Recensie

De angst van een stad

Jan Brokken

Aan de hand van eigen belevenissen en levensverhalen van schrijvers, dichters en componisten, laat Brokken je de ware aard van Sint-Petersburg in de 20ste eeuw zien.

‘O land, vol treurigheden, / O akkerland vol smart./ Op ’t hart drukt het verleden,/ Maar Rusland blinkt ín ’t hart.’ Deze dichtregels van Jesenin schieten Jan Brokken te binnen als hij even buiten Sint-Petersburg het ‘echte Rusland’ ontwaart: een kromgebogen man in de sneeuw, met een oude hond naast zich en een sliertje rook boven het doorgebogen dak van een houten huis. Het is 2015 en de schrijver is teruggekeerd naar de stad aan de rivier de Neva, waar zijn vorig jaar verschenen Dostojevski-roman De Kozakkentuin zich deels afspeelt. Sint-Petersburg is voor Brokken een museum van het verleden. Op iedere straathoek vindt hij wel iets interessants. Voor de chique modewinkels en nieuwe restaurants is hij ongevoelig. Liever kijkt hij naar wat er achter hun gevels gebeurt en is gebeurd. Het brengt hem tot de conclusie dat er vergeleken met zijn eerste bezoek aan de stad, in 1975, niet zoveel is veranderd.

Het is de stilte van de ingehouden adem

Het is maar een van de rode draden in Brokkens nieuwe boek De gloed van Sint-Petersburg. Wandelingen door heden en verleden, dat leest als een melancholiek portret van een bewogen stad. Brokken is de ideale gids voor zo’n biografische excursie, omdat hij over grote kennis van de 19de- en 20ste-eeuwse Russische cultuurgeschiedenis beschikt. Wandelend op het metrum van de poëzie van Anna Achmatova (1889-1966) stuit hij in 2015 langs de oevers van de Neva op een in 2006 onthuld standbeeld van deze grootse dichteres. Het staat recht tegenover de Kresty-gevangenis waar ze tijdens de Stalinrepressie soms drie uur lang in de vrieskou stond om een voedselpakket voor haar gevangen zoon af te geven. Brokken verbaast zich over zijn ontdekking: in 1975 was het onmogelijk dat zo’n standbeeld er ooit zou komen. Haar gedichten waren toen nog verboden. En al kende een op de tien inwoners van de stad haar verzencyclus Requiem uit het hoofd, het noemen van haar naam bleef tot 1987 taboe.

Flauberts kamerjas

Via Achmatova maakt Brokken heerlijke uitstapjes naar Petersburgse schrijvers, schilders en componisten zoals Dostojevski, Gogol, Toergenjev, Berberova, Rimski-Korsakov, Sjostakovitsj en Nabokov. Hij wandelt langs hun huizen, vertelt over hun levens en spit allerlei aardige details op, zoals de kamerjas die Toergenjev door een lijfeigene van zijn moeder liet maken voor zijn vriend Gustave Flaubert, die hij mateloos bewonderde. Flaubert zou die kamerjas nooit meer uittrekken.

Ook beklimt Brokken de trappen in het deftige geboortehuis van Vladimir Nabokov in de Grote Zeestraat. Hier mijmert hij over diens twaalfjarige zusje Olga, die in 1917 met haar vriendinnetje Alisa Rosenbaum heftige discussies voerde over de Februari-revolutie. Olga was voor de tsaar, Alisa voor de republiek. Rosenbaum zou in 1926 naar de Verenigde Staten emigreren en daar beroemd worden als Ayn Rand, de schrijfster van bestseller The Fountainhead.

Brokken heeft weinig sympathie voor Toergenjev, wiens romans hij bewondert, maar wiens klassenbewustzijn en neerkijken op Dostojevski, die van veel lagere komaf is, hij verafschuwt. Veel meer heeft hij op met bescheiden grootmeesters als Tsjechov, die gesprekken over verheven onderwerpen haatte en tegen om advies smekende, verdwaasde intellectuelen zei: ‘Drinkt u wat minder wodka!’ Een uitspraak die de componist Dmitri Sjostakovitsj overnam, wanneer collega-componisten met hem over de achterliggende filosofie van zijn muziek wilden discussiëren.

Smartphones

Maar ook op de huidige inwoners van Sint-Petersburg levert Brokken kritiek. Zo ergert hij zich tijdens een uitvoering van Rachmaninovs Vespers aan de vrouwen in lange bontjassen, die tijdens het concert met hun smartphones flitsen of filmen en luidruchtige telefoongesprekken voeren. Het voert hem naar de jonge Rachmaninov, die een moeizame relatie met Sint-Petersburg onderhield, omdat de muziekcritici er genoegen in schepten een nieuwkomer als hij de grond in te boren. De componist kwam hierna drie jaar lang tot niets meer. Zoiets zegt veel over het culturele snobisme van de tsarenhoofdstad, dat mensen kon maken of breken. Achmatova had er geen last van: zij was de verpersoonlijking van die arrogantie.

De muziek van Sjostakovitsj speelt een belangrijke rol in De gloed van Sint-Petersburg. Tijdens de Stalinterreur wachtte hij dagelijks zijn arrestatie af door ’s avonds tegen tien uur met een koffertje naast de lift te gaan zitten, omdat hij niet wilde dat zijn kinderen zouden zien dat hij werd weggevoerd. Zijn composities weerspiegelen de huiver die het hele land toen beheerste.

In 2015 neemt Brokken een vergelijkbare sfeer in Sint-Petersburg waar, nadat in Moskou de oppositiepoliticus Boris Nemtsov is vermoord. ‘Ik merk het overal in de stad, waar ik ook loop, in de rij sta, theedrink of in de metro of de bus zit’, schrijft hij. ‘Verontrusting, maar niet op een luidruchtige wijze.’ Als hij getuige is van een stille tocht met kaarsen en fakkels, beseft hij dat die stilte de angst nog veel meer voelbaar maakt: ‘Het is de stilte van de ingehouden adem.’ En dan ben je weer terug bij die kromgebogen man in de sneeuw.