Cultuur

Interview

Interview

‘Kijk naar de wereld, zie hoe hard zij is’

Wilco, eregast op het Le Guess Who?-festival, maakt sobere folkrock over het alledaagse leven in Amerika. „De cultuur is in vele opzichten ontaard.”

Wilco is een van de goed bewaarde geheimen van de populaire muziek. Het is geen naam die meteen een liedje in gedachten roept. Wilco heeft al 22 jaar een trouwe aanhang, maar geen glamourstatus. In de luwte ontstaan de mooiste dingen, blijkt uit de curve van de afgelopen decennia, waarin Wilco album na album uitbracht dat steeds op een andere manier frappeerde. Tien zijn er in totaal: van het prachtige, met een Emmy bekroonde A Ghost Is Born (2004) tot de gitaarravages op The Whole Love (2011). Hun optredens zijn lange, intense sessies waar de zachtmoedige stem van zanger Jeff Tweedy belaagd wordt door stekelige gitaaruitbarstingen, waarbij de melodieën glooien en welven, en tederheid en destructie soms dicht bij elkaar blijken te liggen.

Vandaag is de band uit Chicago geland in Brussel, voor twee uitverkochte concerten in popzaal Ancienne Belgique. Jeff Tweedy, voorman en liedjesschrijver, drinkt water op een roodleren bank in de kleedkamer. Tweedy draagt een geruit overhemd, een zwarte muts en een bril met zwaar montuur. Hij kijkt serieus.

De Europese tournee van Wilco heeft plaats in een spannende periode. Tegen de tijd dat Wilco zal optreden in Nederland – vandaag op het Le Guess Who?-festival – is bekend wie de Amerikaanse verkiezingen heeft gewonnen. „Hopelijk hebben we dan onze eerste vrouwelijke president”, zegt Tweedy. „Anders zal ik vrouw en kinderen moeten laten overkomen en de rest van m’n leven in Nederland blijven.” Hij grijnst. „In Utrecht.”

Afgezien van de eigen liedjes, nam Wilco de afgelopen jaren nummers op van de sociaal bewogen folkzanger Woody Guthrie (1912-1967). De door Bob Dylan en Bruce Springsteen bewonderde Guthrie schreef veel teksten, maar maakte niet overal muziek bij. Samen met de Britse zanger Billy Bragg voltooide Tweedy een aantal van Guthries songs, te horen op de driedelige serie Mermaid Avenue. Live speelt Wilco altijd een selectie uit Guthries repertoire.

Onlangs nam ook een andere artiest een onvoltooide tekst op, vertelt Tweedy. Deze Ryan Harvey koos het nog onbekende ‘Old Man Trump’, dat Guthrie verrassend genoeg schreef over Fred Trump, de vader van Donald. „Trump senior was Woody’s huisbaas toen hij in Brooklyn woonde”, zegt Tweedy. „‘Old Man Trump’ gaat over zijn hoge prijzen en racistische gedrag.” De openingsregels zijn: ‘I suppose that Old Man Trump knows just how much racial hate/ he stirred up in de that bloodpot of human hearts’. Tweedy: „Het raakt Guthrie ook persoonlijk. Hij kon de huur niet betalen.”

Punkband

De nu 49-jarige Tweedy, geboren in Belleville, Illinois, raakte begin jaren tachtig in de ban van achtereenvolgens folk, punk, en country. Hij was voorman van punkband The Primitives. In Uncle Tupelo speelde hij een ruige versie van country, en sinds 1995, met Wilco, ontwikkelde zijn muziek zich van countryrock tot een mengvorm van ingrediënten. Alle popmuziek begon met folk, zegt hij. „Want de folkliedjes gaan over de sores van de gewone man. Daarom zie ik punk net zo goed als een vorm van folk. Ik maak geen onderscheid tussen de genres.”

Na enige wisselingen heeft Wilco sinds 2004 dezelfde bezetting. Volgens Tweedy hebben de huidige zes muzikanten, onder wie meestergitarist Nels Cline, een gemeenschappelijke instelling. „We nemen onszelf niet zo serieus als mensen denken.” Vandaar dat de nieuwe plaat Schmilco genoemd werd, een onzinwoord, en de groep zich live ook onvoorspelbaarder gedraagt dan je op grond van hun afgewogen muziek zou verwachten.

