Kristallnacht

Ik zal kleine woorden gebruiken, want juist in het Trump Tijdperk, met z’n polarisatie en heetgebakerdheid, is het goed te fluisteren, genuanceerd te blijven. Voor je het weet krijg je fitties waar niemand vrolijk van wordt. Daarom mijn ‘kleine’ reactie op de herdenkingen van de Kristallnacht in Amsterdam.

U leest het goed, herdenkingen, meervoud: ook de organisaties die zich bezighouden met de eerste grootschalige agressie tegen de Joden in 1938 lukt het niet zo goed verdraagzaam te zijn. In het verleden leidde hun onenigheid tot, klein gezegd, enige onvriendelijkheden, en daarom herdacht het Centraal Joods Overleg de Kristallnacht in de Portugese Synagoge, en deed het Platform Stop Racisme en Uitsluiting dat in de Uilenburger Synagoge.

Ergens wel sneu: van de Portugese Synagoge naar de Uilenburger Synagoge, dat is misschien vijf minuten lopen door de oude Joodse buurt, maar die korte afstand bleek woensdag helaas weer niet onoverbrugbaar. Dat zou te maken kunnen hebben met de grote gebaren waarmee de herdenkers hun plechtigheden omringen. Stilstaan bij de vernielingen van Joodse winkels en synagogen, lang geleden en in een ander land, is niet genoeg.

Het glasgerinkel en de moorden in die vreselijke novembernacht worden mij net iets te graag verbonden met het hier & nu. Bovendien ontstaan juist daardoor de onvriendelijkheden. Want hoe gaat dat: de herdenkers halen Israël er graag bij — antizionisme als het nieuwe antisemitisme — en dan komen er al snel discussies en tweespalt. De ene groep wil intolerantie jegens de moslims bespreken, terwijl de andere juist de intolerantie onder moslims jegens de Joden zorgwekkend vindt. Beetje vermoeiend.

Ik deel alle zorgen, maar niet de lust om alles over één kam te scheren. Jammer was het daarom dat premier Mark Rutte het koude natte avonddonker had getrotseerd om woensdag in de Portugese Synagoge juist dat te doen: hij verbond de Kristallnacht met de huidige „spreekkoren in het voetbalstadion, de synagogen die worden beklad met anti-Joodse leuzen, de dreigementen tegen Joodse organisaties en mensen met een keppeltje op hun hoofd”.

(Ik blijf klein.) Hoe ongepast en onverkwikkelijk zulke incidenten ook zijn, ik sluit niet uit dat Rutte, historicus nota bene, hier weinig mee opschiet. Historisch bezien was de van regeringswege aangemoedigde vuurzee in dictatoriaal nazi-Duitsland wellicht van een ietsjepietsje andere orde dan de afkeurenswaardige oprispingen in de democratische rechtsstaat Nederland. Ruttes gezicht gloeide in het kaarslicht van het Joodse gebedshuis, zichtbaar aangedaan door het drama van toen. Onder zijn keppeltje boog hij voor het leed de Joden aangedaan. Best begrijpelijk, maar aldus zou hij de suggestie kunnen versterken dat hier te lande ongeveer hetzelfde kan gebeuren als daar, wanneer we even niet goed opletten.

Zou geschiedkundige Rutte dat werkelijk menen? Mijn idee: als al die goedwillenden hun historische parallellen nu eens achterwege lieten, dan zouden ze gezamenlijk en vreedzaam ieder jaar op 9 november in één synagoge de Kristallnacht kunnen herdenken, en dan zou Rutte thuis in Den Haag kunnen doen wat hem niet slecht afgaat, de regering leiden.

Auke Kok is schrijver en journalist.