Recensie

Kan alleen een ramp ons redden?

Thomas Friedman

Onze tijd is te vergelijken met een kajaktocht: wanneer het water versnelt, krijgt je de neiging de peddel in het water te steken (of, buiten de kajak, om op Donald Trump te stemmen).

Het was druk op de Facebookpagina van Toblerone, de afgelopen weken. Fans liepen te hoop tegen de fabrikant, die het had gewaagd de vorm van de iconische reep te veranderen. Tussen de driehoekige chocoladestukjes, normaal dicht tegen elkaar geplaatst, zit nu een grotere ruimte. Een nogal fors gat, zou je kunnen zeggen. Toblerone noemt de designverandering onvermijdelijk omdat de ingrediënten duurder zijn geworden. Doordat de nieuwe reep lichter is, kan de prijs gelijk blijven. Dat argument was aan de Toblerone-eters niet besteed. ‘You know full well it looks wrong, it’s not aesthetically pleasing and it no longer looks like a premium product’, brieste iemand.

Mensen kunnen slecht tegen verandering, of het nu gaat om het uiterlijk van een chocoladereep, de hoogte van de pensioenleeftijd of de komst/het vertrek van asielzoekers. In dat opzicht bevat het nieuwe boek van New York Times-columnist Thomas Friedman een sombere boodschap: de wereld verandert steeds sneller, en het adaptievermogen van mensen is niet groot genoeg om de veranderingen te kunnen bijbenen. In Thank You For Being Late beschrijft Friedman wat volgens hem de drie grote ontwikkelingen van onze tijd zijn: technologische vooruitgang, globalisering en klimaatverandering. Alle drie nemen ze exponentieel toe, betoogt hij, waardoor onze wereld in korte tijd onherkenbaar verandert.

Friedman, een groot fan van metaforen, vergelijkt onze huidige situatie met een kajaktochtje. Wanneer het water versnelt, krijgt men de neiging de peddel in het water te steken (of, buiten de kajak, om op Donald Trump te stemmen). Dat is volgens hem een begrijpelijke reactie, maar wel een domme. Wie overeind wil blijven, moet niet proberen de kajak stil te leggen, maar handig meebewegen op de stroom. ‘Dynamisch evenwicht’, noemt hij dit – een term die vaak terugkomt in het boek.

Over dat meebewegen op de stroom straks meer; eerst iets over de titel. Die wekt de indruk dat het boek gaat over onthaasting en mindfulness – waarom koos Friedman hiervoor?

Het boek is eigenlijk een enorme column, legt hij uit. En hoe kom je het beste op ideeën voor columns? Juist, als je onverwacht oningevulde tijd hebt – bijvoorbeeld als je afspraak te laat komt. Een goede column, zo schrijft hij, bevat drie elementen: een wereldbeeld (de normen en waarden van de columnist), een analyse van de ‘grote krachten’ die de wereld vormen, en een beschrijving van hoe die krachten mensen beïnvloeden.

Friedman beschrijft de drie grote veranderingen aan de hand van de vluchtelingencrisis: door de aanhoudende droogte als gevolg van klimaatverandering ontvluchten mensen sub-Sahara Afrika en het Midden-Oosten; geholpen door sociale media vinden ze de weg naar Europa. Met name op de technologische vooruitgang gaat Friedman uitgebreid in. De macht van individuen is hierdoor enorm toegenomen, zowel die van de ‘makers’ als van de ‘breakers’, schrijft hij. Meer dan ooit heeft één individu de macht om ontelbare anderen te vernietigen, maar meer dan ooit hebben individuen, door de komst van internet, ook de kans zich te ontwikkelen en een positieve verandering in gang te zetten.

Nieuw zijn de meeste inzichten niet, maar Friedman is een goede curator en vertolker van ideeën van anderen. Bijzonder aan hem is ook dat hij als beroemde columnist toegang heeft tot de hoofdrolspelers in alle ontwikkelingen. Voor dit boek heeft hij tientallen mensen geïnterviewd, van beleidsadviseurs van Obama tot CEO’s van grote internetbedrijven, van vooraanstaande wetenschappers tot volgers van online onderwijs in ontwikkelingslanden.

Friedman laat zijn eigen zoektocht leidend zijn en neemt de lezer mee naar de bedrijven, landen en personen die hij bezocht. Het ene moment luistert hij ademloos naar het levensverhaal van een Ethiopische parkeerwachter annex blogger, het volgende knijpt hij op een Egyptisch vliegveld in een pluchen kameeltje, om te zien dat dit souvenir ‘made in China’ is.

In het tweede deel van het boek beschrijft Friedman de veranderingen die volgens hem nodig zijn voor een dynamisch evenwicht op vijf terreinen: arbeidsmarkt, geopolitiek, (Amerikaanse) binnenlandse politiek, ethiek en lokale gemeenschappen. Op het eerste gebied ziet hij vooral heil in een sterke nadruk op ‘een leven lang leren’, geholpen door nieuwe technologieën. Ook in de geopolitiek verwacht hij veel van het versterken van de basis, zoals het investeren in onderwijs in ontwikkelingslanden.

Friedman ziet zijn standpunten als neutraal en niet-politiek: de achttien beleidsaanbevelingen die hij in het hoofdstuk over Amerikaanse politiek presenteert zijn volgens hem niet zijn eigen politieke programma, maar dat van ‘Mother Nature’. Zijn oplossingen noemt hij partij-overstijgend en ‘soms links, soms rechts’. Maar dat valt te betwijfelen: waarschijnlijk wordt een Democraat eerder enthousiast van waarschuwende etiketten op ongezonde producten, belastingen op CO2-uitstoot en een verbod op de verkoop van semi-automatische wapens dan een Republikein.

Maar volgens Friedman zijn oude politieke tegenstellingen achterhaald. Als maar genoeg mensen het algemeen belang voorop stellen, is de wereld nog te redden, stelt hij. Zijn hoopvolle houding is opmerkelijk, omdat hij in het boek zelf vaststelt dat fundamentele veranderingen in het verleden vooral mogelijk waren na grote geopolitieke schokken zoals de Tweede Wereldoorlog. Zo’n gebeurtenis maakt alles vloeibaar – maar hoe krijg je de boel in beweging zonder een dergelijke aanleiding? Als een verandering van de Toblerone mensen al overstuur maakt, hoe krijg je ze dan enthousiast voor drastische aanpassingen in bijvoorbeeld energiegebruik, consumptiepatroon of het politieke stelsel?

Volgens Friedman kan het. Hij lijdt nu eenmaal aan een ‘optimism bias’, schrijft hij zelf. Die werd veroorzaakt door zijn – in het boek uitgebreid beschreven – gelukkige jeugd in het Minnesota van de jaren zestig en zeventig, waar alles meezat: het economisch tij, het expliciet aangehangen pluralisme en de sterke gemeenschapszin. De boodschap lijkt te zijn: als iedereen in zo’n omgeving kon opgroeien, had niemand op Donald Trump gestemd.