verkoopwaarde van 540 miljoen euro. We zijn nog steeds aan het afbouwen. En de kosten rezen de pan uit. Vier jaar lang was de omzet gedaald, maar de kosten in de winkels waren omhooggegaan. Dat is niet zo handig. Ik heb elke winkel en afdeling een wekelijks budget gegeven. ‘Zoveel mag je uitgeven en daar doe je het maar mee.’”

Het nieuwe Hema. Tekst gaat verder onder de afbeeldingen:

Gaat Hema V&D achterna?

„Nee. Het grote verschil is dat Hema met name verliesgevend is door de grote schuldenlast, terwijl V&D altijd verliesgevend is geweest ondanks een lage schuldenlast. En V&D had veel meer last van onlineconcurrentie. Als je merken verkoopt die de klant ook online kan vinden: succes! Hema heeft geen merken die je bij een Zalando of Bol.com kunt halen. Wij ontwerpen onze producten zelf.”

U richt zich erg op internationale groei, Hema heeft nu 700 winkels in zeven landen. De omzet in Nederland groeit nauwelijks. Probeert u de aandacht daarvan af te leiden?

„De omzet in Nederland is zes kwartalen op rij gestegen, in een markt die krimpt. De omzet van online spelers stijgt, terwijl die van traditionele winkels afneemt. Dus ik ben blij met de omzetgroei.”

U vindt niet dat u te weinig aandacht besteedt aan de thuismarkt?

„Nee, ik besteed tachtig procent van mijn tijd aan Nederland, de rest aan de buitenlandse winkels. Maar het is voor Hema wel belangrijk om minder afhankelijk te worden van Nederland. Bedrijven als H&M en Ikea kunnen dankzij hun omvang groter en dus goedkoper inkopen en dus meer investeren in online.”

Online wordt steeds belangrijker. Voor hoeveel Hema’s is er nog plek in Nederland?

„Ik verwacht niet dat wij minder winkels in Nederland krijgen, maar ook niet heel veel meer. Van onze 560 Nederlandse filialen zijn er vijf tot tien verliesgevend, dat is een gezond aantal. Ik zou wel graag nog meer winkels willen hebben op NS-stations. We hebben er nu tien, daar kunnen er nog wel tien bij.”

Jegens voorganger, Ronald van Zetten, was twaalf jaar bestuursvoorzitter. Mensen noemden hem ‘Mister Hema’. Hij droeg altijd Hema-kleding en had een speciale techniek om een tompouce te eten (de roze bovenkant eraf halen, die omgekeerd aan de onderkant vastplakken en dan naar binnen schuiven).

Jegen draagt, afgezien van sokken en onderbroeken, geen Hema-kleding. En tompouces eet hij niet. „Suiker is een killer.” De basis van zijn dieet is „high fibre, low sugar”. Jegen probeert meer gezonde producten de bedrijfskantine in te krijgen en elke maandagavond ‘bootcampt’ hij met een clubje collega’s. Hij heeft zijn hele directieteam geprobeerd mee te krijgen, maar dat is niet gelukt. Zijn gezonde levensstijl heeft hij opgepikt in Australië, waar hij vier jaar werkte bij supermarktketen Woolworths, door Jegen ‘Woolies’ genoemd.

Uit het buitenland nam Jegen ook een Angelsaksische leiderschapsstijl mee. Mensen die met hem werken zeggen dat hij „bikkelhard” kan zijn: wie niet functioneert, moet weg. „Tja, het woord ‘hard’ wordt in Nederland nogal snel gebruikt”, vindt Jegen. Bij zijn eerdere werkgevers leerde hij: „Als het goed gaat, word je beloond. Als het fout gaat, draag je de consequenties.” Aan een ondernemingsraad met serieuze invloed moest Jegen naar eigen zeggen „wennen”. Besluiten vergat hij wel eens aan de OR voor te leggen. „Dan werd ik herinnerd: ‘Tjeerd, dit is wel adviesplichtig hoor’.”

Hema heeft ook een Angelsaksische eigenaar: Lion Capital. Al sinds 2007 is dit private-equitybedrijf de enige aandeelhouder. Het ligt voor de hand dat Lion een keer van de warenhuisketen af wil. Het is een publiek geheim dat Lion eerder al vergeefse pogingen deed om Hema te verkopen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Is het uw opdracht Hema verkoopklaar te maken?

