Doodsbang voor de baas

Leiderschap

Een op de negen werknemers in Nederland heeft een leidinggevende die zich onbehoorlijk gedraagt. De beste remedie is tegengas geven. „Het is vaak beter je tanden te laten zien.” 

Foto iStock

Onder het oog van collega’s uit een overleg getrokken worden, omdat je kennelijk niet voldoende ‘geleverd’ hebt. Om de haverklap uitgekafferd worden, zelden met een echt goede reden. Colinda van Dijk (49), mede-eigenaarvan adviesbureau Gewoon HR en leider van de training ‘Omgaan met je baas’, weet waar ze het over heeft. Zelf had ze ook eens een ‘nare’ leidinggevende. Een die ze liever ontliep, wanneer hij tegen haar was uitgevallen. Een bij wie ze krampachtig haar best deed, om maar te voorkomen dat hij nog eens kritiek kon leveren. Toch zijn dat precies de dingen – „terugtrekken, ontlopen” – die ze haar deelnemers nu afleert. Want, zo weet Van Dijk: „Het is vaak beter je tanden te laten zien.”

‘Foute’ bazen komen in vele gedaanten. De perfectionistische baas, waarbij je het nooit goed genoeg doet. De chaotische baas, die de spelregels continu verandert. De slavendrijver, de beste vriend, de vriendelijke tiran. Van Dijk ratelt ze een voor een op. Het klinkt misschien gek, zegt ze, maar de reactie op zulke bazen is meestal hetzelfde: er gebeurt iets wat we niet prettig vinden, we worden cynisch en duiken weg.

Aangestuurd worden door een vervelende baas is niet alleen onprettig, onethisch gedrag van leidinggevenden kan ook schadelijk zijn. Zo onderzochten de Amerikaanse managementgoeroes Jack Zenger en Joseph Folkman in 2012 het effect van leiderschap op de betrokkenheid en productiviteit van werknemers. Wat bleek: door collega’s ‘slecht’ bevonden bazen leverden minder betrokken, en zodoende minder productieve werknemers. En dat zorgt weer voor stress en uitval, volgens onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Bennett Tepper. ‘Duivelse bazen’ – leidinggevenden die gevoelens of gedachten van hun werknemers ridiculiseren – leveren minder gelukkige en gezonde werknemers.

Nooit een compliment

Maar wanneer kun je eigenlijk spreken van een ‘slechte’ baas? Is dat de baas die bijna elke dag tierend aan je bureau staat? Of is dat misschien ook wel de baas die jou nooit een compliment over geleverd werk geeft?

Volgens Marius van Dijke, professor gedragsethiek aan de Rotterdam School of Management, wordt er in ieder geval een grens overschreden wanneer iemand onethisch gedrag vertoont. Van Dijke: „Hieronder verstaan we gedrag dat niet voldoet aan wat de meeste mensen als moreel goed beschouwen.” Preciezer geformuleerd: „Het wordt wereldwijd als immoreel beschouwd om mensen moedwillig kwaad te doen, of oneerlijk met ze om te gaan. Om niet te doen wat je zegt te zullen doen kortom, of de plannen onaangekondigd te wijzigen.” Een onethische baas houdt zich niet aan deze universele ‘spelregels’, stelt Van Dijke.

Toch is enkel naar het gedrag van de baas kijken ook niet helemaal eerlijk, vindt trainer Colinda van Dijk. „In de praktijk merk ik dat een slechte relatie met een leidinggevende vaak begint bij een simpel gebrek aan aandacht of voortdurende miscommunicatie.” Haar trainingen begint ze daarom altijd met de vraag: ‘Wat doe je zelf om de relatie met een leidinggevende goed te houden?’ Of: ‘Zeg jij wel wat je nodig hebt?’ Van Dijk: „Negen van de tien keer blijkt dat niet zo te zijn, en kunnen werknemers zelf ook nog allerlei stappen zetten.” Professor Van Dijke ziet dat ook terug in wetenschappelijk onderzoek: „Werknemers zijn geneigd hetzelfde immorele gedrag te vertonen als dat zij ontvangen. Ze gaan uit van hun gut feeling, en reageren daarom emotioneel.”

