Commentaar

Politiesoap wordt gezagscrisis

nrcvindt

De corruptieaffaire bij de Nationale Politie begint op een soap te lijken, met niet al te geloofwaardige verhaallijnen. Welke scriptschrijver zou een korpschef, thans adviseur, mogelijk betrokken bij geldverspilling, op het hoogtepunt van de affaire een integriteitsonderzoek laten publiceren over een korps elders?

Toch is dat wat er deze week gebeurde. Oud-korpschef Gerard Bouman beoordeelde het functioneren van de politie in Caraïbisch Nederland tamelijk kritisch. Onjuist gebruik van dienstauto’s, het uitmelken van overwerkregelingen en nog zo het een en ander. Dat was daags nadat de huidige korpschef Akerboom aangifte deed tegen de voorzitter van de centrale ondernemingsraad, die met kennelijke instemming van Bouman een exorbitant budget van 1.8 miljoen had gespendeerd aan luxe uitjes, dure etentjes en dubieuze representatie.

Het hoeft geen betoog dat de kritiek van Bouman onmiddellijk in Caraïbisch Nederland werd weggehoond, waarbij ‘afleidingsmanoeuvre’ de vriendelijkste kwalificatie was. Zelden heeft een onderzoeksrapport zo snel zijn gezag en bruikbaarheid verloren.

In de volgende scene werd Bouman door minister Ard van der Steur (Justitie, VVD) vriendelijk verzocht zijn functie ‘tijdelijk’ neer te leggen. Dit gezien het „nader extern onderzoek” dat de minister laat doen. Wat je noemt een maatregel op kousenvoeten in een almaar verder escalerende kwestie.

Wat dit betekent voor de Nationale Politie moet intussen niet worden onderschat. De voltallige centrale ondernemingsraad trad deze week af, omdat het hun (eindelijk) duidelijk was geworden dat ze geen enkel vertrouwen meer van de werkvloer genoten. De gesloten cultuur binnen de politie blijkt intussen zó sterk dat nog geen van deze vertegenwoordigers hun ten onrechte dubbel verstrekte OR-toelagen vrijwillig terugbetaalde. Het zou de blamage compleet maken als straks blijkt dat dit alleen door disciplinair optreden van de korpsleiding ongedaan gemaakt kon worden.

De schade aan het prestige, de geloofwaardigheid en het respect voor de politie in de samenleving is navenant. De kwestie compliceert bovendien de taak van de nieuwe korpschef die vooral was aangesteld om een vastgelopen reorganisatie vlot te trekken en het korps ingrijpend te moderniseren. Dat moest al gebeuren in een publiek klimaat waarin het korps wordt verweten discriminerend op te treden en bij tenminste één arrestatie ten onrechte dodelijk geweld te hebben toegepast. Toen Akerboom in februari aantrad trof hij een rigide, gecentraliseerde organisatie die naar zijn oordeel ‘kraakte’ – de soap kan dus nog even vooruit.