Keuze: Libanon of de dodenlijst

Cocaïnesmokkel

Was René F. een criminele burgerinfiltrant? Hij speelt een hoofdrol in twee grote onderzoeken naar de Rotterdamse onderwereld.

Als hij onder begeleiding van de politie de rechtbank binnenloopt, draait drugssmokkelaar René F. zich even om. „Zo, dat zijn veel mensen”, zie je hem denken voordat hij gaat zitten op het verdachtenbankje. Hij is een van de smokkelaars die gebruik zouden hebben gemaakt van de diensten van douanier Gerrit G., die ongezien cocaïne door de Rotterdamse haven kon loodsen.

Gerrit en René zitten naast elkaar maar wisselen geen woord. Als de bode de zitting aankondigt („De rechtbank, wilt u gaan staan”) blijft René F. zitten, de armen over elkaar gevouwen. Gerrit G. - de spil van de strafzaak die draait om omkoping en cocaïnesmokkel - gaat wel staan.

Doordat verschillende smokkelaars in zee wilden met G. ontstond er ruzie in de Rotterdamse onderwereld. Die ruzie was de directe aanleiding voor de moord op de Brabantse fruit- en drugshandelaar Rinus M. en de vergismoord op Rob Zweekhorst. Deze ggz-directeur werd door een huurmoordenaar aangezien voor een andere Rotterdamse crimineel die gebruik maakte van de diensten van de douanier: Dennis van den B.

Deze ggz-directeur werd door een huurmoordenaar aangezien voor een andere Rotterdamse crimineel

Naast het onderzoek naar cocaïnesmokkel startte de politie ook een onderzoek naar deze moorden. En in beide onderzoeken is een hoofdrol weggelegd voor René F., al zeker twintig jaar actief in de onderwereld.

Nadat hij in het voorjaar van 2015 tijdens een worsteling in een auto werd beschoten, meldde hij zich bij de politie uit angst dat hij op een dodenlijst stond. De Rotterdamse politie en de criminele inlichtingendienst van de recherche wilden graag met hem praten.

Wat begon met vragen over de gang van zaken in de Rotterdamse onderwereld en de kennis die René F. heeft over de cocaïnehandel en de daaraan gelieerde moorden, leidde volgens hem tot de vraag of hij informant wilde worden en behoefte had aan bescherming. Het antwoord luidde nee. Maar omdat F. vreesde voor zijn leven – volgens de recherche stond hij inderdaad op een dodenlijst – vertrok hij naar Libanon. Dat deed hij naar eigen zeggen op advies van de recherche, die hem ook een speciale telefoon gaf zodat hij kon bellen zonder afgeluisterd te worden.

Hoeveelheden cocaïne

In Libanon, waar de internationale criminele contacten van René F. verbleven, verzamelde hij informatie over verdachten in Nederland. Hij vertelde de politie over drugstransporten met specifieke informatie over schepen, containers en hoeveelheden cocaïne. De politie deelde op haar beurt informatie over het verloop van het onderzoek in Nederland.

De advocaten van de andere verdachten vermoeden dat René F. werd gerund als een criminele burgerinfiltrant. Het Openbaar Ministerie ontkent dat er sprake is van een dergelijke opsporingsmethode, die aan strikte regels is onderworpen.

De rechtbank wil nu precies weten hoe het zit en zal vrijdag de officier van justitie en de rechercheur horen die verantwoordelijk zijn voor de contacten met René F. Voor de humeurige Rene F. zelf had de rechtbank donderdag ook goed nieuws: hij mag het verloop van het proces in vrijheid afwachten.