‘Oppositie bedrijven is nu een misdrijf’

Reportage Zuidoost-Turkije

De repressie in het Koerdische oosten van Turkije wordt steeds heviger. In het centrum van Diyarbakir staan overal pantservoertuigen, afzettingen en zwaarbewapende politie.

De politie arresteert aanhangers van de Koerdische partij HDP, vorige week in Diyarbakir. Foto Ilyas Akengin/AFP

Op 29 oktober drukte de Turkse staatscourant lange lijsten af. Het zijn de namen van duizenden verplegers, technici, vroedvrouwen, imams, chauffeurs, politieagenten en militairen. Ze zijn met onmiddellijke ingang hun baan kwijt wegens een vermeende relatie met terreur.

Chirurg Seyfettin Kizilkan (64) werd gebeld door vrienden, die tot hun verbijstering zagen dat hij er ook tussen stond. „De terreurorganisatie wordt niet gespecificeerd, maar dat zal dan wel de PKK zijn”, zegt hij in een restaurant in Diyarbakir, de inofficiële Koerdische hoofdstad in Turkije.

„Absurd. Ik heb me altijd uitgesproken tegen geweld en me nooit ingelaten met illegale organisaties.”

Sindsdien werkt Kizilkan niet meer bij het academisch ziekenhuis in Diyarbakir. Het voelt als een herhaling van de jaren negentig. Toen is hij meerdere keren vervolgd, opgepakt en opgesloten omdat hij als hoofd van een artsenorganisatie martelingen, onopgeloste moorden en verdwijningen van Koerden aan de kaak stelde. In hoger beroep kreeg hij altijd gelijk, maar „het heeft grote impact gehad op mijn leven en dat van mijn gezin”.

De arts dacht dat hij zijn portie gehad had, maar „nu sta ik tegen mijn zin weer opgesteld”. Hij vindt dat hij moet praten, omdat veel anderen dat niet durven. „Iedereen is bang zijn baan kwijt te raken. Zo creëert de regering onderdrukking.

Die repressie is in de delen van Turkije waar Koerden in de meerderheid zijn het hevigst. In het centrum van Diyarbakir staan overal pantservoertuigen, afzettingen en zwaarbewapende politie.

Sinds de mislukte coup in Turkije op 15 juli is ook de strijd tegen de Koerdische guerrillabeweging PKK een nieuwe, grimmige fase in gegaan. Duizenden Koerdische ambtenaren, onder wie leraren, artsen en gevangenisbewaarders, zijn geschorst of ontslagen. Koerdische media zijn gesloten. Gekozen burgemeesters afgezet en gearresteerd. In de laatste escalatie zijn ook parlementariërs van de grote oppositiepartij HDP opgepakt, die voortkomt uit de Koerdische beweging.

Internationaal is geschokt gereageerd. In Turkije zijn de reacties gedempt. Nog maar weinigen durven zich uit te spreken of te demonstreren. Vakbonden verliezen leden. „Oppositie zijn is nu een misdrijf”, zegt Faruk Balikci, een bekende Koerdische journalist.

„Mensen vrezen hun baan kwijt te raken. De economische angst zit er goed in.”

Hij was tot voor kort redactiechef bij het nationale minderhedenkanaal IMC, dat ook is gesloten.

111116BUI_Diyarbakir

Muilkorven van dissidenten

Het officiële excuus voor het muilkorven van dissidenten is dat Turkije aan alle kanten wordt bedreigd. Vanuit Syrië en Irak door Islamitische Staat en door de PKK die aanslagen plegen. En van binnenuit door zowel de PKK als de beweging van de naar Amerika gevluchte prediker Fethullah Gülen, die volgens de regering de julicoup beraamde.

Onder die druk eist de regering absolute loyaliteit. Dat blijkt uit de manier waarop nieuwe ambtenaren worden geworven. De procedure om in overheidsdienst te komen is gewijzigd. Behalve een schriftelijk examen is er sinds de zomer ook een mondelinge test en een antecedentenonderzoek. Daarin komen ook uitingen op sociale media ter sprake.

