Cultuur

Interview

Interview

Erik Bos.

Foto Frank Ruiter

‘In plaats van met de dood ben ik bezig met leven’

Erik Bos

(61) had tot zijn 75ste galeriehouder willen blijven. Nu hij weet dat hij dat niet gaat halen, zoekt hij een opvolger voor Nouvelles Images in Den Haag. ‘Het is heerlijk om de regie in handen te hebben en de dingen achter te kunnen laten zoals ik dat graag wil.’

Onlangs verscheen een opvallende advertentie: ‘Galerie Nouvelles Images BV zoekt directeur/galeriehouder (m/v).’ Opmerkelijk, want Noevelles imaasjes, zoals de galerienaam op z’n Haags wordt uitgesproken, is een baken van bestendigheid in de woelige kunstwereld. De oudste Nederlandse galerie voor hedendaagse kunst heeft sinds 1960 slechts twee directeuren gekend: oprichter Ton Berends en, sinds 1989, Erik Bos.

Bos (61) was van plan zeker tot zijn 75ste galeriehouder te blijven. Maar in januari kreeg hij last van dikke voeten. De huisarts verwees hem naar het ziekenhuis en daar zag een specialist een grote zwarte vlek op een van zijn longen. De diagnose: ongeneeslijke long- en lymfeklierkanker. Met een sardonisch lachje zegt Bos nooit te hebben gerookt.

In een vrolijk gesprek vertelt de galeriehouder over de keuzes die hij de afgelopen maanden heeft gemaakt, hoe hij iedere dag nog van het leven geniet, en hoe hij de kunstwereld heeft zien veranderen.

Hoe reageerde u op het slechte nieuws?

„Zonder maatregelen, zei de specialist, zou het snel met me voorbij zijn. In eerste instantie wilde ik niks. Vrij snel daarna dacht ik: laten we nog maar even doorgaan. Na vijf weken chemo- en radiotherapie was ik zo ziek als een hond. Ik kon niet meer eten en viel twintig kilo af. Het heeft ook niks geholpen: na die kuren zat de kanker er nog steeds.

„‘Wat wil je nog?’ vroeg de oncoloog. ‘Een tijdje doorleven’, antwoordde ik. Sindsdien slik ik morfine, dexamethason – zo’n dertig pillen per dag, allemaal tegen de pijn.”

De pillen houden me op de been.

Hoe gaat het nu met u?

„Ik heb inmiddels meer uitzaaiingen. Het ziet er niet zo best uit. Maar naar omstandigheden gaat het best redelijk. De pillen houden me op de been.

„Na die mislukte kuren heb ik de knop omgezet: van bezig zijn met de dood, naar bezig zijn met leven. De vraag of het nog eens 5 mei voor me wordt, heb ik losgelaten. Is het leven nog houdbaar? En kan ik me bezighouden met de belangrijke dingen? Dát zijn de vragen die me interesseren.

„Mijn oncoloog noemt me een bikkel. En sommige vrienden zeggen dat ze een voorbeeld aan me willen nemen. Tja… Anderen kunnen misschien niet de knop omzetten. Maar ik doe het gewoon op mijn manier. Ik leef iedere dag nog met plezier, ik werk, geniet van eten en van het contact met mijn vrienden. Het is heerlijk om de regie in handen te hebben en de dingen achter te kunnen laten zoals ik dat graag wil. Eerst vreesde ik niet genoeg tijd te hebben, maar nu denk ik dat het allemaal gaat lukken.”

Welke dingen?

„Een opvolger voor de galerie vinden. Mijn eigen kunstcollectie onderbrengen. Het boek afmaken waarmee ik al vierenhalf jaar bezig ben. En mijn huizen op Bali verkopen. Dat laatste is gebeurd, ik ben net terug uit Indonesië.”

Moeilijk?

„Allerminst. Ik heb tevreden kopers gevonden en ben met een blij gevoel vertrokken. Op mijn vijftigste zocht ik naast de galerie een andere uitdaging: dat werd Bali, het land van mijn toenmalige partner. Daar heb ik een prachtig complex met drie villa’s gerealiseerd: eentje voor mezelf, een huis waar kunstenaars gebruik van konden maken en een huis voor de staf.

„Nee, het is nooit mijn intentie geweest om daar te gaan wonen. Als toerist identificeer je je snel met een land. Maar in een vreemd land gaan wonen en daar integreren, dat is wat anders. Op Bali blijf je een totok Belanda, een rijke Hollandse man die er nooit helemaal bijhoort.”

Waarom wilt u dat de galerie blijft voortbestaan?

„Nouvelles Images is een instituut, waaraan veel kunstenaars zijn verbonden. Een doorstart lijkt me mooi. Al weet ik dat het heel moeilijk is. De wereld van de kunst is sterk veranderd.

„Toen ik Nouvelles Images overnam, was het een galerie met kunstenaars op leeftijd: Armando, Jef Diederen, Ger Lataster, Lucebert, Kees Verwey. Geleidelijk heb ik jonge kunstenaars geïntroduceerd. De nieuwe directeur moet op basis van zijn of haar artistieke visie aan de slag kunnen. Daarom heb ik na 1 januari niks meer geprogrammeerd.”