„Mijn opdracht is om de resultaten te verbeteren en groeipotentieel te creëren. Uiteindelijk komt er inderdaad een moment dat Lion besluit om afscheid te nemen van Hema. Maar ik heb bedongen dat ik een aantal jaren de tijd krijg om mijn opdracht uit te voeren.”

Hebt u financieel belang bij een verkoop met winst?

„Uiteraard. Als het met Hema goed gaat, word ik daarvoor beloond. Ik heb geen aandelen, maar wel een soortgelijk systeem. Het komt erop neer: als het goed gaat, deel ik daarin mee.”

Welke wijze van verkoop heeft uw voorkeur?

„Daar ga ik niet over, dat is aan de aandeelhouder. Ik heb natuurlijk wel…” Jegen weegt zijn woorden. „Ideeën is misschien een groot woord. Maar persoonlijk zou ik een beursgang heel mooi vinden. Ik krijg heel veel ongevraagd advies van klanten uit heel Nederland. Daar blijkt uit: Hema is van iedereen. Dat voelt ook zo. Als je dat ultiem zou doorvertalen, zou een beursgang natuurlijk heel leuk zijn.”

Hema als volksaandeel?

„Ja!”

Kan Hema 2016 nog met winst eindigen?

„Winst zal nog enige tijd duren. Het duurt jaren voor Hema weer gezond is.”

In hoeverre heeft dat te maken met de hoge schulden? Hema betaalt jaarlijks ruim 50 miljoen euro rente over een schuld van 700 miljoen.

„Ideaal is dat niet. Die lening stelt ons in staat dingen te doen, maar kost heel wat. Toen Hema die schuld aanging, stond het bedrijf er nog een stuk beter voor. De planning ging er niet van uit dat de winst zou omslaan in verlies, die ging uit van groei. Met winst kun je zo’n schuldenlast makkelijk dragen.”

Om even los te komen van de miljoenen, targets en schulden, probeert Jegen eens per twee maanden een dagje mee te draaien in een Hema-filiaal. ’s Ochtends broodjes smeren met het horecateam vindt hij het leukst, zegt hij. „Dan hoor je echt wat er speelt in de winkel.” Andersom schrijft Jegen elke week een blog over wat hem bezighoudt.

Van zijn eerste zelf gesmeerde broodje zette hij een foto op Instagram. Bijschrift: „Made with love!” Jegens account staat vol met selfies met Hema-collega’s. In een magazijn, op de Gay Pride, tussen de taarten. Werknemers weten inmiddels dat de baas altijd met hen op de foto wil en vragen er nu zelf om. „En dan zet ik hem op Insta.”

Tekst gaat verder onder de grafiek.

In het weekend gaat Jegen ook „altijd wel een winkel bezoeken”. Zijn dochter van 13 en zoon van 11 gaan vaak mee. Van zijn dochter krijgt hij „veel feedback”. Jegen lacht. „Ze heeft er oog voor.” Als klein meisje liep ze al met pen en blocnote door de supermarkt waar Jegen werkte en schreef op dat het ergens vies was, of dat de tomaten niet goed waren.

Na vijftien jaar in Roemenië, Maleisië, Thailand en Australië woont het gezin nu in Bussum. „Ik heb Nederlandse kinderen, die Nederlands spreken en schrijven, maar ze hadden nog nooit in Nederland gewoond”, zegt Jegen over zijn besluit om terug te keren. Hij en zijn vrouw vinden het belangrijk dat hun kinderen in Nederland naar de middelbare school gaan en op de fiets naar school kunnen.

Hoe was het om terug te komen in Nederland?

„Ik vertrok in 2000 uit een land waarvan ik dacht dat het progressief en tolerant was. Waar politici niet een hele bevolkingsgroep op religieuze gronden demoniseren. Ik snap niet dat dat kan, het gaat over een miljoen mensen met een Nederlands paspoort. Daar maak ik me zorgen over. En ik kan ook zien dat Nederland armer is geworden. Op straat zie je veel oude auto’s, mensen zijn hun baan kwijt. Mensen die ik sprak zeiden: ‘Mijn huis staat onder water.’ Ik kende die hele uitdrukking niet.”

Als u ook in het weekend Hema’s bezoekt, hoe zorgt u dat u genoeg tijd heeft voor uw gezin?

„Ik plan mijn jaar min of meer vooruit, inclusief vakanties en activiteiten met het gezin. Er zijn een paar dingen waar ik niet aan torn: maandagavond ga ik bootcampen en eet ik thuis. En vakanties, daar komt niks tussen. Maar de rest van de tijd ben ik er voor Hema.”