Opinie

Hebben de Amerikaanse media zitten slapen?

Ook al hebben we een paar werkloze arbeiders geïnterviewd, we namen de Trump-fan nooit serieus, schrijft van The Washington Post.

Aanhangers van Trump vieren dat hij de nieuwe president van de VS wordt. Foto Frederic J. Brown/AFP

Grof gesteld hebben de media het verhaal gemist. Uiteindelijk wilde een groot aantal Amerikaanse kiezers wat anders. En ook al schreeuwden die kiezers dat luidkeels uit, de meeste journalisten hebben gewoon niet geluisterd. Ze hadden het niet in de gaten.

Ze hadden niet door dat de grote, enthousiaste menigten bij de verkiezingsbijeenkomsten van Donald Trump zich echt in zo veel stemmen zouden vertalen. Ze konden niet geloven dat het Amerika dat zij kenden iemand zou omarmen die de spot dreef met een invalide, die opschepte over aanranding van vrouwen en die vrouwenhaat, racisme en antisemitisme spuide. Dat zou te verschrikkelijk zijn. Dus kon het volgens een soort magisch denken ook niet gebeuren.

Journalisten – hogeropgeleid, stedelijk en merendeels progressief – wonen en werken vaker dan ooit tevoren in New York en Washington DC of aan de westkust. En ook al zijn we dan een paar dagen in de grote ‘rode’ staten geweest of hebben we een paar mijnwerkers of werkloze arbeiders uit de auto-industrie in de Rust Belt geïnterviewd, we hebben hen niet serieus genomen. Of niet serieus genoeg.

En Trump – die journalisten ‘tuig’ en ‘corrupt’ noemde – heeft ons zo van zich vervreemd dat we niet konden zien wat er voor onze ogen gebeurde. Wij bleven gewoon op onze favoriete voorspellingssites kijken en voelden ons gerustgesteld, ook al weet iedereen dat peilingen geen verkiezingen zijn. We kunnen immers nooit weten wie er zullen stemmen, vooral als de stemmen meer dan ooit worden onderdrukt.

En ook de meest Clinton-gezinde voorspellers gaven Trump toch een zekere kans op de overwinning.

Maar niemand leek daar ook echt in te geloven. We kregen president Clinton, was de algemene opvatting in de journalistiek, en ze mocht dan haar gebreken hebben, maar we wisten met haar wel waar we aan toe waren. Daar ging een bepaalde troost van uit.

Vergis u niet. Dit is een misser van mythische omvang. En het is al nooit prettig om ongelijk te bekennen, maar de komende weken en maanden – en misschien wel jaren – zal het ons ook nog eens extra worden ingewreven. Het rare is natuurlijk dat Trump dankzij de media zijn kans heeft gekregen.

Hebben de journalisten Trump gemaakt? Natuurlijk niet – een dergelijke macht hebben ze niet. Maar ze hebben hem wel enorm geholpen, met grote hoeveelheden vroege, ongefilterde publiciteit in de maanden voorafgaand aan de Republikeinse voorverkiezingen. Door een belachelijke nadruk te leggen op elke ontwikkeling rond de e-mailpraktijken van Hillary Clinton, inclusief het gewauwel van FBI-directeur James Comey.

Ik ben geen fan van Peter Thiel, de miljardair die mediabedrijf Gawker onderuit heeft gehaald door de rechtszaak van worstelaar Hulk Hogan te bekostigen. Ik vind hem zelfs afschuwelijk. Maar toen hij laatst de National Press Club toesprak, zei hij iets over Donald Trump wat me als heel opmerkzaam trof. „De media nemen Trump altijd letterlijk. Ze nemen hem nooit serieus, maar ze nemen hem wel altijd letterlijk”, zei Thiel.

De journalisten wilden precies weten hoe hij al die immigranten zonder papieren zou uitzetten of hoe Trump de wereld precies van IS zou bevrijden. Wij wilden details.

Maar veel kiezers denken omgekeerd: zij nemen Trump serieus, maar niet letterlijk. Zij beseffen volgens Thiel dat Trump niet echt van plan is om een muur te bouwen. „Wat zij horen is: we gaan een gezonder, verstandiger immigratiebeleid voeren.” Trump heeft heel duidelijk de boosheid begrepen die de Amerikanen voelden over thema’s als handel en immigratie. En veel journalisten en nieuwsorganisaties mogen dan verslag hebben gedaan van de frustratie en onmacht van deze Amerikanen, maar we hebben hen toch niet serieus genoeg genomen.

En wij journalisten mogen onszelf dan soms als cynisch of verbeten proberen af te schilderen, maar we kunnen ook idealistisch en zelfs naïef zijn. We wilden geloven in een land waar fatsoen en beschaving er nog toe deden en waar iemand die zo grof, hatelijk en onbeheerst was nooit zou kunnen worden gekozen – omdat Amerika daar boven stond.

Margaret Sullivan is mediacolumnist van The Washington Post en voormalig ombudsvrouw van The New York Times.