Een jongen uit één stuk

Autotest De mooiste SUV is die van Seat, vindt . Met zijn strak gelijnde, hoekige casco maakt de Seat Ateca reclame voor het genre.

De Seat Ateca bij autobedrijf Rijnwoud in Rotterdam. Foto Peter de Krom

In een keurige Duitse nieuwbouwwijk wonen drie broers met bloeiende, kinderrijke gezinnen. Hun zussen zijn naar Tsjechië en Spanje uitgewaaid voor twee geliefden met een hart van goud. Die heten nu Skoda en Seat, maar de wederhelften werden zo liefdevol in de familie opgenomen dat ze zich Duitser voelen dan de Duitsers.

De banden bleven hecht en de genen moeten van gietijzer zijn. Op het productieritme en de gendercode van hun respectievelijke nageslacht kun je de klok gelijk zetten. Komt er één jongetje, dan krijgen ze dat allemaal. Meisje in aantocht? Iedereen.

Alle vijf kregen ze zo precies evenveel kinderen, van groot tot klein. Die vertonen bovendien opmerkelijke overeenkomsten. Uiterlijk houd je ze nog uit elkaar, maar op het sportveld lopen ze even hard, ze hebben dezelfde lievelingsgerechten en dezelfde stemmen. Ze lopen niet in zeven sloten tegelijk, maken keurig hun huiswerk en komen hun afspraken na, meestal – da weiss man, was man hat.

Maar het is met auto’s net als met de voortplanting; van nieuw leven krijg je nooit genoeg.

Dit is dan ook de familie Volkswagen, de sympathiekste en meest hechte clan op aarde. Als goede kennissen zien we elkaar frequent. Ik mocht zelfs bij de doop van Ateca zijn, de jongste Seat. Een jongen uit één stuk, breedgeschouderd al en strak in het vel, geen fratsen. Bij de oudere Volkswagenbroertjes zag ik de schok der herkenning. Wij zijn trouwens ook zwanger, zei moeder Skoda trots, en het geslacht is al bekend. Het wordt een jongetje en we noemen het Kodiaq. Zo te zien kunnen we er allemaal drie keer in, grapte een broer, wat een pens. Net zo’n beer als die van jullie!, glom zijn draagster.

Volkswagenfamilie

Een parabel naar het leven. De echte Volkswagenfamilie is een recyclingbedrijf dat stamgenen uit het onderdelenmagazijn in Wolfsburg rondpompt van VW-kolonie naar VW-kolonie, een post-communistisch bedrijfsmodel op kapitalistische grondslag. De Seat Ateca, de eerste SUV van Seat, heeft dezelfde motoren en hetzelfde onderstel als de auto die bij VW iets steviger geprijsd Tiguan heet en bij de premiumdivisie van de firma Audi net iets hoger op de ladder Q3 heet. Hij moest komen omdat iedereen nu SUVs wil die er in eigen huis dus al in overvloede waren, raar. Maar het is met auto’s net als met de voortplanting; van nieuw leven krijg je nooit genoeg.

Uiterlijk zijn de klonen prima uit elkaar te houden. De bedoeling is dat je de mooiste kiest – die door de ruime keus en door de reputatie van het huis, denken de marketeers, toch lekker altijd een VW zal blijven. Wat mij betreft wordt het de Seat. Met zijn strak gelijnde, hoekige casco is het een van de weinige SUVs die reclame maken voor het genre. Hij is mooier dan de Tiguan – zoals de Leon, de Golf van Seat, aantrekkelijker is dan de Golf.

Onderdelenloket

Des te zieliger dat het Spaanse filiaal er in concernverband een beetje bij hangt. De tekenaars kunnen de sterren van de hemel schetsen, bij het onderdelenloket staat Seat altijd achteraan. Het valt ten principale in herhaling.

Ik rijd de diesel met 150 pk die ik ken van de Audi A3, A4 en A6, de Volkswagen Golf en Passat, de Skoda Octavia en de Skoda Superb, een krachtcentrale die me uitstekend beviel en daarom, maar dat wist je van tevoren, niet teleur kan stellen. Ik zit op stoelen die door VW waarschijnlijk rechtstreeks op de trein naar Barcelona zijn gezet. En ik heb de luxe die VW nu ook de volkse subdivisie gunt. ‘Welcome lights’ projecteren vanuit de achteruitkijkspiegels bij nacht ‘Ateca’ op het wegdek. We hebben een elektrische achterklep met voetbediening, een truc die we van Volkswagen kennen. Houd met je handen vol je voet onder de achterbumper en de boel zwaait open. Ge-ni-aal.

Ik heb weinig tegen hem in te brengen. De ruimte is redelijk en hij rijdt als alle andere VW’s. Dat is meteen mijn enige bezwaar. Elke nieuwe VW, helemaal als hij Seat heet, was er eigenlijk altijd al.

Eén tip, Seat, VW, of wie ik er in Wolfsburg ook op aan mag spreken; probeer geen Pietje Bell van hem te maken. Bij de introductie vang ik verontrustende signalen op dat die van Seat hun Ateca een sportieve auto vinden. Dan was hij waarlijk strakker door de bocht gevlogen. Laat ze in de grootste familie van Duitsland nou niet doen alsof ze net bij Lamborghini op de koffie zijn geweest.