Column

Wie is er bang voor onbesuisde kunst?

De noodzakelijke overmoed. Alice Neel. Werner Herzog. Nederlands Danstheater: ‘Symbolen’.

In de Fundatie in Zwolle zag ik dat portret van haar stiefzoon. Een jonge man, spectaculair door die borende ogen. ‘Alice Neel, 1955’ las ik op het kaartje ernaast. Wát een schilder. Wie is dat, dacht ik, nooit van gehoord. Moet ik toch eens achteraan.

Voor ik dat kan vergeten, ben ik een week later in Gent. Omdat ik er toch ben, ga ik naar het S.M.A.K. (ik denk bij die naam altijd even aan een dikke zoen, maar zo heet het in Gent het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst ). Er is een tentoonstelling over portretkunst. Hé! Daar is ze alweer. Alice Neel. Ze vult meteen de eerste zaal. Allemaal portretten. Allemaal ijzersterk, vooral dat portret van haar oudste zoon. Opgesloten in zijn maatkostuum hangt hij in zijn stoel, knie op zijn enkel. Zo zitten alleen mannen soms. Defensief. Ongemakkelijk. Hij wil weg. Hij is ongelukkig.

In de VS is het werk van Alice Neel (1900-1984) bekend. Hier niet, maar het begint nu te bubbelen. Weer een week later loop ik door het Gemeentemuseum Den Haag en voel me een flipperbal: zeventig schilderijen van Alice Neel slingeren me door de zalen. Nu val ik om te beginnen voor haar portretten van zwangere vrouwen – zwaar en vervuld van zichzelf. Zo zijn ze, zo voelen ze zich, alleen willen schilders dat zelden zien. Die houden het veilig op ontroerend en lief. Nou, dat kun je vergeten bij Alice Neel. En wat te denken van die naakte man die ze van twee extra lullen voorzag? Omdat hij zo’n macho was, wordt vermoed. Maar wie zegt dat? Ik zie hier eerder commentaar op een al te zelfingenomen minnaar. Met het sterkste portret dat hier hangt, gaat Neel ook zichzelf te lijf: een zelfportret uit 1980. Tachtig jaar oud was ze. Slechts gekleed in haar bril. Ecce femina.

De angstaanjagend onbevangen benadering van personages hangt samen met de moed die de kunstenaar moet opbrengen. Zonder dat is er geen kunst. Interessant is niet genoeg, de goede kunstenaar is altijd een veroveraar. Die overweldigt, en zijn of haar onderwerp levert zich uit, ook als het dat niet wil.

Ik zie het net zo bij Symbolen van het Nederlandse Danstheater. Dat opent met Some Other Time, een choreografie van Paul Lightfoot en Sol León. De dansers verschijnen en verdwijnen in het duister. Met verdubbelingen en ontregelende beelden doet het ballet denken aan de surrealistische schilderijen van Magritte. Je herkent iets wat je niet kent. Mooi. Eng. Geweldig.

De nieuwste film van Werner Herzog heet Into the Inferno. Zomaar, zonder ruchtbaarheid, te zien op Netflix. Ik geniet, dit is vintage Herzog. De film gaat over vulkanen en zit vol wetenschappers à la Indiana Jones, mystici en andere eenlingen. Allemaal zijn ze uit op „strange beauty”. Zoals het fotografenechtpaar dat werkende vulkanen zo dicht mogelijk nadert en heel mooie foto’s maakt. Maar ze gaan er wel aan. Ecce homines.

Marian Janssen, de biografe van de dichter Isabella Gardner, stuurt me het prachtige gedicht dat Gardner schreef voor haar tijdgenoot Alice Neel. Het heet ‘Your fearful symmetries’ en het besluit met: „anger is necessary”. Woede is noodzakelijk. Klopt, voor alle kunsten.