Verhalen vertellen in virtual reality is nog moeilijk

Er kan steeds meer, maar veel virtual reality is vooral experiment. Op een congres in Amsterdam waren toch ook rijpe toepassingen te zien.

Kijken naar de VR-productie ‘Weltatem’ van Nederlandse Reisopera. Foto's Laisa Maria

Je kleindochter staat voor je en wil een dansje laten zien. Maar kijk je naar links of rechts, dan staat ze daar óók. Achter je hangt ze ondersteboven aan een rek. En ondertussen zet je kleinzoon een bom in elkaar. Vreemd? Misschien. Maar het kan vreemder, want zelf ben je dood.

1011culvirtual3

De tragikomische virtual reality-film Ashes to Ashes gaat over een overleden grootvader die met zijn laatste wens – opgeblazen worden – de spanningen binnen zijn familie naar het kookpunt brengt. De toeschouwer kijkt vanuit het perspectief van de urn van opa. Ashes to Ashes ging zaterdag in première tijdens het congres VR Days Europe. De tien minuten durende film werd gemaakt door drie regisseurs, gespecialiseerd in VR, film en theater, en geschreven door Gouden Kalf-winnares Anne Barnhoorn.

Verschillende Nederlandse bedrijven en organisaties experimenteren met virtual reality (VR). Zo vertoonde Nederlandse Reisopera een try-out van de opera Weltatem, waarbij bezoekers kleurrijke maskers op kregen, over hun VR-bril heen. Maar veel van het op het congres getoonde werk blijft steken op het niveau van een technische demonstratie.

Er valt veel te winnen, beaamt Mylène Verdurmen, als eindredacteur drama bij AVROTROS betrokken bij Ashes to Ashes. „Deze film is een ferme stap voor VR in Nederland, maar we zijn er nog lang niet. Technisch is er steeds meer mogelijk, maar storytelling loopt enorm achter. Er moet een nieuwe generatie schrijvers worden opgeleid die precies doorheeft hoe je in VR een verhaal vertelt.”

Lees ook over andere toepassingen van VR: Virtueel zwemmen met dolfijnen is meer dan een spelletje

Nieuwe conventies

Anders dan bij een film, waar een regisseur de blik van de kijker kan sturen, is iemand met een VR-bril vrij te kijken waar hij wil. Bovendien zit zij of hij midden in de actie, in plaats van door een venster ‘naar binnen’ te kijken. Makers moeten dus kiezen om camera en kijker ofwel te negeren, wat onnatuurlijk voelt, ofwel de kijker te betrekken en zo de ‘vierde wand’ te doorbreken. Maar ook dat wordt snel ongemakkelijk voor iemand die niks terug kan zeggen. Er zullen nieuwe conventies moeten ontstaan voor VR een groot publiek kan bereiken.

Voor avondvullende VR-voorstellingen moet ook de techniek sterk verbeteren. VR-headsets zijn relatief zwaar en de beeldkwaliteit laat te wensen over. Bovendien kost het veel tijd en moeite om een VR-film te produceren. De meeste duren nu niet veel langer dan een minuut of tien.

Laisa Maria

Toby Coffey tijdens de VR Days.

De ontwikkeling is een stapje verder in Londen, waar bij het National Theatre een ‘Immersive Storytelling Studio’ is opgezet om VR-producties te maken. Toby Coffey, hoofd digitale ontwikkeling bij het gezelschap, weet zeker dat VR toekomst heeft in de theaterwereld. „Het past heel goed bij theater. Anders dan bij film zijn theatermakers gewend om te denken in een driedimensionale ruimte en rekening te houden met wat vanuit verschillende plekken in het theater te zien is. We zijn wel nog vooral aan het experimenteren hoe we VR kunnen gebruiken om onze producties te verrijken.”

Bij de musical Wonder.land, een moderne hervertelling van de verhalen van Lewis Carroll, maakte het National Theatre een VR-productie met muziek uit de voorstelling. Die video werd in vijf maanden tijd 90.000 maal bekeken. En niet alleen door jongeren, zegt Coffey. „Allerlei mensen waren er benieuwd naar, van kleine kinderen tot bejaarden. Zoveel mogelijk mensen zouden kennis moeten maken met VR.”