Globalisering om de hoek

Filialisering

Overgenomen concerns zijn machteloze filialen geworden. De buitenlandse eigenaar neemt de beslissingen. Dat leidt tot permanente spanningen.

Filialisering. Kent u dat woord? Nee, niet de trend dat ketens als Blokker, Hema of Kruidvat de straten volzetten met hun filialen.

Deze filialisering is een Vlaams woord met een zekere tristesse, dat een jaar of tien geleden ook in Nederland kortstondig furore maakte.

En weer uitdoofde.

België maakte bijna twintig jaar geleden kennis met filialisering toen het erop leek dat grote Franse en Nederlandse concerns het land opkochten. Het voelde alsof de Belgische bedrijven tot filialen werden gereduceerd, machteloze winkeldochters. De Generale Maatschappij, nationaal icoon, werd onder leiding van de Franse groep Suez ontmanteld. De Franse verzekeraar Axa kocht Royal Belge. ING ontfermde zich over de bank BBL.

Opeens namen anderen, in het buitenland, beslissingen over lokale banen, economische uitbreiding of krimp, dus eigenlijk over de nationale toekomst.

Zo waaide het woord ook over naar Nederland. Hier werd het gebruikt om die lokale machteloosheid juist te ontkennen. Toenmalig minister Gerrit Zalm (Financiën, VVD) schreef de Tweede Kamer bijvoorbeeld in 2006 dat het staatsbelang in busbedrijf Connexxion wel werd verkocht aan een Franse eigenaar, maar dat hier geen sprake was van filialisering.

Henk Kamp die in India moet pleiten

Filialisering in België is tegenwoordig klagen dat ING met een pennestreek 650 kantoren sluit en ongeveer 3.500 banen schrapt. Filialisering in Nederland is dat minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) in Mumbai bij de top van het Indiase conglomeraat Tata moet pleiten voor het behoud van banen bij hun staalfabriek in IJmuiden, voorheen Koninklijke Hoogovens.

Filialisering in Nederland is straks misschien ook klagen dat de overname van PostNL door Bpost niet zo positief uitpakt als eerder gedacht. Bijvoorbeeld omdat de 3.600 in het vooruitzicht gestelde nieuwe banen in Nederland en België er niet komen.

Globalisering is een trend op wereldschaal, maar filialisering gebeurt een straat verderop.

Waar doet de missie van Kamp in India aan denken? Aan minister-president Jan Peter Balkenende (CDA), die eind juli 2010, onder druk van de Tweede Kamer, een telefoongesprek moest voeren met de topman van het Amerikaanse farmaconcern Merck om dochterbedrijf Organon in Oss te redden. Merck had weken eerder besloten tot een grote reorganisatie. Acht onderzoekscentra over de hele wereld gingen dicht. Onderzoek werd gecentraliseerd op de Amerikaanse thuismarkt. Verlies voor Oss: meer dan tweeduizend banen, waarvan de helft die van onderzoekers.

De Tweede Kamer schrok en zette het kabinet en Balkenende onder druk om de Amerikaanse eigenaar op andere gedachten te brengen.

De sluiting van de onderzoeksafdeling in Oss confronteerde politici en werknemers met de keerzijde van de mondiale economische verstrengeling. Een Nederlandse onderneming die wordt overgenomen door een buitenlandse concurrent ziet dat het beslissingscentrum zich verplaatst naar de nieuwe buitenlandse eigenaar.

Dat hoeft geen problemen op te leveren. Want wie net een bom duiten heeft neergeteld voor een bedrijfsovername, zou een dief van zijn eigen portemonnee zijn als-ie daaraan schade zou toebrengen. De spanningen ontstaan als er nieuwe investeringen gedaan moeten worden. Want investeringsgeld is altijd schaars. Dat geldt voor onderzoek en ontwikkeling, maar ook voor bijvoorbeeld marketing. De vraag is altijd: waar wil de nieuwe eigenaar vervolginvesteringen doen? Welke regio’s zijn het aantrekkelijkst qua kosten, maar ook opbrengsten?

