Recensie

Vriendschap is een vorm van wraak

Nelleke Noordervliet

Een vrouw zonder talent voor ondergeschiktheid is op de vlucht voor haar biograaf. De uitstekende nieuwe roman van Nelleke Noordervliet gaat over dóórleven en terugkijken.

Illustratie Paul van der Steen

‘Een biografie is het verwrongen zelfportret van de auteur, een parasiet die leeft van een meestal nogal dode gastheer, een aaseter verlekkerd wroetend in een karkas. Ik moet dat niet. Ik wil dat niet.’ Zo luidt de uitgangssituatie in Aan het eind van de dag, de nieuwe roman van Nelleke Noordervliet (71). Aan het woord is de verteller van de roman, Katharina Mercedes Donker, over wie wij op die eerste pagina’s nog niet meer weten dan dat ze als scholiere Camus las aan de keukentafel van een Amsterdams arbeidersgezin en dat ze een handvol jaren ouder is dan haar schepster. En dat ze net een brief heeft gekregen van een feministische academica die haar leven te boek wil stellen.

Nelleke Noordervliet heeft haar bezwaren tegen het biografisch genre al vaker uiteengezet: volgens haar is fictie geschikter om zoiets ingewikkelds als een mensenleven in te vangen. In zekere zin kun je Aan het eind van de dag zien als de uitwerking in romanvorm van die stelling. Want hoewel Katharina (‘Kat’) Donker er weinig voor voelt om medewerking te verlenen aan het boek, spreekt ze toch enkele malen met biografe Clara Hartong af. Dat levert scherpe observaties op, over de wetenschapster: ‘Ze schrikt een beetje, mondje blijft openstaan, ruggetje recht zich als een dier dat onraad ruikt. Maar goed, ze is flexibel, dat moet je zijn tegenwoordig, flexibel en toch ferm. Ik zie het haar denken. En ook zie ik de ingeprente teksten in ballonnen boven haar hoofd verschijnen.’ De toon is een van de grootste krachten van Aan het eind van de dag. Kat is gedecideerd, vlijmscherp en zelfverzekerd. Wanneer haar man ergens mee bezig is, staat er droogjes: ‘Simon […] zoekt iets voor me uit waarvan hij denkt dat ik het wil weten.’

Biografenvoer

Wat haar biografiewaardig maakt is ongeveer dit: haar vader vocht als vrijwilliger in de Spaanse Burgeroorlog en moest dat na terugkeer in Nederland bekopen met statenloosheid. Alleen bij de communistische krant De waarheid kon hij nog terecht als letterzetter. Met als pijnlijkste moment de Hongaarse opstand van 1956, toen haar vader inmiddels gruwde van de sovjets, maar door zijn economische afhankelijkheid van De waarheid geen kik kon geven. Dat onrecht wil zijn dochter wreken; het is haar voornaamste drijfveer om zich een weg omhoog de maatschappij in te studeren – avontuurlijk, bang voor niemand en vastbesloten de wereld rechtvaardiger te maken. Ze promoveert, schrijft boeken en wordt minister. Noordervliet maakt Donker tot een kruising van Hedy d’Ancona, Els Borst en Neelie Kroes: wat harder dan de eerste twee zich voordeden, wat linkser dan de laatste twee. Hoe dan ook: een vrouw zonder talent voor ondergeschiktheid.

Iemand die bang is voor een biograaf, heeft iets te verbergen. In het geval van Kat Donker (een naam die net als Clara Hartong een tikje overomineus is), komen we die geheimen in de loop van de roman te weten. Eerst lijken die zich nog te beperken tot standaard biografenvoer (een abortus in een ver verleden), maar geleidelijk aan wordt het ernstiger: eerst op politiek en dan op persoonlijk vlak. Donker werkt weliswaar niet mee aan de biografie, maar ze gaat er wel haar eigen leven van overdenken, spelend met Cees Nootebooms beroemde vergelijking van herinnering met een hond die gaat liggen waar hij wil: ‘Mijn hond draait rondjes alsof hij moet kakken en maar geen comfortabel kuiltje kan vinden om zijn drol in te deponeren [...] Waar mijn hond ook maar wil gaan liggen, vindt hij teleurstelling, verlies, angst, onzekerheid, woede. Broosheid. Succes mijdt hij als de pest.’

Herinnering volstaat niet. Dus doet Kat wat een biograaf ook zou doen: bronnenonderzoek. Ze herleest brieven, diept oude bandopnamen op, zoekt dagboeken. Zo ontwikkelt Aan het eind van de dag zich tot een roman, over een vrouw die sterker is dan bijna iedereen in haar omgeving, maar die uiteindelijk wordt opgejaagd door de demonen uit haar persoonlijk leven. Die hangen vooral samen met haar kinderen, een zoon en een dochter, die zich in de loop der jaren van hun moeder hebben afgekeerd. Ieder om zijn of haar eigen redenen, al speelde in beide gevallen een rol dat Kats maatschappelijke rol haar aandacht voor haar kinderen deed verslappen. Iets vergelijkbaars geldt voor de slechte afloop van haar huwelijk met een man die veel onderhoud vroeg: beeldschoon, bij vlagen briljant, maar ook zeer labiel. Knap laat Noordervliet de patronen van haar hoofdpersoon zien, die tot driemaal toe alles uit de kast haalt om haar relatie met een naaste te redden – steeds net op tijd of net te laat. Ook vriendschappen blijken problematisch, zelfs de ogenschijnlijke idyllische vrouwenvriendschap die een mensenleven stand houdt. Nu ja, bijna. Tot Kat concludeert: ‘Vriendschap kan een ingewikkelde vorm van wraak zijn.’

Wereldwijsheden

Zo is Aan het eind van de dag een uitstekende, bijzonder onderhoudende roman geworden. Noordervliet leidt de lezer stiekem nog langs het hele scala aan biografische methoden en bronnen. Dat het leven van Donker de tweede helft van de vorige eeuw omvat – en een deel van de huidige, geeft Noordervliet de gelegenheid een tijdsbeeld te geven: van het idealisme van de babyboomers tot hun latere pragmatisme. Het levert wereldwijsheden op die verschillende kanten op kunnen vallen. Aan de ene kant maakt de auteur duidelijk hoezeer de generatie van Donker heeft gefaald in het toepassen van allerlei idealen, op een volgend moment neemt ze juist het heden de maat. Bijvoorbeeld in de vergelijking tussen de teach-ins waarin vijftig jaar geleden iedereen alles mocht zeggen en de tegenwoordige TED-talks ‘waar alleen de besten in hun vak een oppervlakkig peppraatje mogen houden en het publiek ademloos luistert’.

Kat is een vrouw die weet hoe de hazen lopen. Misschien wel te goed – en dat maakt haar een sterk personage. Want een ding wordt duidelijk in deze roman vol schijnbewegingen: hoe er uiteindelijk uit een enkel mensenleven (‘dagen waarin ik handelde en wachtte, zweeg en sprak, werkte en sliep, liefhad en treurde’, volgens Donker) een hele reeks coherente verhalen te destilleren is. Vervolgens kan men kiezen wat te geloven. Dat is de ‘biografische’ moraal van het verhaal. Uiteindelijk staat die in de schaduw van het menselijke verhaal (we begonnen niet zomaar met Camus). Want met al die mogelijke verhalen op een rij is vooral van belang of er een levensverhaal bij zit waar je zelf in kunt geloven. En of je ‘aan het eind van de dag’ met dat verhaal kunt leven. En sterven.