Recensie

Red Hot Chili Peppers: rommelig optreden met feestelijk einde

Pop
Red Hot Chili Peppers. Gehoord 8/11 Ziggo Dome, Amsterdam. Herh: 9/11.

Als de Red Hot Chili Pepper goed zijn, dan zijn zo ook meteen verpletterend. In de Ziggo Dome ging het dinsdag los bij de succesnummers ‘By the Way’ en ‘Give it Away’, die het publiek op deze eerste van twee uitverkochte avonden tot op de hoogste tribunes in beroering brachten. Voor het zo ver was, moest er heel wat water onder de brug met rommelige jams, monotone boerenfunk en stramme rapnummers van de band uit Los Angeles.

Hoe heeft zo’n rommelige band ooit zo groot kunnen worden? De Peppers speelden zich suf in hun meer dan dertigjarig bestaan, eerst in het clubcircuit en later als gewilde festivalact. Eind jaren tachtig brachten ze een toen nog unieke mix van rock, funk, punk en rap. Met het succes kwamen de kwalen: drugsverslaving, een dode gitarist en een piepjonge opvolger die bijna ten prooi viel aan dezelfde verlokkingen.

Na het vertrek van gitarist John Frusciante in 2009 bleven de Peppers op grond van hun reputatie een topact maar werden ze artistiek nooit meer hetzelfde. Opvolger Josh Klinghoffer is adequaat, maar mist de brille van Frusciante. Diens ‘Under the Bridge’ staat lang niet meer altijd op de setlist. Tussen de zwakkere nummers van het laatste album ‘The Getaway’ had de avond zo’n melodieuze injectie kunnen gebruiken.

De hoogenergieke podiumact is gebleven en het is de vraag hoe lang de vijftigers Anthony Kiedis en Flea dat jongensachtige rondspringen nog vol kunnen houden. Flea blijft geloofwaardig als hij acrobatisch rondstuitert met zijn bas, Kiedis begint lompe trekjes te vertonen, ook in zijn schreeuwerige rapteksten die op geen enkele manier meer in verband staan met de zwarte hiphopcultuur.

Flea, Klinghoffer en drummer Chad Smith begonnen met een jam, of eigenlijk meer een fysieke workout om de spieren warm te spelen. Met metaldrummer Smith aan het roer beukten de Peppers zich door zwakkere nummers als ‘Go Robot’ en het monotone ‘Factory of Faith’, tussen ‘Otherside’ en ‘Californication’ die hun oude glorie lieten doorschemeren. Aan het eind werd het feest; dat kun je aan de Peppers overlaten. Maar hun improvisaties klonken stroef en de funknummers houterig, als een band die zo’n optreden er professioneel uit rammelt terwijl er weinig meer van afhangt.