Recht & Onrecht

Te grote loyaliteit onderling is kenmerk politiecultuur

De leden van de Centrale Ondernemingsraad van de Nationale Politie stapten op na de ophef over buitensporige uitgaven. Het vestigt de aandacht op een probleem binnen de cultuur van de politie, schrijft Kees van der Vijver in de Politiecolumn.

Het opstappen van de leden van de Centrale Ondernemingsraad afgelopen maandag is, voor zover uit de nieuwsberichten valt te destilleren, een gevolg van de kritiek van korpschef Akerboom die vindt dat zij niet meer geloofwaardig kunnen functioneren. Akerboom vroeg zich af waarom zij geen stelling hebben genomen tegen de exorbitante luxe die voorzitter Giltay hen bood.

Geen onlogische vraag, lijkt mij. De leden van de COR hadden uiteraard ook zelf op het idee kunnen komen dat hun geloofwaardigheid was aangetast. Net zoals zij eerder op het idee hadden kunnen komen dat die luxe wel erg ver af ligt van wat maatschappelijk aanvaardbaar is. Maar het kwam kennelijk niet bij hen op elkaar daarop aan te spreken, een enkele uitzondering daargelaten.

Moeite met ‘de kat de bel aanbinden’

Onderzoek heeft al vele jaren terug aan het licht gebracht dat het elkaar aanspreken op gedrag geen sterk punt is binnen de politie. Men komt dat geregeld tegen. Zo speelde een paar maanden geleden in de pers en op de televisie een discussie over het verdwijnen van goederen die waren inbeslaggenomen of anderszins aan de politie toevertrouwd. Een politieman verklaarde publiekelijk: die worden soms gestolen, maar daarvan wordt door collega’s die dat zien niet altijd iets gezegd.

Politiemensen hebben er kennelijk moeite mee de kat de bel aan te binden als zij zien dat iets niet deugt. Wie dat wel doet wordt een ‘matennaaier’ genoemd, en dat is geen titel waarmee je veel vrienden opdoet onder collega’s. Het niet aanspreken speelt ook een rol als het over het gewone werk gaat. Politiemensen kunnen sterk verschillen in visies over optreden (wel of niet ingrijpen, wel of geen proces-verbaal, hoe om te gaan met etnisch profileren). Er wordt weinig gedaan om deze uiteenlopende meningen op één lijn te krijgen. Politiemensen zijn in hoge mate vrij hun werk naar eigen inzicht uit te voeren. De politie is in die zin wel betiteld als een federatie van 60.000 eenmansbedrijven.

Loyaliteit is een diffuus proces

Het niet aanspreken is onderdeel van de beroepscultuur. Een belangrijke oorzaak van die norm is dat politiemensen in noodgevallen altijd op steun van collega’s moeten kunnen rekenen, en dat verdraagt zich kennelijk slecht met het kritisch op elkaar reageren om de kwaliteit te verbeteren of manifest onjuist gedrag te voorkomen.

Bij het onderzoek naar de verhouding tussen de voorzitter van de COR en de voormalige korpschef Bouman zal men, naar ik verwacht, op hetzelfde verschijnsel stuiten. Dat onderzoek zou onder meer antwoord moeten geven op de vraag of Bouman de medewerking van de COR heeft ‘gekocht’ met het toestaan van de luxe uitjes. Dat betekent dat moet worden bewezen dat concrete besluiten daardoor zijn beïnvloed. De kans dat zoiets lukt is niet groot. Zo werkt het ook niet. Het is een veel diffuser proces.

Korpschef en ondernemingsraad weten allebei dat ze niet zonder elkaar kunnen als ze het reorganisatieproces voorspoedig willen laten verlopen. Als de ondernemingsraad dwars gaat liggen kun je de reorganisatie vergeten. Op essentiële punten heeft de korpschef de formele instemming van die raad nodig. En ‘dus’ biedt hij de raad veel vrijheid. Wat Bouman precies wel of niet heeft geweten is een zaak die in het onderzoek naar voren moet komen.

De kans lijkt me groot dat we zullen zien dat non-interventie opnieuw het leidende principe is geweest. Ieder laat de ander gewoon zijn gang gaan, als het de reorganisatie maar niet remt. Maar dat dat heeft kunnen leiden tot het soort excessen als het verblijf in het Amstel hotel wekt wel verbijstering, vooral door de buitensporigheid. Bovendien, iedereen kon toch op zijn klompen aanvoelen dat dit een keer zou uitkomen?

De Politiecolumn wordt wekelijks geschreven door deskundigen uit de politiewereld.

Blogger

Kees van der Vijver

Kees van der Vijver (1948), was hoogleraar Politie- en Veiligheidsstudies aan de Universiteit Twente, tevens directeur Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken van de UT. Daarvoor werkte hij als directeur Stichting Maatschappij en Veiligheid, commissaris van politie in Amsterdam, wetenschappelijk onderzoeker ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties en inspecteur van politie in Velsen.