Interview

Ministers Schippers en Ploumen wijten te dure medicijnen aan ‘kapot systeem’

Farmaceutische bedrijven kunnen „vragen wat zij willen” voor nieuwe medicijnen die op de markt komen. Dat komt doordat octrooien en exclusiviteit op basis van intellectueel eigendom „de enige hoeksteen zijn” van het systeem waarmee nieuwe geneesmiddelen op de markt komen. „Dat kan niet langer zo”, schreven ministers Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) en Schippers (Volksgezondheid, VVD) maandag in een ferm commentaar in het medische blad The Lancet. „Het systeem is kapot.”

Ze reageren op een rapport in hetzelfde blad dat beschrijft welke 200 medicijnen gezien moeten worden als essentieel. Zo’n lijst werd in 1985 voor het eerst opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie. Een commissie van wetenschappers, samengesteld door The Lancet, heeft nu dertig jaar later opnieuw doorgerekend wat dit zou kosten. Voor een bedrag van 13 tot 25 dollar (11 tot 23 euro) per jaar zou iedereen in lage en middelinkomenslanden toegang kunnen krijgen tot deze essentiële middelen.

Maar we zijn er nog lang niet: veel ontwikkelingslanden besteden jaarlijks veel minder dan 13 dollar per hoofd van de bevolking aan medicijnen, en zelfs dat bedrag gaat niet alleen naar het selecte groepje essentiële medicijnen. Een groot obstakel is dat sommige essentiële medicijnen simpelweg te duur zijn, bijvoorbeeld nieuwe middelen tegen hepatitis C, tuberculose en kanker.

Als het „kapotte systeem” van geoctrooieerde medicijnen niet gerepareerd wordt, schrijven Ploumen ne Schippers, halen we het binnen de Verenigde Naties afgesproken duurzaamheidsdoel voor gezondheid niet. Daarin staat dat in 2030 iedere wereldburger verzekerd moet zijn van een gezond leven en voldoende welzijn. Dat kan alleen met betaalbare essentiële medicijnen.