Oranje mag blij zijn met gelijkspel

Oefeninterland

Het Nederlands elftal speelde met 1-1 gelijk tegen België. Bondscoach Blind zag drie spelers uitvallen met een blessure.

Foto Peter Dejong/AP

Vrijblijvend voetbal bestaat niet meer. Zei Danny Blind vooraf. Hoewel? Gelet op de duizenden lege stoeltjes op de bovenste ring van de Arena had je woensdagavond kunnen constateren dat vriendschappelijk voetbal er voor de fan niet toe doet, ook al wordt de opponent vertegenwoordigd door de fine fleur van het Europese voetbal. Belgische balkunstenaars om de hoek. Hazard, De Bruyne, Carrasco. Maar de 126ste Derby der Lage Landen, zoals de KNVB het duel in de markt zette, was een niet uitverkochte burentwist die nauwelijks zal beklijven: 1-1.

Te weinig fut, te weinig beleving en sensatie. Maar wat gaf het voor de bondscoach? Alsof het hem wat kon deren dat het weer zo’n spectaculaire 5-5 zou worden zoals in 1999. Zijn ploeg bleef overeind en morste geen punten op de FIFA-ranking. Dat scheelt als Nederland tweede in de WK-kwalificatiepoule wordt, en moet aantreden in de play-offs. Hoe hoger de positie, des te lager geklasseerd de opponent. Ja, met dat scenario houdt Blind al rekening.

Spijtig voor hem waren de spelers die geblesseerd uitvielen, Jeremain Lens, Vincent Janssen en Stijn Schaars. Grote kans dat zij zondag niet kunnen spelen als Nederland de WK-kwalificatiewedstrijd in en tegen Luxemburg speelt.

Juist Schaars was een fraaie rentree gegund. Te min bevonden voor een verdere toekomst bij PSV bewijst hij dit seizoen in het shirt van SC Heerenveen dat de bondscoach ook in Friesland terecht kan voor een sterke controleur. Alleen al voor zijn ervaring. Schaars zei het deze week zelf al dat de rol van oudere spelers vaak wordt onderschat. Ze brengen weerbaarheid, en dat is ook wat dit Oranje kan gebruiken. Zonder overschot aan ontluikend talent is de ploeg gebaat bij stabiliteit en bewezen knokkers. Mede door ijver en arbeid bleef de ploeg op de been tegen de Belgen.

Zie Wesley Sneijder. Niet uit de basis te krijgen, door wie dan ook. De 32-jarige middenvelder speelde zijn 125ste interland en is hard op weg het record van Edwin van der Sar (130) te breken. Zoveel plezier nog, gedrevenheid vooral. Toen de scheidsrechter toch maar besloot te fluiten toen de Belgische back Thomas Meunier op de grond bleef liggen, reageerde Sneijder furieus. Hij gaf verdorie net een steekpass op Jeremain Lens, die misschien wel 2-0 had kunnen maken. Sneijder, straatschoffie.

In wat een gezapige eerste helft zou worden, had Lens toen al een strafschop verkregen nadat hij zich langs Jan Vertonghen had gewurmd en naar de grond was getrokken. Benut door Davy Klaassen, die schijnbaar moeiteloos Simon Mignolet passeerde. Mignolet stond op doel in plaats van Thibaut Courtois, de ontzagwekkend doelman van Chelsea, die rust had gekregen, evenals spits Romelu Lukaku.

Het zei veel. Alleen al gelet op de opstelling kon je afvragen of de Belgen per se wilde winnen van Nederland, nog los van hun spel, dat niet accuraat was en flair miste. Bondscoach Roberto Martinez had het duel vooraf ook omschreven als glamour, en niet als business, zoals hij het aanstaande treffen met Estland noemde. Misschien kenmerkt dat ook wel de burentwist: na alle voorpret kan het enkel nog tegenvallen.

Hoe de Belgen het duel beschouwden? „Als een mooi meetmoment, een wedstrijd die tot de verbeelding spreekt”, zei Chris Van Puyvelde desgevraagd, technisch directeur bij de Belgische bond. Niet als een strijd tussen concurrerende buren. Hij wil juist samenwerken met Nederland. Samen groeien, samen ontwikkelen. „Ten opzichte van de landen om ons heen en hun grotere potentieel, is het aan ons kleine landen om weerstand te blijven bieden.”

Geen onvertogen woord over de KNVB, bij een directeur die zijn schouders zal hebben opgehaald bij het gegeven dat de Rode Duivels hun beruchte reputatie woensdag niet konden waarmaken. „Wij hebben veel respect voor jullie. Met name op het gebied van professionaliteit. De infrastructuur in Nederland is veel beter. Zoals jullie al jaren profacademies certificeren, dat doen wij pas sinds een jaar.”

Als voorbeeld wees Van Puyvelde op het viersterrenhotel dat onlangs is geopend op het complex van de Belgische bond, nabij Brussel, waar de nationale ploeg deze week verblijft. Voordat dit een creatie werd om mee te pronken, met 79 kamers, fitnessruimtes en sauna’s, stond het elf jaar in de steigers. Anders gezegd: niet alles verloopt zo vlot als de ontwikkeling van de nationale ploeg. „Het enige verschil met vroeger is dat jullie nu ook meer respect voor ons hebben.”

In de Arena geloofden de Belgen het wel. Met de wijze waarop zij zich ontwikkelen bij de grotere clubs in Europa kun je afvragen of zij zich überhaupt hebben kunnen motiveren voor de derby in Amsterdam.