Column

Mijn kinderen vertrokken geen spier bij het zien van de eerste witte Piet

Twee agenten met kogelvesten stappen het Sinterklaashuis binnen in Maassluis. Zwijgend beginnen ze de gangen te fotograferen, de bankjes met gekleurde kussentjes, de gouden troon, de pakjeskamer. Het is tekenend voor de sfeer in dit stadje. De keurige oud-Hollandse straatjes worden opgetuigd tot feestelijk filmdecor – met lichtmasten, podia, vlaggen – en tegelijkertijd voel je dat Maassluis de adem inhoudt.

Zwarte Piet-tegenstanders willen hier zaterdag met bussen heen komen en demonstreren, buiten de aangewezen vakken. De Nederlandse Volks-Unie kondigt een tegendemonstratie aan. Alle ouders en kinderen moeten door veiligheidspoortjes. De landelijke intocht als risicowedstrijd: hoe kon het zover komen?

Nou, bijvoorbeeld doordat het feest altijd al problematisch is geweest. Dat leert de tentoonstelling in het Sinterklaashuis. In de 16de en 17de eeuw verboden de protestanten het volksfeest rond katholieke weldoener Sint Nicolaas. Het verdween ondergronds. In de 18de eeuw werd Sinterklaas een horrorclown. Met kettingen raasden er ‘Zwarte Klazen’ langs de huizen om kinderen de stuipen op het lijf te jagen, zodat ze zich de rest van het jaar gedeisd zouden houden. Totdat er twijfel rees over die pedagogiek: ‘Makkers, staakt uw wild geraas!’

Straffer en beloner, weldoener en demon: de twee gedaanten die Sinterklaas afwisselend belichaamde werden in de 19de eeuw verdeeld tussen hem en zijn straffende zwarte knecht. Het Sintsprookje is grillig en veranderlijk. Waarschijnlijk móét zo’n verhaal ook steeds veranderen om levend te blijven. Het Sinterklaasjournaal doet dat subtiel en prijzenswaardig.

Mijn kinderen (7 en 5) vertrokken geen spier bij het zien van de eerste Piet in het Sinterklaasjournaal: een witte. Op sociale media lees ik dezelfde reacties. Degenen die zich wel opwinden zijn ouders, die van de gezichtjes aflezen wat ze er willen aflezen: ‘weg magie’.

Magie hangt niet af van een kleurtje. Wel van een goed verhaal, van een warme sfeer, van veilige straten.

Na een knikje verlaten de agenten het Sinterklaashuis, de pistolen en wapenstokken schommelend aan hun riemen. Ineens denk ik aan Jochem Myer, die in College Tour vertelde waarom Pietje Paniek, zijn Spaanse neef, ermee stopte. Vorig jaar, een paar uur na de aanslagen in Parijs, liep hij tussen geschminkte agenten. „Je denkt alleen maar: als er maar niks gebeurt.”

„Paniek! Paniek!” scandeerden mijn kinderen verlekkerd, bij de tune van het Sinterklaasjournaal. „Eh… misschien is Paniekpiet er dit jaar niet bij”, zei ik. Dat deed me meer pijn dan welke kleur hij ook zou hebben gehad.

Christiaan Weijts schrijft hier elke vrijdag een column, op andere dagen doen Tom-Jan Meeus en Jutta Chorus dit.