In welke opzichten is de galeriewereld veranderd?

„In velerlei opzicht. De band tussen galerie en kunstenaar was strikt; vaak vertegenwoordigde je iemand lang en exclusief. Vooral jonge kunstenaars willen nu de vrijheid om met meer galeries zaken te doen. Dat maakt het lastig om in hen te investeren. Je geeft geen catalogus uit voor de klanten van collega’s.

„Sommige succesvolle kunstenaars zijn na hun vertrek bij Nouvelles Images overigens volledig weggezakt. Die hebben toch het effect onderschat dat wij als galerie teweeg kunnen brengen.”

En de band met verzamelaars?

„Dir is ook sterk veranderd. Honkvaste klanten zijn ongebruikelijk geworden. De moderne kunstkoper shopt op verschillende adressen en verzamelt fragmentarisch. In de diepte verzamelen, dus veel werk van één kunstenaar, dat komt minder voor.

„Het is ook stil geworden in galeries. Gelukkig hebben wij nog altijd zo’n zestig bezoekers per week. Veel minder dan vroeger, maar toch. Het galeriebezoek is afgenomen door de sociale media. Kunstliefhebbers kijken op de site en zeggen dan dat ze een tentoonstelling hebben gezien. Wees als galeriehouder dus selectief met het publiceren van foto’s. Eén overzichtsfoto van een tentoonstelling, oké, maar plaats online nooit the whole hog, de hele bliksemse boel.”

Foto Frank Ruiter

Foto Frank Ruiter

Hoe heeft u deze grote galerie zolang overeind gehouden?

„Door zeven dagen in de week te werken. Die advertentie voor mijn opvolger is behoorlijk veeleisend. Zo’n grote galerie run je niet met een reguliere werkweek. Drie tentoonstellingen per maand impliceert atelierbezoeken op de dagen dat de galerie gesloten is. Op zondagen bezocht ik musea en beurzen, en in de avonduren ging ik bij klanten langs. Nee, op Bali kwam ik veel te weinig.”

Raadt u jonge mensen nog aan om galeriehouder te worden?

„Alleen als ze heel bevlogen zijn. En als ze goed nadenken over het binnenhalen van publiek. Ontvang verzamelaars goed. Ik kom vaak in galeries waar de medewerkers achter de computer blijven zitten. Tegen mijn assistenten zeg ik: laat al het werk uit je handen vallen als er iemand binnenkomt. Bezoekers zien dingen die ze niet kennen, ze moeten wegwijs worden gemaakt. Er zijn al vrienden die vragen: hoe moet dat straks als je er niet meer bent?”

Wat antwoordt u dan?

„Hopelijk is er straks een opvolger die je weer bij de hand neemt en leert kijken.”

Misschien wel de meest succesvolle galerie in hedendaagse kunst, Grimm in Amsterdam, opent binnenkort een tweede vestiging in een chic grachtenpand.

„Ik hoop voor ze dat het lukt. Een extra pand betekent een enorme investering en je kunt als galeriehouder maar op één plek tegelijk zijn. Zo’n kostbare galerie is sterk afhankelijk van een paar grote verzamelaars. Als er eentje afhaakt, of als je het even niet goed doet, dan ben je weg. Het is een ander soort van kunsthandel dan waar ik me altijd mee heb willen bezighouden. Als ik rijk had willen worden, had ik mijn energie wel in het bankwezen gestopt.”

Is er een succesvol bankier aan u verloren gegaan?

Lachend: „Ik heb de naam heel zakelijk te zijn. Ik maak graag duidelijke afspraken met kunstenaars. Maar als galeriehouder steeds de hotte dingen binnenhalen en dan cashen, dat is niet mijn manier van programmeren. Ik heb altijd liever in jonge kunstenaars geïnvesteerd.”

U heeft onlangs het Fonds Erik Bos opgericht.

„Dat is mijn nalatenschap: een fonds waarmee het Haags Gemeentemuseum na mijn dood zeker tien jaar fotografie kan aankopen en fotocatalogi kan publiceren. Waarom? Den Haag is de stad waarin ik leef en het museum heb ik altijd een warm hart toegedragen.”

Hoe hoopt u herinnerd te worden?

Er volgt een stilte. „Ton Berends heeft Nouvelles Images bijna dertig jaar geleid. Twee jaar nadat ik de galerie van hem overnam, werd me al vaak gevraagd: ‘Wie was de vorige eigenaar?’ Ik hoop dat mensen straks zullen zeggen dat ik niet ben vastgeroest en steeds met interessante kunstenaars op de proppen kwam. En ik hoop dat mijn nieuwe boek wat los zal maken. LOSKIJKEN gaat het heten – dat is de manier van kunstkijken die ik voorsta: los van al de bagage van de kunstenaar.”

Wanneer verschijnt dat boek?

„Snel. Ik verheug me op de presentatie. Ik ben bezig met het slothoofdstuk. Een lastige tekst. Over de tijdelijkheid en de eeuwigheid van kunst. En over het leven en de dood. Het wordt een zeer persoonlijke tekst.”