Column

Onvergetelijke nacht

©

Omstreeks 3 uur vannacht begon er in mijn maag een knagend gevoel. Ik zat te zappen tussen de diverse uitzendingen over de Amerikaanse presidentsverkiezing en opeens besefte ik: de kans is levensgroot dat Trump gaat winnen. Hij had in veel staten de leiding genomen en begon ook zieltjes weg te kapen in het noordoosten, de comfortzone van Hillary Clinton.

„Het wordt een lange nacht”, hoorde ik de Amerikaanse commentatoren zeggen. En dat werd het. Een nacht om nooit te vergeten. Je zag de verbijstering op de gezichten van al die analisten en presentatoren die nauwelijks rekening hadden gehouden met een overwinning van Trump. Ze hadden zich laten misleiden door vrijwel alle polls die, hoe voorzichtig ook, een zege voor Clinton voorspelden.

Voortaan zullen ze meer rekening moeten houden met de verborgen stem van veel kiezers voor het populisme. Een commentator van CNN vertelde er een interessante anekdote over. Hij was op bezoek geweest bij een vriend, die een bedrijf in Pennsylvania leidde. „Wat gaan je mensen stemmen?” had hij gevraagd. De man antwoordde: „Er zijn veel leaners.” „Leaners?” vroeg de journalist. „Ja,” zei de man, en hij leunde voorover, „mensen die tegen je mompelen: ik ga Trump stemmen.”

Dat deed me denken aan al die mensen die liever niet in het openbaar zeggen dat ze op Geert Wilders stemmen. Daarmee worden de peilingen onbetrouwbaarder dan je zou willen. Van de Latino’s in de Verenigde Staten zou 29 procent op Trump hebben gestemd, hoorde ik. Een groot deel van die kiezers zal dat niet toegeven en aan de peilers liever een sociaal wenselijk antwoord geven.

Amerikaanse commentatoren wijzen nu op de grote woede jegens het establishment die onder veel kiezers leeft. Waarom heb ik ze daar niet vaker over gehoord? Woede, vooral bij de arbeiders en de middenklasse, over het verval van hun land: de slechte infrastructuur, het vertrek van veel industrieën naar het buitenland, de inkomenskloof tussen de klassen. Trump, maar ook Bernie Sanders hebben daar vaak op gewezen. (Trump vergeleek de Amerikaanse vliegvelden met die in derdewereldlanden.)

Trumps tegenstanders, Hillary Clinton voorop, vielen hem steeds aan op morele issues: zijn racistische en vrouwvijandige opmerkingen, zijn onbeschaafde gedrag. Ook bij de media stonden die onderwerpen hoog op de agenda. Maar de doorsnee Amerikaanse kiezer vond dat kennelijk niet zo belangrijk. Diens onvrede richtte zich meer op economische thema’s en alles wat daarmee samenhangt. Daarom schuilt er veel ironie achter de opzienbarende nederlaag van Hillary. Het was immers haar man die in 1992 president werd met de slogan: „It’s the economy, stupid.” Heeft Bill zijn vrouw daar voldoende aan herinnerd, of wilde ze niet luisteren?

Een andere vorm van ironie is het feit dat veel mensen die voorheen op Obama hebben gestemd, nu hun stem aan Trump moeten hebben gegeven. Het zal een bittere pil voor Obama zijn om zó afscheid te moeten nemen. Hij draagt het presidentschap over aan iemand voor wie hij diepe verachting koestert. En terecht, want de nieuwe president is zó omstreden dat hij zelfs in zijn eigen partij veel tegenstand ondervindt. Hoe noemden Mitt Romney en Marco Rubio hun partijgenoot ook weer ? „Een con man.” Een oplichter.

Hij is nu de machtigste man van de wereld.