Alpen groeien vooral door smeltende ijsmassa

Geologie

Het afsmelten van gletsjers en eeuwige sneeuw doet de Alpen jaarlijks een paar millimeter omhoog veren.

De Alpen groeien nog steeds met 1 tot 2 millimeter per jaar, maar waardoor? Een Europees team van aardwetenschappers oppert nu dat vooral het historisch smelten van de gletsjers hiervoor verantwoordelijk is, en niet de erosie en afvoer van gesteente, zoals voorheen werd gedacht. De massa-afname van de Alpengletsjers in de afgelopen twintigduizend jaar heeft ervoor gezorgd dat de druk op de onderliggende aardkorst is verminderd, en de elastische korst langzaam omhoog veert. De onderzoekers beschreven hun resultaten donderdag in het tijdschrift Nature Communications.

De Alpen ontstonden zo’n 55 miljoen jaar geleden nadat de noordwaarts schuivende Afrikaanse Plaat met een uitstekende punt tussen Italië en Kroatië was geschoven en op de Euraziatische plaat was gebotst. Maar sinds een paar miljoen jaar beweegt de Afrikaanse Plaat weinig meer, en is de tektonische activiteit zeer beperkt. Toch stijgen de Alpen nog steeds.

In hun artikel proberen de aardwetenschappers alle op elkaar in spelende krachten in de Alpen te ontrafelen. Het is een complex gebied. Naast tektoniek is er onder meer sprake van erosie, gletsjersmelt, en het schuiven van weggezakte stukken aardkorst in de aardmantel. De krachten zijn niet uniform over de diverse regio’s van de Alpen. In het oosten bijvoorbeeld is er meer tektonische activiteit dan in het midden en westen.

Als belangrijkste factor voor de recente groei van de Alpen is altijd erosie genoemd. Het achterliggende mechanisme is vergelijkbaar met dat van gletsjersmelt: massa-afname door afvoer van puin en sediment. Maar in het nu gepubliceerde artikel laten de aardwetenschappers zien dat het merendeel van het geërodeerde puin en sediment in het gebied is gebleven. Het is in valleien en meren gestrand. Slechts een klein deel is ver genoeg afgevoerd om echt voor een massa-afname van het gebied te zorgen.

Op basis van een computermodel berekenden de onderzoekers wat de massa-afname moet zijn geweest als gevolg van het smelten van Alpengletsjers sinds het laatste ijsmaximum zo’n 21.000 jaar geleden. Gecombineerd met modellen voor de dikte en elasticiteit van de lithosfeer (de aardkorst en het bovenste deel van de aardmantel) concluderen ze dat het slinken van de ijsmassa voor 90 procent verantwoordelijk is voor de groei van de Alpen. Slechts 10 procent is te wijten aan erosie.

Lokaal kunnen de percentages een heel klein beetje anders zijn, omdat bijvoorbeeld tektoniek daar nog meer speelt. Zoals in het oosten van de Alpen.