Maar al nemen ze zichzelf niet serieus, achter de teksten, de muziek en de houding van de muzikanten schuilt een noodzaak die humor overstijgt, zo blijkt op Schmilco. In tegenstelling tot recente, onstuimige albums als Star Wars en The Whole Love is de muziek hier sober, van de akoestische gitaar op ‘If I Ever Was A Child’, tot de marimba-storm in ‘Common Sense’. De muziek van Schmilco was vorige zomer al opgenomen, maar de zangpartijen moesten nog worden afgewerkt. „Door de transparante begeleiding vallen de teksten meer op. Ze moesten die aandacht ook waard zijn. Dat kostte me meer tijd dan anders.”

Lees verder na de video

In het nummer ‘Normal American Kids’ kijkt Tweedy terug op zijn jeugd: ‘Hate everything I don’t understand/ Hard times tightening the lid/ I had to get away from those normal American kids’. Hij somt op waar hij een hekel aan had: de kinderen op school, de saaie zomervakanties, de pogingen om ook van hem een ‘normal American kid’ te maken.

Harde en gevoelloze wereld

Komt die afkeer voort uit eigen ervaring? Tweedy barst los in een tirade: „Jazeker, dit zou ik niet kunnen simuleren. Ik voelde me als kind vervreemd van mijn omgeving. Niemand begreep mij, en ik begreep hen niet. Sterker nog, ik had een hekel aan ze.” Hij stopt even. „Ik vind het moeilijk om te accepteren als andere mensen anders zijn dan ik. Ik kan er niet bij dat zij niet introspectief zijn, en filosofisch.” Hij kijkt serieus. „Niet dat ze dood moeten, of zo. Maar ik wil niets met ze te maken hebben. Ik weet dat ik afkeurend klink. Zo was ik als kind, en zo ben ik nog steeds: ik heb geen geduld met mensen die niet proberen zichzelf te verbeteren, of in ieder geval ontwikkelen.”

Voelt hij zich nog altijd vervreemd? Ja en daar zijn ook voldoende redenen voor, zegt hij. „Als ik thuis in mijn auto door Chicago rij, zie ik mensen hun vuilnis van twee hoog naar beneden gooien. Kijk om je heen en je ziet hoe hard en gevoelloos de wereld is. De cultuur is ontaard in veel opzichten, objectief gezien is het huiveringwekkend.”

Hij krabt onder zijn schaatsmuts. „Het geldt ook voor mij, ik ben niet heilig. Juist omdat ik naar binnen kijk, ontdek ik aspecten van mezelf die ik net zo goed verafschuw. Anders zou ik niet zo nijver speuren naar dezelfde fouten bij anderen. En was ik misschien gelukkiger.” Hij wacht even en praat dan door, op zijn kenmerkende stuurse toon. „Al ben ik soms wel gelukkig, zoals met mijn familie. Hopelijk voed ik zonen op die gevoelig en wellevend zijn, en een vermogen tot compassie hebben.”

Het was de vervreemding die hem ooit naar muziek dreef, zegt hij. „Mijn ongemak heeft mijn leven een bepaalde richting gegeven. Het leidde me naar punkrock en naar een groep mensen, mijn soort mensen. Het was een troostende ontdekking dat ook zij het gevoel hadden dat ze buitenstaander waren. Dat zijn de mensen met wie ik mij omring.”

Tegendraads

Een half uur na ons gesprek doet de band de soundcheck in de grote, nog lege zaal van Ancienne Belgique. Ze spelen nieuwe, nog onwennige liedjes, zoals het gevoelige ‘Cry All Day’. Over het tegendraads klinkende ‘Locator’ wordt uitgebreid overlegd. Het nummer heeft verschillende gedeelten met wisselende ritmes. Volgens drummer Glenn Kotche moet het anders. Ze spelen het liedje opnieuw, in een rustiger tempo, waarbij de efemere klanken van Clines slideguitar zich als fluweel om Tweedy’s gebarsten stem heen vouwen.

Na afloop knikt de drummer: „Het klinkt swingender zo, zo langzaam.” Ze praten, spelen, praten, repeteren. Jeff Tweedy staat tevreden in het midden, veilig in de eigen clan.

Wilco speelt 10 nov. in TivoliVredenburg. Inl: leguesswho.nl