Twee zondebokken

Opeens is de wereld vol met mensen die de triomf van Trump hebben zien aankomen. Vooral ter rechterzijde duiken, zoals verwacht, veel begaafde profeten op. De blinde uilskuikens zijn uiteraard alleen op links te vinden, maar hun tijd is nu definitief voorbij, als we Jan Roos mogen geloven. „Maart 2017 zal een afrekening worden met deze arrogantie”, schrijft hij.

Jan gaat die verkiezingen winnen, samen met Geert, en daarna zullen we nog lang en gelukkig leven, terwijl Paul Cliteur – die de overwinning van Trump „een enorm hoopvol signaal” vindt – goedkeurend toekijkt. Misschien wacht hem wel een nieuw enorm hoopvol signaal: vrijspraak van Geert, zijn favoriete politicus.

Ik wil de heren niet te veel ontnuchteren in hun overwinningsroes, maar wisten ze dat zelfs in het kamp van Trump ernstig met een nederlaag werd rekening gehouden? Zijn team besteedde aan zijn overwinningsspeech veel minder aandacht dan aan zijn nederlaagsspeech, volgens NBC News – maar dat zullen wel linkse leugenaars zijn.

Zou Jan Roos straks niet premier willen worden? Van alle Nederlandse politici doet hij qua uitstraling het meest aan Trump denken; dezelfde botte praatjes, gehuld in het jasje van de zalige onwetendheid. Alleen lijkt Trump me slimmer in het verdienen van geld – en het ontduiken van de belasting.

Nu iedereen zijn wonden likt dan wel zijn zegeningen telt, komen vooral twee zondebokken bovendrijven: de media en Hillary Clinton zelf. De media hadden het moeten zien aankomen en Hillary had zich niet mogen kandideren.

Als er dan toch met verwijten moet worden gestrooid, zou ik de media liever iets anders voorhouden: ze besteden juist te veel aandacht aan fenomenen als Donald Trump. Wat al voor Pim Fortuyn gold, geldt ook voor Trump: zonder de excessieve aandacht van de media, die hem gratis publiciteit ter waarde van tientallen miljoenen dollars gaven, zou hij nooit zover zijn gekomen.

Dat is ook het dubbelhartige van de media: ze zijn (soms) wel kritisch voor deze populisten, maar ze willen er tegelijkertijd maar al te graag van profiteren in hun talkshows en kranten, want het jaagt de kijk- en leescijfers omhoog. Uit de Amerikaanse berichtgeving heb ik begrepen dat veel van Trumps optredens integraal op tv te zien waren.

Margaret Sullivan, mediacolumnist van The Washington Post, schreef erover: „Hebben de journalisten Trump gemaakt? Natuurlijk niet – daar hebben ze de macht niet voor. Maar ze hebben hem wel geweldig geholpen met grote hoeveelheden vroege, ongefilterde publiciteit in de maanden voor de Republikeinse voorverkiezingen. Met belachelijke nadruk op elke ontwikkeling rond Clintons e-mailpraktijken, inclusief het geklets van FBI-directeur James Comey.”

Hillary is de andere zondebok omdat ze zich verkiesbaar heeft gesteld. In The New York Times schreef een lezeres dat het allemaal aan haar hoogmoed en machtsbelustheid te wijten is. „We hadden Bernie gehad kunnen hebben. Of Biden. Of iemand anders zonder jouw achtergrond van onbetrouwbaar en duister wheelen en dealen. Maar jij vond je eigen persoonlijke verlangens belangrijker dan het belang van het land.”

Soms vraag je je af hoe lang capabele mensen nog bereid zullen zijn zich in de politieke arena voor de hyena’s te gooien. Maar gelukkig hebben wij Jan Roos nog.