Cultuur

Interview

Interview

Lars van den Brink

Doodsbang voor de boor

Interview Caroline van Houtem

Een angsttandarts is vooral psycholoog. Ontspannen en vertrouwen herwinnen kan helpen. „Volgens mij ligt niemand zonder spanning in die stoel.”

De geur van ontsmettingsmiddel. Het indringende geluid van de boor. De achteroverkantelende stoel, de felle lamp die in je ogen schijnt. En dan: een gezicht met een wit mondkapje voor, een hand die een metalen haak vasthoudt… ‘Doe uw mond maar zo wijd mogelijk open, alstublieft…’

Welkom in de behandelruimte van de tandarts. Voor vele honderdduizenden Nederlanders het decor van een nachtmerrie. Waar huisartsen en chirurgen figureren in doktersromannetjes, speelt de tandarts vooral een hoofdrol in gruwelverhalen.

En dat terwijl ze toch het beste met ons voor hebben, die tandartsen. In de hal van de ACTA – het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam – hangt, vrij naar de eed van Hippocrates, de volgende tekst: ‘Ik beloof dat ik de tandheelkunde zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten. Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen. Ik zal aan de patiënt geen schade doen.’ De tandartsen en mondhygiënisten in opleiding die er rondlopen zien er stuk voor stuk vriendelijk uit. Ook Caroline van Houtem (34) maakt een allerminst bedreigende indruk. Toch is het onderwerp waarop ze 11 november promoveert – het ontstaan en de behandeling van tandartsangst – veelvoorkomend. In totaal heeft een kwart van de Nederlanders last van tandartsangst. Zo’n 500.000 Nederlanders hebben zelfs een regelrechte tandartsfobie: zo bang dat ze tandartsbezoek in principe vermijden, of – als ze toch gaan, doordat hun gebitsklachten te ernstig zijn - extreem angstig in de stoel zijn.

In totaal heeft een kwart van de Nederlanders last van tandartsangst

Van Houtem kent het uit de praktijk: ze werkt als ‘angsttandarts’ in Alkmaar, waar ze mensen behandelt die niet naar een gewone tandarts durven.

Hoe komen al die mensen toch aan tandartsangst?

Van Houtem: „Stuk voor stuk hebben ze een nare ervaring meegemaakt bij de tandarts, blijkt uit mijn onderzoek. In totaal heb ik 151 patiënten ondervraagd over hun ervaringen – een deel van hen had grote angst voor de tandarts of een daadwerkelijke tandartsfobie, en een ander deel vormde de controlegroep, met mensen zonder tandartsangst. Aan alle deelnemers vroegen we om een nare tandartservaring zo levendig mogelijk te omschrijven. De mensen met tandartsangst hadden dus allemaal zo’n dergelijke ervaring meegemaakt - soms hadden ze zelfs zoveel voorbeelden dat ze niet konden kiezen. Maar ook 73 procent van de niet-angstige patiënten had een nare herinnering aan een tandartsbezoek. Wat bleek: hoe akeliger en levendiger de herinnering is voor de patiënt, des te hoger het angstniveau.

„Een van de deelnemers durfde na zestig jaar nog altijd niet naar de tandarts als gevolg van de nare ervaring. Bij tweederde van de mensen met een tandartsfobie is de nare herinnering in kwestie zo traumatisch dat je kunt spreken van symptomen van post-traumatische stress.”

Om wat voor nare ervaringen gaat het?

„Dat is heel uiteenlopend. Soms betreft het een nare ingreep, zoals een pijnlijke wortelkanaalbehandeling. Of het kan zijn dat de tandarts een fout maakte. Maar er kunnen ook zaken een rol spelen die niet zozeer met het tandheelkundige aspect te maken hebben. Zo waren er diverse patiënten die hadden afgesproken dat ze hun hand mochten opsteken als het te pijnlijk of te eng werd. Maar als ze dat vervolgens deden, negeerde de tandarts dat gewoon, onder het mom van: „Nog even doorzetten, ik ben bijna klaar.”

