De Baantjer voor middelbare scholieren

De laatste bladzijde Helen Vreeswijk (1961-2016) wilde kinderen met haar populaire jeugdkrimi’s waarschuwen voor gevaren, maar deed dat niet op een betuttelende manier.

Het motto van schrijfster Helen Vreeswijk verraadt iets van de diender die zij lang is geweest: „Lezen is weten, weten is herkennen, herkennen is voorkomen.” Ze had een duidelijk maatschappelijk doel met haar jeugdboeken: laten zien hoe gemakkelijk jongeren kunnen vallen voor criminele verleidingen.

Daar slaagde ze in. „Zij heeft me geleerd wat promille was, hoe het leven van een meisje kan veranderen als je slachtoffer wordt van eerwraak en veel meer”, schreef een van haar vele lezers onlangs in het online condoleanceregister voor Heleen Vreeswijk. Op 31 oktober overleed zij op 55-jarige leeftijd aan borstkanker, ze was al jaren ziek.

Vreeswijk geldt als een van de succesvolste Nederlandse jongerenschrijvers van nu. Van haar achttien jeugdboeken, vooral jeugdkrimi’s, zijn in totaal meer dan 300.000 exemplaren verkocht. Met vaart geschreven, spannende misdaadverhalen zijn het, over jongeren en moderne criminaliteit: de verleidingen van loverboys, de gevaren van partydrugs, een geval van stalking. Ze schreef vanuit het perspectief van jongeren, die slachtoffers maar ook soms daders waren, én van de rechercheurs. Dat werkte: door te spelen met kennis die de lezer wel en de recherche nog niet bezat, creëerde ze spanning en liet ze ook het politiewerk van binnenuit zien.

„Ik wil wel de Baantjer worden voor kinderen”, zei ze toen ze nog maar net aan de weg timmerde. Haar populariteit is naar jeugdboekenbegrippen inmiddels van vergelijkbare orde als die van Baantjer, en net als Appie Baantjer gebruikte ze haar dienderverleden veelvuldig. Vreeswijk heeft van haar 17de tot haar 51ste bij de politie gewerkt. Als vingerafdrukdeskundige, rechercheur en medewerker aan nationale onderzoeken, zoals de moord op Gerrit Jan Heijn. Het personage Helen Resmann, dat in veel boeken een rolletje speelt, is op haarzelf als politieagent gebaseerd.

Ze debuteerde pas op haar negenendertigste – de horde die ze moest nemen, haar dyslexie, weerhield haar uiteindelijk niet. „Het schrijven gaat heel soepel, omdat ik alles als een soort film voor me zie. Ik hoef het alleen maar in te typen”, zei Vreeswijk jaren later in een interview. Schrijver Buddy Tegenbosch, die Vreeswijk als collega kende, twijfelt of dat helemaal waar was, maar snapt wel waarom ze dat zei: „Schrijven kostte moeite, in technische zin, maar ze was krachtig en ging problemen niet uit de weg.”

Literaire zinnenslijperij was nooit iets voor Helen – het verhaal, de plot stond centraal. Tegenbosch bewondert haar vlotte, toegankelijke stijl. „Dat is een groot goed voor middelbare scholieren. Lezen wordt leerlingen nog weleens opgedrongen, en dan scheelt het als een boek toegankelijk is. Ze hielp jongeren echt aan het lezen.”

„Ze was een prettige pittige tante”, zegt Susanne Diependaal, sinds De kick (2014) Vreeswijks uitgever, bij Van Goor. „Ze hield niet van getut en geneuzel. Dat wist ze ook van zichzelf: ze grapte al dat ze bij de audities voor de verfilming van De kick zelf wel zou bepalen wie de rollen kreeg. Ze had een duidelijke mening en liet die ook horen.” De audities heeft ze overigens niet meer mogen meemaken.

Maar belerend vonden haar lezers de boeken niet, weet de uitgeefster. „Ze had geen verborgen agenda en ging ook niet uitleggen wat je per se niet moest doen. Er is een achterliggende boodschap, maar ze schreef die er niet letterlijk in.”

Vreeswijks verhalen waren telkens gebaseerd op zaken die zij had zien langskomen bij de politie. Ze bleef graag dicht bij de waarheid, zegt Susanne Diependaal, „omdat ze het gevoel had dat wat zij bij de politie had gezien in de ogen van anderen algauw aangedikt leek. We hadden ook wel discussies over ongeloofwaardigheden. Dan moest zij lachen en zei: ‘Je zou eens moeten weten hoe sommige dingen echt gaan’.”

Haar ziekte wakkerde de schrijflust alleen maar aan: de chemotherapie maakte haar wel moe maar niet misselijk, dus ook in het ziekenhuis schreef ze fanatiek door. Buddy Tegenbosch: „Pas nog vertelde ze bij een optreden hoe ze het korte verhaal in opdracht voor de jongerenboekenweek Literatour had geschreven: gewoon een paar nachtjes doorhalen, zei ze. Dat deed ze dan wel.”

Haar laatste boek, Vermist, dat in september verscheen, was een verrassende stap weg van de krimi’s en de politieomgeving: een avonturenboek. Ze was kort voor haar sterven nog bezig aan een vervolg. Diependaal: „Ze bikkelde door, voor haar fans, maar ook om voor haar gezin een nalatenschap te waarborgen.” De uitgeverij gaat bekijken of het uitgegeven kan worden.