Het hoeft niet meer van haar

Haar stem kraakt. Haar geest is nog helder. Ze woont alleen nadat haar man haar verliet. Een andere vrouw had hem ingepalmd. Hij liet haar achter met vijf jonge kinderen. Het waren andere tijden. Ze werd met een schuin oog aangekeken en moest zich bewijzen. Iedereen had een mening. De kinderen zoeken haar af en toe op. Ze begrijpt dat ze ook hun eigen leven hebben.

„Ik wil ze niet tot last zijn,” zegt ze met een glimlach.

De laatste tijd wil ze niet meer. Ze is niet somber, daar is ze het type niet voor. Haar leven is al lang geleden stil komen te staan. Ze volgt het nieuws, maakt haar puzzels en het hoogtepunt van de dag is de bezorging van haar eten. Eten dat haar al een tijdje niet meer smaakt. Slapen is elke avond een marteling. Ze valt laat in slaap en is vroeg wakker. Een slaappil zal ze nooit nemen.

„Weet u dokter, ik heb vijf prachtige kinderen. Het zijn schatten. Mijn kleinkinderen zijn lief en ze doen het allemaal goed, maar het hoeft niet meer van mij, begrijpt u dat?” zegt ze met een vragende blik.

Ze is 85.

Haar gezondheid is de laatste jaren achteruitgegaan. In de oren die minder zijn gaan horen heeft zich een hoge toon genesteld die zich niet laat wegjagen. Haar ogen hebben toegegeven aan de suikerziekte die zich als een sluipmoordenaar manifesteert. De rollator gebruikt ze als decor. Ze houdt zich liever vast aan de muren en de kasten als ze zich verplaatst.

„Wat bedoelt u precies, bent u klaar met het leven?” vraag ik

Ze draait haar hoofd weg. Kijkt door het raam naar buiten en kijkt naar de hemel.

„Weet u, ik wil gewoon verder met het volgende hoofdstuk. Het hoofdstuk waar ik al een tijd op wacht, maar dat niet komt. Weet u dokter dat ik er elke dag voor bid? Dat ik op een dag niet meer wakker word.”

Een lange stilte volgt.

Ik aarzel, maar weet dat ik aan zet ben. Ik probeer mijn woorden zo zorgvuldig mogelijk te kiezen.

„Wilt u dat ik help met het volgende hoofdstuk?” vraag ik.

„Als dat zou kunnen, graag” zegt ze met een glimlach.

„Hoe zou ik dat voor u kunnen doen”

„Heel simpel dokter. Zou u ook voor mij willen bidden?”