Won Trump mede dankzij Silicon Valley?

De technologische revolutie die Silicon Valley aanjaagt heeft sterk bijgedragen aan de toegenomen economische ongelijkheid.

Foto Evan Vucci/AP

Als er één plek is waar Donald Trump impopulair is, is het Silicon Valley. Nog geen 20 procent stemde er in de regio ten zuiden van San Francisco op de Republikeinse kandidaat. Volgens een analyse van onderzoeksbureau CrowdPac ging 97 procent van de campagnedonaties van medewerkers van techbedrijven naar Hillary Clinton. Trump zelf heeft het ook niet echt op Silicon Valley: hij heeft tijdens zijn campagne publiekelijk ruzie gemaakt met onder meer Facebookoprichter Mark Zuckerberg en Apple-directeur Tim Cook.

Maar heeft Trump zijn overwinning niet deels aan Silicon Valley te danken? De technologische revolutie die Silicon Valley aanjaagt heeft sterk bijgedragen aan de toegenomen economische ongelijkheid. Die is een belangrijke oorzaak voor de onvrede onder veel Amerikanen. Anders dan de grote techbedrijven zelf graag vertellen, leidt de snelle ontwikkeling van technologie eerder tot een groeiende kloof tussen bevolkingsgroepen dan dat die ze dichter bij elkaar brengt.

Eerder dit jaar waarschuwde een rapport van de Wereldbank op sterk toenemende verschillen tussen arm en rijk door de technologische revolutie. Veel geavanceerde economieën, de VS voorop, hebben te maken met een steeds sterker gepolariseerde arbeidsmarkt. „Deels omdat technologie vaardigheden van hoogopgeleiden versterkt, en de routinebanen van lageropgeleiden overbodig maakt”, volgens de Wereldbank.

Het Wereldbank-rapport:

Robotisering en automatisering raakt de lagere klassen harder dan de bovenlaag. Amerika is het land van Silicon Valley, maar ook van de Rust Belt, die het door technologische veranderingen juist moeilijk heeft. Bovendien leidt de economische dynamiek op internet volgens de Wereldbank vaak tot monopolies: denk aan hoe oppermachtig Google is in online zoeken, en Facebook in sociale media. De financiële opbrengsten van technologische vooruitgang gaan daardoor naar een extreem klein deel van de bevolking. De bedrijven gebruiken die opbrengsten voor een zeer actieve politieke lobby in Washington, ook een doelwit van de boosheid van Amerikaanse kiezers.

De grote technologiebedrijven uit Silicon Valley hebben daarnaast de middelen ontwikkeld waarmee Donald Trump-aanhangers hun onvrede effectiever konden verspreiden dan ooit tevoren. Via Facebook – volgens recent Harvard-onderzoek een belangrijke nieuwsbron voor 44 procent van de Amerikanen – konden zij opboksen tegen de traditionele media. De meeste traditionele media waren uitgesproken anti-Trump. Op sociale media was dat anders: Trump wist op Twitter 15,5 miljoen volgers te verzamelen, Clinton 10,5 miljoen.

Het succes van Trump op sociale media is mogelijk geholpen door zogeheten filter bubbles: het verschijnsel dat mensen op sociale media vaker berichten te zien krijgen waarmee ze het eens zijn dan berichten die hun opvattingen tegenspreken. Er is veel bewijs voor een polariserend effect van die filterbubbles.

Tech-ondernemer Eli Pariser waarschuwde in 2011 al over ‘filter bubbles’:

Ook de invloed van internet en sociale media op de traditionele kranten en tv-kanalen heeft bij deze verkiezing waarschijnlijk een rol gespeeld. Nieuwsmedia zijn online verwikkeld in een jacht op clicks en aandacht die in hoge mate de onderwerpkeuze bepaalt. Online wint sensatie het steeds vaker van zakelijkheid en nuchterheid.

Katharine Viner, hoofdredacteur van de Britse krant The Guardian, waarschuwde onlangs voor wat zij de ‘postwaarheidsdemocratie’ noemt. Of een nieuwsbericht waar is, wordt minder belangrijk dan of een bericht spannend is, en veel gedeeld wordt op Facebook en Twitter. Dat heeft er volgens Viner aan bijgedragen dat een spektakelkandidaat als Trump überhaupt zoveel media-aandacht kon krijgen dat hij een serieuze kanshebber werd.

Ironisch is dat het campagneteam van Clinton juist veel expertise uit Silicon Valley heeft aangetrokken voor het verzamelen en analyseren van grote hoeveelheden data over kiezers. Clintons strategie leunde veel meer dan die van Trump op deze big data. Achteraf bezien heeft die gok vooral geleid tot een vals gevoel van zekerheid over haar kansen.

Big data werd een big mistake.