Recensie

Gregory Porter zingt met heel zijn lijf

De populariteit van de van oorsprong Californische zanger met zijn meeslepende, van soul doordrenkte jazz is met de jaren vergroot. Dinsdag zong Porter in de intieme luxe van Theater Carré. Het bleek niet zijn beste avond.

Begin 2011 was hij voor het eerst in Nederland te zien. Gregory Porter zong toen in een kleine Rotterdamse undergroundclub (Heidegger) en een dag later in de kleine zaal van Paradiso. Het werd, met zijn vaste pianist Chip Crawford en destijds Nederlandse begeleiders, een gedenkwaardige kennismaking.

De populariteit van de van oorsprong Californische zanger met zijn meeslepende, van soul doordrenkte jazz is met de jaren vergroot. De jazzreus, wiens bebaarde gezicht altijd nauw omsloten is door skicap en pet, heeft een groot publiek aan zich weten te binden en is onophoudelijk op tournee. Eind deze week maakt hij voor twee concerten de ongelofelijke sprong naar de Heineken Music Hall. Dinsdag zong Porter in de intieme luxe van Theater Carré.

Het bleek niet zijn beste avond. De zanger, die de keel regelmatig had te smeren met thee en honing, moest het dit concert flink uit zijn tenen halen. Zeker, een groots en geraffineerd vertolker toonde hij zich weer, die warm en relaxed de noten aan elkaar boog. Maar hij moest zich forceren. Pijnlijk duidelijk werd hoe matig en behouden de ondersteuning van zijn band dan is.

Als Porter improviserend op avontuur gaat, vindt hij de weg meestal terug via de basnoten. Hij zong gisteravond met het hele lijf, de noten verlengend met zijn vingers. De overdracht was meer dan zijn stem. Liefdesliedjes voerden mee, maar het sterkst waren de sociaal bewuste statements waarin hij laag, donker en diep gemeend zijn bezorgdheid uit: ‘Take Me To the Alley’. En ook in ‘Free’, de vuisten gebald, vast nog fanatieker door verkiezingsstress. En dan ‘No Love Dying’, uiteindelijk gul, buikberoerend laag en onversterkt in de donkere hoek van het podium.