De titel van uw proefschrift luidt Anxiety, fainting and gagging in dentistry’. Hangen angst, flauwvallen en kokhalzen nauw samen?

„Daar werd altijd vanuit gegaan, maar zeker was dat niet. Ik had hier mijn twijfels over. Met behulp van online vragenlijsten heb ik ruim 11.000 mensen ondervraagd over hun tandartsangst, de staat van hun gebit, en hun ervaringen met kokhalzen of flauwvallen tijdens de behandeling. In totaal is zo’n 4 procent van de ondervraagden weleens flauwgevallen in de tandartsstoel, en 8 procent heeft weleens moeten kokhalzen. Maar opvallend genoeg heeft slechts een minderheid van die groepen – 16 tot 18 procent – ook last van extreme tandartsangst. Een direct verband lijkt er dus niet te zijn. Wel gaven kokhalzers aan dat ze vaker last hebben van gaatjes of ontstoken tandvlees dan de mensen die niet kokhalzen. De precieze reden daarvoor heb ik niet onderzocht, maar speculerend kun je wel zeggen dat het niet makkelijk is om een patiënt met kokhalsreflexen de optimale mondzorg te geven. Ook is het voor diegene zelf niet eenvoudig om de eigen mond goed schoon te houden.”

Kan tandartsangst weer slijten?

„Nee, juist omgekeerd. Als een herinnering in het langetermijngeheugen is opgeslagen en keer op keer wordt getriggerd, neemt de naarheid van de herinnering vaak alleen maar toe. Uit een ander onderzoek dat we hebben uitgevoerd, waarbij we angstige en niet-angstige mensen vlak na een ingrijpende behandeling ondervroegen over de ingreep en twee weken later nog eens, bleek dat de herinnering bij de angstige patiënten die tweede keer akeliger was dan direct na afloop van de behandeling. Bij de niet-angstige groep was dat niet het geval. En zo kan het ook werken bij de nare herinneringen van lang geleden: bij elk nieuw tandartsbezoek wordt de herinnering getriggerd, de stressrespons vergroot: de nieuwe behandeling bij de tandarts wordt hierdoor waarschijnlijk ook negatiever onthouden.

Hoe kunnen tandartsen helpen om de angst te verminderen?

„Allereerst door de patiënt controle te geven over de behandeling. Afspreken dat iemand zijn of haar hand mag opsteken als het niet meer gaat - en dan dus ook echt stoppen - is daar een van. Maar ook van tevoren gewoon vragen hoe een patiënt behandeld wil worden.

„En zorg voor een ontspannende, stressverlagende omgeving. Bijvoorbeeld door ontspanningsoefeningen aan te bieden. Daar wordt vaak lacherig over gedaan, maar het kan echt helpen als je in de stoel ligt en je krijgt de opdracht om op je ademhaling te letten of met je tenen te wiebelen als afleiding. Als de tandarts zelf het te druk heeft, dan kan de assistente helpen bij dergelijke oefeningen.”

Kunt u zich als tandarts voorstellen dat mensen bang zijn?

„Zeker. Vooral als ik die creepy portretfoto van mezelf bij dit artikel zie, haha. Maar serieus: volgens mij ligt vrijwel niemand helemaal zonder spanning in die stoel – ikzelf ook niet. Tandsteen laten weghalen of een gaatje laten vullen is nu eenmaal niet het leukste wat er is. Zelf heb ik op mijn zesde lang in het ziekenhuis gelegen, en in die tijd is mijn gebit misschien een beetje verwaarloosd. Daarna had ik een groot gat in mijn kies en ik weet nog precies hoe ik daar lag, machteloos en doodsbang – ik had al genoeg dokters gezien – en de tandarts zich over mij heen boog met een boor voor een soort wortelkanaalbehandeling.

„Toen ben ik flink bang geworden. De keer daarop heeft mijn moeder me meegenomen naar een andere tandarts, die gespecialiseerd was in angstige patiënten, en dat heeft geholpen. Toen is mijn angst wellicht overgegaan in een fascinatie.”