Permanente spanning

Organon was landelijke opschudding. In andere situaties bleef het bij lokaal nieuws, zoals de sluiting van snoepfabriek Lonka in Dieren (Gelderland). Het Zweedse merkartikelenbedrijf Cloetta (onder meer Red Band-dropjes en King-pepermunt) kocht het bedrijf, met fabrieken in Dieren en Roosendaal, vorig jaar. Nu gaat de fabriek in Dieren dicht, 34 mensen verliezen hun baan en de productie wordt gecentraliseerd in Slowakije. De reactie van wethouder Ronald Haverkamp van de gemeente Rheden, die ook Dieren omvat, in De Gelderlander: „Dat zo’n bedrijf vertrekt naar het buitenland, is teleurstellend. Maar dat kun je als overheid niet tegenhouden.”

De angst voor filialisering zorgt bij twee gezichtsbepalende ondernemingen voor permanente spanning: luchtvaartmaatschappij KLM en staalbedrijf Tata. Doet de buitenlandse eigenaar wel voldoende investeringen? Het winstgevende KLM wil niet overvleugeld worden door het grotere Air France. Het KLM-personeel wil niet inleveren op arbeidsvoorwaarden terwijl Frans personeel uit de wind wordt gehouden.

Bij Tata in IJmuiden overheerst de angst dat de verliezen bij de Britse zusterbedrijven op hen worden afgewenteld. Op het personeel. Op investeringen in de fabriek. De spanningen zijn verder toegenomen nu eigenaar Tata zijn Europese staalbedrijven wil koppelen aan die van het Duitse ThyssenKrupp.

Al zijn er grote verschillen, het trio KLM, Tata en PostNL heeft ook drie opmerkelijke overeenkomsten. Nummer een: zij zijn grote werkgevers ín Nederland. Samen 93.000 werknemers, plus verwante werkgelegenheid in toelevering en dienstverlening.

Twee: ze hebben sterke vakbonden. Zie de (dreiging van) staking bij KLM. Zie de baangarantie voor vijf jaar die de bonden bij Tata afdwongen.

Drie: de angst voor hun filialisering lokt verrassende reacties uit. Voorzitter Hans de Boer van werkgeverslobby VNO-NCW heeft al gepleit voor nationalisatie van KLM.

Voorzitter Ineke Dezentjé Hamming van de FME, het cluster van technologiebedrijven, vroeg ruim twee maanden geleden in een open brief in Het Financieele Dagblad om direct overheidsingrijpen. Zo moest Den Haag voorkomen dat de afdeling onderzoek en ontwikkeling van Tata naar Duitsland verhuist bij een samengaan met Thyssen. „Dat zou het begin zijn van de ontmanteling van dit Nederlandse staalbedrijf, een afbraakproces dat wij ook bij Organon hebben gezien toen dit farmaconcern in buitenlandse handen kwam.”

En afgelopen week sprongen twee liberale bewindslieden, Kamp van Economische Zaken én premier Mark Rutte, op de bres voor de zelfstandigheid van PostNL. Zij gaan niet over een fusie of een overname door Bpost, zeggen ze, maar ze waarschuwen wel alvast. Eigen post eerst. Want de Belgische overheid zou als grootste aandeelhouder van Bpost dan ook partij worden op de geliberaliseerde Nederlandse postmarkt.

PostNL nam dat argument vrijdagmorgen feilloos over in zijn kloek geformuleerde afwijzing van het bod. Het bedrijf betwijfelt of zij gezien het Belgische politieke sentiment en de blijvende invloed van de Belgische overheid op de combinatie haar „essentiële rol” in de Nederlandse samenleving kan blijven spelen.

Conclusie: PostNL kiest de bescherming van het kabinet. En het kabinet zit gezien de spanningen bij Tata en KLM niet te wachten op nog een fusie die knettert.