Aspirant-leraren bereiden elkaar mondeling voor op vragen die ze in het interview krijgen. Die zijn grotendeels ideologisch. ‘Som alle terreurorganisaties op’, ‘Wat voor boeken lees je?’, ‘Hoe vaak per dag bid je?’, ‘Wat denk je van de politieke situatie in Turkije?’ „Erdogan is de grote leider en ik vind hem geweldig”, repeteert een jonge vrouw die lerares wil worden spottend. Zij en haar vrienden willen niet met naam in de krant om hun toekomstige banen niet in gevaar te brengen.

Rondom het gemeentehuis van Diyarbakir staan gepantserde voertuigen en hoge hekken. Nadat eind oktober de burgemeester en co-burgemeester werden opgepakt is een curator benoemd. Ambtenaren vrezen dat de bezem door het personeelsbestand gaat, maar dat is nog niet gebeurd. Wel een speech van de nieuwe baas op zijn eerste dag: wie niet met me wil samenwerken, kan naar huis.

De volgende stap is dat de gemeente onder de curator veel meer geld krijgt, de dienstverlening verbetert, en uitkeringen uitdeelt, voorspelt Murad Akincilar van Disa, een politiek en sociaal onderzoeksinstituut in Diyarbakir.

„Ze zullen proberen er een succes van te maken en zo een deel van de kiezers over te halen niet meer op de HDP te stemmen. Dat kan werken. Onderschat de armoede hier niet.”

De HDP heeft na de arrestatie van de partijtop het werk in het parlement neergelegd. De niet-gearresteerde parlementariërs willen nu de wijken in om met hun kiezers te praten over hoe nu verder.

„Eerst zullen ze hun achterban moeten terugwinnen”, zegt Mehmet Kaya, oud-voorzitter van de Kamer van Koophandel in Diyarbakir en nu baas van onderzoeksbureau Ditam. „Mensen hebben een gebroken hart.” De verkiezing van de HDP in het parlement in 2015 had een eind moeten maken aan dertig jaar gewapende strijd. „Mensen geloofden dat de HDP de PKK weg zou houden van geweld.”

Het omgekeerde gebeurde. Sindsdien zijn zo’n tienduizend PKK’ers en militairen omgekomen en zijn ruim vierhonderdduizend mensen hun huis kwijt. Koerden zijn razend op de regering, maar voelen zich ook bedrogen door de Koerdische beweging. Kaya spreekt van de ‘HDP/PKK’, „want uiteindelijk weten we allemaal dat ze dezelfde wortels hebben”.

Aanslag en verwarring

De verwarring is het duidelijkst voelbaar in Baglar, een arme centrumwijk. De ochtend nadat de HDP-parlementariërs waren opgepakt, is daar een grote aanslag gepleegd met een busje vol explosieven naast het hoofdbureau van de politie. Elf mensen kwamen om. De wijde omtrek ligt in puin. Complete gevels van flats zijn naar beneden gekomen. Omstanders kijken zo de kamers in, waar hier en daar nog mensen proberen bezittingen mee te nemen. Een man slalomt met een brommer tussen de brokstukken en stapelt delen van kunststof kozijnen in het zijspan.

Abdul en Lalihan Manav Celik, een ouder echtpaar, aarzelen of ze het gebouw in durven te gaan waar hun dochter en kleinkinderen woonden. Draden wapening hangen uit het afgebroken beton. Af en toe komt er nog een brokstuk naar beneden.

„Onze dochter kon in de paniek haar kinderen niet vinden. Ze is in shock. Ze brengt geen geluid meer uit.”

Eerst claimde IS de aanslag. Vervolgens de TAK, een arm van de PKK die gewoonlijk alleen aanslagen pleegt in het westen van het land. De steun voor de PKK is in deze arme wijk normaliter groot. Het wil er bij veel mensen niet in dat de PKK hier een aanslag zou hebben gepleegd. „De organisatie zou zijn eigen familie niet aanvallen” zegt Nevzat Ikinci (36) stellig.

„De regering moet er zelf achter zitten, want niemand van de politie is gewond.”

Dat is onjuist, twee politiemensen kwamen om.

Ikinci, die een winkeltje met elektronica heeft, gaat op zoek naar iemand van de schadedienst van de overheid. Ambtenaren lopen met notitieblokken tussen de brokstukken en worden voortdurend aangesproken over uitkeringen. „Ze schatten de schade bewust veel te laag in”, moppert hij. Maar van anderen hoeft hij ook niets te verwachten.