Gas raast vanuit ‘oogleden’ het stelsel in

ALMA-telescoop in Chili legt zeldzaam fenomeen vast: twee schampende sterrenstelsels die een oogachtige structuur vormen

De met elkaar verstrengeld geraakte, spiraalvormige Foto ALMA (ESO/NAOJ/NRAO)/ M. Kaufman.

Het is een zeldzaam schouwspel: twee spiraalvormige sterrenstelsels die langs elkaar schampen en daarbij een opmerkelijke structuur hebben gevormd. Het lijken wel ogen die je aanstaren. Amerikaanse en Franse astronomen hebben nu ontdekt dat zich in het spiraalvormige sterrenstelsel IC 2163 (op de foto het linkeroog) een ‘tsunami’ van sterren en gas voltrekt, richting het centrum van dat stelsel. Dat concluderen ze op basis van waarnemingen met de ALMA-telescoop in het noorden van Chili ( The Astrophysical Journal, 4 november).

Het sterrenstelsel IC 2163 staat op een afstand van ongeveer 114 miljoen lichtjaar en is enkele tientallen miljoenen jaren geleden verstrengeld geraakt met zijn grote buur NGC 2207.

De tsunami waarover de astronomen schrijven, concentreert zich in de ‘oogleden’ van IC 2163. Op de foto zijn dat de twee bloedrode bogen om het linker, helderblauwe lichtpunt. Die bogen zijn concentraties van gas, ontstaan als gevolg van de ontmoeting van de twee sterrenstelsels, en de daaropvolgende zwaartekrachtinteracties. Die hebben de sterren en het daartussen aanwezige gas sterk in beweging gebracht. Daarna is het gas zich gaan concentreren. Uit de ALMA-waarnemingen blijkt het gas met een snelheid van meer dan 100 kilometer per seconde in de richting van het centrum van het stelsel te stromen. Maar onderwijl remt het gas ook sterk af. De astronomen vergelijken dit effect met een grote oceaangolf die met hoge snelheid op de kust af komt totdat hij in ondieper water terechtkomt, aan snelheid inboet en al zijn water op het strand deponeert.

Het ontstaan van de oogleden kan door computermodellen goed verklaard worden, maar ze laten ook zien dat zulke structuren alleen ontstaan wanneer twee sterrenstelsels op een heel specifieke manier langs elkaar schampen. Ook is hun ‘levensduur’ beperkt – vandaar dat er nog maar een paar gevallen van bekend zijn.

Uit de op gang gebrachte concentratie van het tussen de sterren aanwezige gas kunnen zich ook nieuwe sterren vormen. Uit eerdere opnamen van IC 2163 en NGC 2207 die zijn gemaakt met ‘normale’ telescopen, blijkt inderdaad sprake te zijn van een overvloed aan jonge sterren.

Het zal overigens niet bij deze schampende ontmoeting tussen IC 2163 en NGC 2207 blijven. De twee sterrenstelsels houden elkaar zodanig in de greep, dat ze zich uiteindelijk zullen samenvoegen.