Een bijzondere klus voor de ‘natte’ advocatuur

Drie containerschepen dobberen werkloos voor de kust. Bij een gerechtelijke verkoop op de rechtbank moeten ze tientallen miljoenen euro’s opleveren.

Oud zijn ze niet, de schepen die begin december onder de hamer van de Rotterdamse rechter komen. Ze werden nog maar vier jaar geleden in de vaart genomen, in een tijd dat containerrederijen in een wereldwijde wedloop waren verwikkeld om steeds grotere schepen in te zetten. Kosten besparen was het devies, en schaalvergroting het middel. Maar door de zwakke wereldhandel bleef het aanbod van lading om al die scheepsruimte te vullen achter, waardoor de internationale scheepvaart in een ongekende crisis belandde. Met als prominent slachtoffer de Zuid-Koreaanse rederij Hanjin Shipping, die dit najaar failliet ging.

Het bankroet van Hanjin levert de ‘natte’ advocatuur in Rotterdam – in dit geval het gespecialiseerde kantoor AKD – een bijzondere klus op. Bijzonder omdat een executieverkoop van schepen niet al te vaak voorkomt, gemiddeld maar een paar keer per jaar. Een veiling van drie nog redelijk nieuwe en uiterst kostbare giganten tegelijk, is een zeldzaamheid.

De ‘Hanjin Harmony’, de ‘Hanjin Europe’ en de ‘Hanjin Africa’ liggen nu in Nederlands territoriale wateren, maar voeren ruim een maand geleden de Rotterdamse haven nog voorbij. Nadat de rederij uitstel van betaling had gekregen, was het gevaar te groot dat er beslag op schip en lading zou worden gelegd. In Hamburg, dat voor Hanjin tot ‘safe haven’ in Europa was benoemd, liepen ze dat risico niet. In de Duitse haven is alle lading van boord gehaald, ook de containers die oorspronkelijk voor Rotterdam waren bestemd. Dat leverde de logistieke sector in Nederland een grote schadepost op.

Dat de drie schepen nu alsnog naar Nederland zijn gehaald om gerechtelijk te worden verkocht, is een keuze van de schuldeiser – de Duitse HSH Nordbank – die geld te goed heeft van de juridische eigenaar van de schepen, het op Man gevestigde Resolute Leasing. Van dit bedrijf had Hanjin de schepen gecharterd.

Scheepsexecuties

Maar waarom komt een Duitse financier voor de executie van op Man geregistreerde schepen van een Zuid-Koreaanse rederij in Nederland terecht? Dat is omdat het Nederlandse rechtssysteem daarop goed is toegerust en de maritieme kamer van de Rotterdamse rechtbank internationaal bekend staat als gespecialiseerd in dit soort kwesties. Rotterdam trekt veel scheepsexecuties aan omdat het de reputatie heeft van efficiënt, snel en goedkoop. Het laatste omdat de rechtbank bij de veiling geen percentage van de opbrengst als commissie inhoudt, zoals zoveel maritieme rechtbanken in met name Angelsaksische rechtsgebieden wel doen. Bij schepen die voor vele miljoenen van eigenaar wisselen, tikt dat aan.

Dat zal voor de drie Hanjin-schepen zeker opgaan. Wat hun nieuwbouwprijs in 2012 was, is niet bekend, maar ter indicatie: de nog iets grotere schepen die rederij Maersk Line in hetzelfde jaar liet bouwen kostten 190 miljoen dollar per stuk. Intussen zijn de prijzen gedaald, want voor de nog weer grotere containerschepen van nu wordt zo’n 135 miljoen dollar neergeteld, aldus experts. Daar staat tegenover dat door de grote overcapaciteit de prijzen van tweedehandsschepen zijn gekelderd. Grote kans dus dat volgende maand koopjesjagers op de Rotterdamse veiling afkomen.

Om zijn investering terug te verdienen zal de nieuwe eigenaar de schepen weer snel in de vaart brengen. Zo profiteert niet alleen de ‘natte’ advocatuur maar de Rotterdamse haven in het algemeen: scheepsagenten voor het papierwerk, bevoorraders voor de proviand, bunkeraars voor de brandstof en werven voor eventuele reparaties en onderhoud.