Een verkeerde respons, benadrukken beiden. En dus stelt professor Van Dijke in zijn huidige onderzoek de vraag: hoe kun je wél constructief met een nare baas omgaan? Het voorlopige resultaat: „Niet automatisch op negatieve emoties bouwen, een stap terug nemen en de zaak eens rustig in perspectief zetten.” ‘Emotieregulatie’, wordt dat volgens van Dijke genoemd. „Een strategie waarvan wij hebben aangetoond dat het een positief effect heeft op de werkhouding van werknemers.”

Weglopen lost niets op

Maar hoe zorg je ervoor dat je het hoofd koel houdt, ook wanneer een baas overduidelijk vervelend of kwetsend gedrag vertoont?

De eerste stap bestaat eruit de situatie niet uit de weg te gaan. Uit psychologisch onderzoek van de Universiteit van Alabama uit 2014 blijkt dat werknemers die hun ‘nare’ baas ontwijken, vaker te maken krijgen met burn-outverschijnselen zoals emotionele uitputting, dan werknemers die wel voor zichzelf opkomen. Dat heeft een simpele reden: weglopen betekent dat er geen oplossing gezocht wordt, en het knagende gevoel aanhoudt. Weglopen betekent bovendien dat werknemers andere, waardevolle feedback van hun leidinggevende zullen missen, wat weer van negatieve invloed kan zijn op het werkresultaat. Een negatieve spiraal tot gevolg.

In een van zijn meest recente studies ontdekte psycholoog Tepper daarnaast dat werknemers die voor zichzelf opkomen, zichzelf minder vaak als ‘slachtoffer’ zien. Ze ervaren daarom minder stress en zijn vaker tevreden met hun baan. Niet in de laatste plaats omdat ze in zo’n geval meer respect krijgen van collega’s, en de betrokkenheid met het bedrijf minder snel verliezen.

Tegengas geven dus. Maar de manier waarop is wel cruciaal. Trainer Van Dijk probeert bij de deelnemers van haar cursus in eerste instantie uit te vinden: wat verwacht de leidinggevende nu eigenlijk van diegene? „Vaak begint het toch echt met je op een rationele manier in iemands schoenen verplaatsen. Wat houdt mijn leidinggevende ’s nachts wakker? Wat vindt hij of zij belangrijk? Geef ik hem of haar weleens een compliment?” Wanneer je weet wat iemand belangrijk vindt, zegt Van Dijk, kun je je reactie daarop aanpassen. „De kans op een miscommunicatie of onbegrip is dan stukken kleiner.”

Oefenen voor de spiegel

Het uiten van je eigen verwachtingen, iemand aanspreken op vervelend gedrag, het aangeven van je grenzen – volgens van Dijk zijn het allemaal dingen die werknemers geneigd zijn niet te doen wanneer een leidinggevende onprettig gedrag vertoont. „Terwijl dat juist de enige zinvolle reactie is.” Het tweede onderdeel van de training ‘Omgaan met je baas’ is daarom het verzinnen van een tegenreactie. De high power pose, noemt Van Dijk dat – een verbaal én fysiek sterke houding. „Werknemers willen in de eerste plaats altijd aandacht, en meteen daar achteraan duidelijkheid. Ik vraag dan: Geef jij je baas ook voldoende aandacht? En: Ben jij wel duidelijk? ” Onzekere mensen leert ze zich uit te spreken, desnoods door een reactie te oefenen voor de spiegel.

Natuurlijk kun je niet eeuwig blijven proberen de relatie met je leidinggevende te repareren, geeft Van Dijk toe. „Als iemand je beledigt of intimideert, wanneer je alles hebt besproken maar er niets verandert, dan is opstappen vaak de enige optie.” Het bestrijden van slecht leiderschap is daarom ook een zaak voor bedrijven: kijk bij het aanstellen van leidinggevenden niet alleen naar wat iemand kan, maar ook naar zijn of haar persoonlijkheid. Bedrijven zouden in de selectieprocedure bijvoorbeeld alvast kunnen letten op karaktertrekken als arrogantie en minachting. De beste eigenschap van een goede leidinggevende? Een stabiel zelfbeeld, concludeerde een arbeids- en organisatiepsycholoog van de Rijksuniversiteit Groningen in 2015. Een goede leider is trots en zelfverzekerd, zonder hoogmoedig of zelfzuchtig te zijn.