Bij het progressieve techpubliek is het ongeloof nog vers

Bezoekers op de Web Summit in Lissabon. Foto Pedro Nunes/Reuters

Het lijkt of Paddy Cosgrave, de CEO van Web Summit, het nog niet bij naam wil noemen als hij woensdagochtend de tien- tot vijftienduizend in de Centre Stage toespreekt. Hij kondigt slechts een panelgesprek aan over “wat er vannacht gebeurd is”. De naam van de nieuwe president van de Verenigde Staten valt nog niet.

Maar hij wil wel eerst iets met de zaal doen. Hij vraagt of de techniek in de grote hal de lichten wat wil dimmen. En of alle aanwezigen het zaklampje van hun telefoon willen aanzetten. En hij zegt, ietwat pathetisch, maar het is hem vergeven: “No matter the darkness, the day will always come.”

De sfeer op deze driedaagse tech- en mediaconferentie in Lissabon, waar 53.000 mensen op af zijn gekomen, is totaal omgeslagen. De eerste dag, gisteren, was afwachtend en mat, nu is een mix van verslagenheid en strijdlust te voelen, verder naar de uitersten van het emotiespectrum gedrukt door breed gedragen slaaptekort. In vrijwel ieder programma-onderdeel (en bij veel gesprekken tussen bezoekers) komt de afgelopen verkiezingsnacht langs, maar het kanaliseert zich bij uitstek in een panel met de titel ‘US election fallout’, in het schema aangekondigd als een gesprek over wat de nieuwe president voor het tech-landschap kan betekenen.

Duidelijk vooraf opgezet om het luchtig over Hillary Clinton en Silicon Valley te kunnen hebben, erkent gespreksleider David Patrikarakos (van The Daily Beast) meteen. Hij heeft in tegenstelling tot Cosgrave geen enkele moeite de grafstemming zonder omwegen te benoemen: een panel was het plan, zegt hij met sarcasme, maar een rouwdienst is misschien meer op z’n plaats na de verrassende overwinning van Donald Trump. Wat doen ze überhaupt nog op dat podium? “We should stock food and find shelter for the next four years.”

Grootste ramp sinds de oorlog

Over tech gaat het totaal niet, afgezien van een snel doodvallende vraag over of sociale media bijdraagt aan polarisatie. Dat zou ook vreemd zijn - de schrik en het ongeloof is vers bij het welgestelde progressieve publiek, dus het moet even over de kern gaan. De jonge Owen Jones (1984), schrijver en columnist bij The Guardian, opent met een vurige twee minuten: dit is “de grootste ramp voor het Westen sinds de oorlog”, zegt hij tegen de volle zaal. “Een losgeslagen, racistische, misogyne demagoog is nu president van de laatst overgebleven supermacht. En een van de redenen daarvoor is dat hij succes had met de politiek van ‘geef je buren de schuld’. Niet gewetenloze bankiers, belastingontduikers of slecht betalende werkgevers moeten boeten, maar de immigrant, de moslim die naast je woont.”

Ongehoord op een conferentie die kil kan aandoen en waar velen ook tijdens de praatjes gebogen naar hun telefoonscherm zitten: dat mensen joelen en “Yeah!” roepen. Maar nu gebeurt het.

“Voor jullie is Amerika belangrijk; hen maakt het echt niets uit wat jullie vinden.”

Het is, ironisch genoeg, met afstand het beste panel van de Web Summit tot nu toe. Shailene Woodley (activiste en actrice in onder meer The Fault In Our Stars en Snowden) weerspreekt de aanname van Patrikarakos dat dit het feminisme terugwerpt - dat is een beweging, zegt ze, die niet te stoppen is en niet afhankelijk is van of één vrouw nu wel of niet president wordt. Hoogstens is nu de kans op een belangrijk rolmodel voor minstens vier jaar verkeken.

Bradley Tusk, die in 2010 campagnemanager was van New York-burgemeester Mike Bloomberg, verzet zich tegen de paniekmodus, onder meer op de vraag of Trump nu tot in lengte van dagen het beleid kan sturen: “Toen Obama in 2008 verkozen werd, had hij ook de Senaat en het Huis van Afgevaardigden aan z’n kant. Twee jaar later was het alweer anders. De zittende president verliest die meerderheid meestal na twee jaar alweer.” En over het bemodderde imago van Amerika in Europa maken ze zich daar niet druk, zei hij. “Voor jullie is Amerika belangrijk; hen maakt het echt niets uit wat jullie vinden.”

Maar goed, ook Tusk gaf toe dat hij vanochtend al een paar keer bijna in tranen was geweest.