Red Hot Chili Peppers: rommelig optreden met feestelijk einde

In de Ziggo Dome ging het dinsdag los bij de succesnummers van de Red Hot Chili Peppers, maar daarvoor was het optreden vooral rommelig.

Bassist Flea van de Red Hot Chili Peppers tijdens Pinkpop. Foto ANP / Marcel van Hoorn

Als de Red Hot Chili Peppers goed zijn, dan zijn zo ook meteen verpletterend. In de Ziggo Dome ging het dinsdag los bij de succesnummers ‘By the Way’ en ‘Give it Away’, die het publiek op deze eerste van twee uitverkochte avonden tot op de hoogste tribunes in beroering brachten. Maar daarvoor waren het vooral rommelige jams, monotone boerenfunk en stramme rapnummers van de band uit Los Angeles.

Hoe heeft zo’n rommelige band ooit zo groot kunnen worden? De Red Hot Chili Peppers speelden zich suf in hun meer dan dertigjarig bestaan, eerst in het clubcircuit en later als gewilde festivalact. Eind jaren tachtig brachten ze een toen nog unieke mix van rock, funk, punk en rap. Met het succes kwamen de kwalen: drugsverslaving, een dode gitarist en een piepjonge opvolger die bijna ten prooi viel aan dezelfde verlokkingen.

Na het vertrek van gitarist John Frusciante in 2009 bleven de Peppers op grond van hun reputatie een topact maar werden ze artistiek nooit meer hetzelfde. Opvolger Josh Klinghoffer is adequaat, maar mist de brille van Frusciante. Diens ‘Under the Bridge’ staat lang niet meer altijd op de setlist. Tussen de zwakkere nummers van het laatste album ‘The Getaway’ had de avond zo’n melodieuze injectie kunnen gebruiken.

Hoe lang nog?

De hoog-energieke podiumact is gebleven en het is de vraag hoe lang de vijftigers Anthony Kiedis en Flea dat jongensachtige rondspringen nog vol kunnen houden. Er loopt een denkbeeldige lijn tussen bassist Flea en zanger Kiedis: de eerste blijft geloofwaardig als hij acrobatisch rondstuitert met zijn bas en de laatste begint lompe trekjes te vertonen, ook in zijn schreeuwerige rapteksten die op geen enkele manier meer in verband staan met de zwarte hiphopcultuur.

Flea, Klinghoffer en drummer Chad Smith begonnen met een jam, of eigenlijk meer een fysieke workout om de spieren warm te spelen. Onder een bewegend plafond van staafvormige lampen beukten de Peppers zich met metaldrummer Smith aan het roer door zwakkere nummers als de discostomper ‘Go Robot’ en het monotone ‘Factory of Faith’, tussen ‘Otherside’ en ‘Californication’ die hun oude glorie lieten doorschemeren.

Aan het eind werd het feest; dat kun je aan de Red Hot Chili Peppers overlaten. Maar hun improvisaties klonken stroef en de funknummers houterig, als een band die zo’n optreden er professioneel uit rammelt terwijl er weinig meer van afhangt.