Column

Zo elitair is dat theater nu ook weer niet

In jeans en colbertje zag ik Ronald Plasterk afgelopen zaterdag onopvallend richting de zaal in de Koninklijke Schouwburg lopen. Ha, dacht ik, een minister op een première. Dat is ten minste één politicus aan wie de oproep is besteed die acteur Gijs Scholten van Aschat een week eerder deed op een D66-congres in een ode aan Hans van Mierlo. Ik had er meer verwacht bij Race, een voorstelling over racisme, over vooroordelen, over onbegrip tussen mensen met verschillende huidskleuren. Ik maakte een rondje door de foyer. Ik telde verder niet één andere politicus.

In zijn redevoering bij D66 memoreerde Scholten van Aschat dat niet alleen Van Mierlo zelf maar ook anderen uit zijn generatie als Frits Bolkestein, Wim Kok, Hans Dijkstal of Hedy d’Ancona premières bezochten en na afloop bleven om te discussiëren. Zoals de Franse president François Hollande onlangs tot diep in de nacht bleef hangen bij de acteurs van de Comédie Française na de uitvoering van Les Damnés in de regie van Ivo van Hove.

Ik moest denken aan Ferry Mingelen die bij de opening van het Theaterfestival vertelde dat hij fractievoorzitters en de premier had gevraagd of ze in het afgelopen seizoen nog naar het theater waren geweest. Niet één kon een recente productie noemen. VVD-fractievoorzitter en voormalig cultuurbewindsman Halbe Zijlstra had geantwoord: „Nee, maar ik heb ook niet zoveel met toneel.” Juist Zijlstra had baat kunnen hebben van een voorstelling als Race, gezien zijn uitglijders in de Zwarte Piet-discussie. Alleen al door de wijze waarop de witte, goedbedoelende Mark Rietman als witte advocaat zich in het stuk verslikt in dialogen die net zo snel, scherp en spitsvondig zijn als in Amerikaanse tv-series als West Wing of House of Cards. Series die politici schijnen te verslinden, maar ja, die gaan over hun eigen vak.

Kunstenaars kregen van VVD-politici als Zijlstra en Mark Rutte vijf jaar geleden het verwijt dat ze met hun rug naar de samenleving stonden. In het theater en in andere kunstvormen is het maatschappelijke engagement van vooral jongere generatie cultuurmakers toegenomen. Politici staan nu juist met hun rug naar de kunstenaars. Uit angst voor een elitair imago mijden zij theater- en muziekzalen of musea. Met als resultaat dat zij hun onwrikbare geesten in tijden van populisme niet meer durven te toetsen aan de creatieve breinen van kunstenaars, zoals hun voorgangers in de eeuwen van De Verlichting dat juist wel deden. Dat kun je gerust een verarming van de democratie noemen.

Daan van Lent is cultuurverslaggever