ABN Amro geen baas in eigen huis

Nieuwe topman ABN AMRO

De benoeming van oud-ambtenaar Van Dijkhuizen als opvolger van Zalm toont aan dat ABN Amro nog niet over zijn eigen lot beschikt.

Bestuursvoorzitter van ABN Amro Gerrit Zalm en financieel directeur Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

ABN Amro blijft een speelbal van de politiek en de samenleving. Hoe graag de bank ook zelf zijn toekomst wil bepalen, acht jaar na de nationalisatie en een jaar na de beursgang is dat nog geen optie. De staat stuurt mee.

De hobbelige zoektocht naar een opvolger van Gerrit Zalm toont dat eens te meer aan. Terwijl de raad van commissarissen, die formeel de leiding heeft bij dit soort procedures, zocht naar een kandidaat met bankierservaring, wilde de staat vooral een bestuursvoorzitter met een maatschappelijke antenne. Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) bemoeide zich met de benoeming en keurde ABN Amro’s interne voorkeurskandidaat, bestuurder Chris Vogelzang, af.

De impasse werd na maanden steggelen dinsdag doorbroken met een compromiskandidaat Kees van Dijkhuizen, de huidige financieel directeur van de bank. Weliswaar niet de vernieuwer waar sommigen binnen ABN Amro op hadden gehoopt, maar hij kan wel iets met een bankbalans én heeft voldoende gevoel voor politiek, als voormalig thesaurier-generaal op het ministerie van Financiën. Zijn benoeming is duidelijk een politieke.

Lees ook het profiel van Kees van Dijkhuizen: ABN Amro kiest met Van Dijkhuizen voor compromiskandidaat

Al eerder raakten ABN Amro en de staat in botsing – en won de staat. De 100.000 euro salarisverhoging die de bestuurders vorig jaar kregen, werd onder politieke druk teruggedraaid. Van Dijkhuizen gaat als topman straks overigens 50.000 euro minder verdienen dan zijn voorganger, Gerrit Zalm, bevestigt een woordvoerder van de bank desgevraagd. Ook dat kan Dijsselbloem bijschrijven op zijn conto als het gaat om het inperken van hoge beloningen in de financiële sector.

Er zijn nog andere kwesties waarover ABN Amro op dit moment geen baas in eigen huis is. De Scandinavische bank Nordea wil ABN Amro wel overnemen, meldde NRC vorige maand, maar Dijsselbloem wil dat niet. De top van ABN Amro heeft daar, anders dan in een ‘normaal’ beursgenoteerd bedrijf, niets over te zeggen.

Ook zal Van Dijkhuizen waarschijnlijk niet zo rigoureus in de kosten kunnen snijden als beleggers graag zouden zien. ABN Amro maakt relatief hoge kosten; dat drukt de winst. Maar Dijsselbloem heeft volgens een ingewijde ook voor Van Dijkhuizen gekozen omdat hij „geen tweede Hamers” zou willen. Hamers, topman van ING, kondigde onlangs de zoveelste reorganisatie aan, waarbij duizenden banen verdwijnen. Dat leidde tot verontwaardiging bij vakbonden en politici. ING werd tijdens de crisis met staatssteun overeind gehouden en nu verliezen duizenden werknemers hun baan om aandeelhouders te plezieren.

Binnen de bank hopen sommigen dat de situatie verandert na de verkiezingen van maart. Een minister van Financiën van een andere partij heeft er misschien minder moeite mee als de bank haar eigen, commerciële weg gaat. Maar politieke invloed zal er ook dan nog zijn. En het duurt naar verwachting nog jaren voor de staat zijn belang van 77 procent volledig heeft afgebouwd.

De kans is groot dat ABN Amro, in elk geval voor beleggers, voorlopig blijft wat het is: een saai aandeel met een stabiel en aantrekkelijk dividend. Desondanks zijn sommigen kritisch: zonder grote veranderingen, zonder internationale groei, krijgt ABN Amro het moeilijk, denkt Paul Koster, directeur van beleggersclub VEB. Hij vraagt zich of stilstand geen achteruitgang is. De „cruciale vraag” is volgens hem „of deze benoeming wel het beste is gelet op de snel veranderde markt”.