Onderwijs

Hoeveel mag de leerling mee-onderwijzen?

Onderwijsblog: In ‘Het leren voorbij’ keert pedagoog Gert Biesta zich tegen het leren als product dat wordt verhandeld en afgerekend. Maar hoe belangrijk is kennisoverdracht dan?

Max Liebermann (1879)

Democratisch onderwijs voor een menselijke toekomst, is dat geen open deur? Maar onderwijsfilosoof Gert Biesta bedoelt er in de ondertitel van zijn boek Het leren voorbij iets specifieks mee. De hoogleraar educatie aan Brunel universiteit in Londen en aan de universiteit van humanistiek in Utrecht keert zich tegen ‘de taal van het leren’. Die doet alsof je de kennis met een trechter in het hoofd van een leerling kunt gieten. In plaats daarvan bepleit hij een grotere rol voor wat in het Engels wordt samengevat met het woord education, opvoeding en onderwijs.

Deze tegenstelling tussen het oude en het nieuwe leren, tussen kennis overbrengen en de leerling zoveel mogelijk zelf te laten zoeken, vormt het hart van de heftige discussie over wat leerlingen eigenlijk moeten doen op school. De ene vleugel legt de nadruk op zelfontplooiing en creativiteit, de ander wil zo efficiënt mogelijk kennis overbrengen en toetsen. Die discussie barst weer los bij de volgende fase van Ons Onderwijs 2032, het plan voor een nieuw curriculum.

Biesta maakt onderdeel uit van de herleving van de pedagogiek in Nederland. Dat is geen zuivere wetenschap maar raakt aan de filosofie: norm en onderzoek tegelijk. Duitsland en Frankrijk hebben daar een rijke traditie in. Hij ziet drie elementen in het onderwijs: kwalificatie, socialisering en subjectivering. Uiteraard gaat het onderwijs om meer dan kennis of kwalificatie. Anders zouden leerlingen er veel minder tijd hoeven doorbrengen. In dit boek gaat hij dieper in op die subjectivering, op ruimte laten voor het anders zijn van leerlingen. Het boek is een samenvatting van zijn internationaal wijdverbreide en geprezen Engelstalige Beyond Learning dat al in 2006 verscheen.

Hij keert zich tegen de instrumentele visie op ,,leren’’. Internationale organisaties, de EU, de Oeso, geloven daar wel in, met al hun vergelijkende toetsen en onderzoek naar resultaten. Er is volgens Biesta sprake van een ,,stille explosie’’ van dit soort leren in volwasseneducatie, fitnesscentra, sportclubs, zelfhulpboeken. Er is veel aandacht voor de instrumenten, online-lessen, programma’s voor de tablet of de laptop. Leren is volgens hem een transactie geworden met een producent en een consument die de leraar op het resultaat kan ,,afrekenen’’. De leerling consument heeft een behoefte, die door de leraar met het product onderwijs wordt geleverd. Het boek is populair onder veel onderwijsgevenden die zich keren tegen wat zij zien als de tirannie van de toets in het onderwijs.

Abstract jargon

Met abstract filosofisch jargon, ontleend aan Heidegger, Foucault, Levinas en Hannah Arendt onderbouwt hij het alternatief. Leerlingen moeten in het onderwijs niet alleen lijdend voorwerp voor kennis maar ook ,,subject” kunnen zijn, kunnen handelen, waarbij ze ook rekening houden met anderen. Hij vindt in navolging van Heidegger dat het humanisme de mens tekort doet met een definitie van wat de mens is. Dat moet open zijn, afhankelijk van degene die zich aandient. Iedereen komt als singulier wezen ,,in de wereld’’, aldus Biesta.
Een handleiding voor de praktijk is het boek niet. Biesta weet wel goed wat er niet moet gebeuren. Scholen kunnen ook niet in hun eentje opvoeden. Niet de school maar de samenleving in haar geheel is verantwoordelijk. Met democratisch onderwijs bedoelt hij niet onderwijs in democratie, met een leerlingenparlement en inspraakprocedures. Dat is gericht op een proces met regels. Er zijn wel Kamerleden die democratisering zo opvatten, als middel tegen radicalisering. Maar volgens Biesta gaat het om he bijbrengen van een democratische houding.

Caoutchouc

Filosofie is caoutchouc, soms kneedbaar tot rechtvaardiging van uiteenlopende praktijken. Met het werk van de filosoof Heidegger kun je zowel democratie als het tegendeel verdedigen (hij was zelf twaalf jaar lang overtuigd nazi). Maar ook -zoals zijn leerling Hannah Arendt- antitotalitarisme.

Biesta kiest in zijn tekst, die je soms wel drie keer moet lezen, Arendts richting. Maar hij schrikt terug voor onderwijsbeleid. Begrijpelijk, want de filosofie stelt de vragen en geeft niet altijd de antwoorden. Dit boek moet inspiratie bieden waarmee je vele kanten op kunt. Je kunt het onderwijs vernieuwen maar het ook laten. Sommige scholen zijn op kennisoverdracht gericht, andere niet. Maar het kind onderwijst ook terug. Biesta noemt  dat ,,transcendentaal geweld”.
Hannah Arendt, zoals geciteerd door Biesta, zegt het duidelijk:

,,In de opvoeding beslissen wij ook of we onze kinderen genoeg liefhebben om hen niet uit onze wereld te verbannen en hen aan henzelf over te laten, noch hun de kans te ontnemen om iets nieuws -iets dat niet door ons te voorzien valt- te ondernemen’’.

Daar zullen alle stromingen in het onderwijs mee eens zijn. Zowel de liefhebbers van kennis en het gewraakte ,,leren” als degenen die vinden dat de leerling zichzelf kan ontwikkelen. Elke leraar die zijn vak verstaat, zal dit principe huldigen in de les, ongeacht de methode.

Toch blijf ik met vragen zitten. Biesta vindt niet dat het kind alles kan bepalen in het onderwijs, maar hoeveel wel? Wat is nog een feit als volgens Biesta de ,,rationele orde” achterhaald is omdat die mensen buiten zou sluiten? Is ieders beleving even geldig? Het is een trend in het onderwijs. Maar hebben de voorstanders van vaccinatie en de antiprikkers evenveel gelijk? Over de geciteerde postmoderne filosofen hangt de schaduw van Heidegger. Dat hij geen definitie van humanisme meer wil geven, vind ik gezien zijn verleden weinig geruststellend. Een duidelijke omschrijving van wat de mens is en wat zijn rechten zijn, beperkt maar biedt ook bescherming.
Mag er nog een canon van westerse democratie worden onderwezen of zijn de Ottomaanse en Chinese dynastieën net zo belangrijk? Voor allebei tegelijk is te weinig tijd. Wat te doen?
Dat kunnen we niet aan de onderwijshervormers overlaten.

 

Gert Biesta: Het leren voorbij: democratisch onderwijs voor een menselijke toekomst. Uitgeverij Phronese, 2016.
Aangevuld op 20 december 2016.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.