Recensie

Parade van scheve tanden en lubberend vlees

Voor Alice Neel, schilder van rauwe figuratieve portretten, bleef de roem lang uit. Het eerherstel kwam pas aan het eind van haar leven. In het Gemeentemuseum Den Haag is nu een overzicht van haar werk.

Detail uit Mother and Child (Nancy and Olivia), 1967, Olieverf op doek, 99,7 x 91,4 cm. The Estate of Alice Neel

Confronterender zie je ze zelden. De Alice Neel-tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag opent met een schilderij waarop de kunstenaar zichzelf heeft afgebeeld op tachtigjarige leeftijd. We zien een oudere dame met wit haar, mondhoeken naar beneden, tikje stuurse blik en een grote bril, scheef op haar neus. Maar vooral is ze volledig naakt – en schaamteloos.

The Estate of Alice Neel

Self Portrait, 1980. Olieverf op doek, 137 x 101 cm. The Estate of Alice Neel

Neel schildert haar eigen borsten als verlepte ballonnen, de buik stulpt weelderig over de schaamstreek, haar benen zijn lomp en stram. Dat geldt trouwens voor het hele portret: stugge lijnen, hulpeloze kleurvlakken. Kijk, lijkt Neel te willen zeggen, ik ben tachtig, dan staan de borsten niet meer pront omhoog en vloeien de lijnen niet meer zo soepel uit het penseel – zo is het leven toch? De waarheid? Daarmee raakt ze aan een intrigerend dilemma: leidt heel veel waarheid automatisch tot een goed kunstwerk? Of komt de lichte gêne die veel mensen bij zo’n portret voelen doordat we niet gewend zijn aan naakte, stuurse vrouwen van tachtig – niet gewend wíllen zijn?

Het is in ieder geval een uitstekende keuze van het Gemeentemuseum om dit grote overzicht met dit doek te beginnen. De Amerikaanse Alice Neel (1900-1984) is in de hedendaagse kunst een opmerkelijk fenomeen: op dit moment kun je geen portretten-tentoonstelling binnenlopen of je komt haar tegen. Je herkent haar werk ook meteen: Neel maakt kleurige, rauwe, onconventionele doeken die de modellen bepaald niet op hun voordeligst portretteren. Haar oeuvre is een parade van grimmige blikken, scheve tanden, lubberend vlees – en dan schilderde Neel, zeker voor haar tijd, ook nog eens opvallend veel naakten en zwangere vrouwen zonder ze te verpakken in de gebruikelijke roze wolk.

Bekijk donderdagavond een documentaire over Alice Neel op NPO2

Koppigheid

The Estate of Alice Neel

Victoria and the Cat, 1980, Olieverf op doek, 101 x 65,4 cm. The Estate of Alice Neel

Die genadeloosheid wordt echter ruimschoots goedgemaakt door haar koppigheid: je ziet meteen dat hier iemand aan het werk was voor wie bij elk schilderij véél op het spel stond, voor wie ieder portret opnieuw een gevecht was. Eerst is er het model, dat met zijn of haar verschijning het uitgangspunt bepaalt, dat de norm en de vorm afdwingt. Maar dan begint het pas, want Neel weigert structureel zich daarbij neer te leggen: ze gaat het gegeven te lijf met een genadeloos subjectieve visie. Elk Alice Neel-schilderij wordt zo een botsing tussen twee ego’s, waarbij de schilder het laatste woord heeft – zij heeft de macht. En het mooie is dat je je als toeschouwer voelt uitgedaagd om je tot die strijd te verhouden. Hoe zag het model er ‘echt’ uit? Wat leidde tot haar keuzes? Wat vonden haar modellen er zelf van?

Precies die confronterende, subjectieve, vrouwelijke kracht maakte dat het lang duurde voor Alice Neel erkenning kreeg. Natuurlijk, roem bleef deels uit omdat Neel het grootste deel van haar carrière een tamelijk perfect voorbeeld was van de verkeerde persoon in de verkeerde tijd op de verkeerde plaats: schilder van figuratieve portretten in een tijd dat de kunstwereld in de ban raakte van ontregeling en abstractie en machismo en conceptualisme. Maar het is moeilijk je aan de indruk te onttrekken dat de miskenning ook kwam doordat ze een vrouw was – de machtige mannelijke Amerikaanse macho’s wisten zich ongetwijfeld met haar geen raad.

The Estate of Alice Neel

Jackie Curtis and Ritta Redd, 1970. Olieverf op doek, 152 x 106 cm. The Estate of Alice Neel

Dat stak Neel zeer en dus begon ze allerlei manieren te verzinnen om toch gezien te worden. Zo nodigde ze hippe of invloedrijke mensen als Robert Smithson, Gerard Malanga en Andy Warhol uit om zich op haar atelier door haar te laten vereeuwigen. Maar het werkte niet – sterker nog: het berokkende haar schade, want Neel was te eerlijk. Van de conservator Frank O’Hara bijvoorbeeld maakte ze een statig portret, waarop ze hem en profil afbeeldt als een Italiaanse edelman. Maar toen hij daar niet op reageerde zoals ze had gehoopt (bijvoorbeeld door haar een tentoonstelling aan te bieden) maakte ze meteen een tweede waarin ze O’Hara reduceert tot een verbeten grimassende gek. Iets soortgelijks doet ze met de galeriehoudster Ellie Pointdexter en in mindere mate met Henry Geldzahler, invloedrijk conservator bij het Metropolitan Museum – Neel maakte zich er niet geliefd mee.

Pijnlijk precies

Zo bekeken is het wel begrijpelijk dat Neel pas relatief recent eerherstel heeft gekregen – pas nu de meeste van haar modellen dood zijn kan alle aandacht uitgaan naar haar werk. En dan zie je ineens hoe goed Neels portretten zijn, variërend van een pijnlijk precies en krachtig doek als Isabetta (1935), het liefdevolle en grimmige Sam (1958) tot het licht vertwijfelde Moeder en kind (1967) – topwerken, stuk voor stuk.

Tegelijk toont die late doorbraak aan hoezeer de kunstwereld in de ban is van modes en stijldictaten. Dat is misschien wel de grootste kracht van deze expositie: dat je ziet dat allerlei vormen en ideeën die we denken te kennen van grote hedendaagse kunstenaars al overtuigend bij haar opduiken. De weerbarstigheid en de afstand ten opzichte van baby’s en kinderen van Marlene Dumas bijvoorbeeld. Of het spelen met roem van Elisabeth Peyton. De worsteling met het model van Emo Verkerk. En de genadeloosheid ten opzichte van de naakte mens waar Lucian Freud zo beroemd mee is geworden: bij Alice Neel is het allemaal al aanwezig, overtuigend, en steeds is ze nog eerder ook.

De tentoonstelling als geheel mag dan soms wat inzakken (zeventig werken is net te veel om het hoogste niveau vast te houden), op dit moment hangt in het Gemeentemuseum een aantal van de rauwste en meest indringende portretten die er in de twintigste eeuw zijn gemaakt. Neel heeft haar eerherstel binnen – en ze heeft het verdiend.