Zeker 64 burgerslachtoffers tijdens verschillende luchtaanvallen VS

Volgens het Amerikaanse leger zijn in Irak en Syrië sinds november vorig jaar 64 burgerslachtoffers gevallen bij luchtaanvallen tegen IS.

Een man loopt langs de restanten van een gebouw na een luchtaanval in Syrië. Foto: Bassam Khabieh / Reuters

Bij luchtaanvallen van de Verenigde Staten tegen Islamitische Staat (IS) in Irak en Syrië zijn tussen november 2015 en september 2016 64 burgerslachtoffers gevallen en acht mensen gewond geraakt. Dit gebeurde tijdens 24 luchtaanvallen. Dat meldt Reuters woensdag op basis van een verklaring van het Amerikaanse leger.

Volgens het Pentagon komt hiermee het totale aantal burgerslachtoffers in Syrië en Irak sinds 2014 op 119. Ook raakten er sindsdien 37 mensen gewond.

Zo kwamen vijf burgers om het leven bij het stadje Dayr Az Zawr in Syrië toen ze een gebied inkwamen nadat de aanval al was ingezet, aldus het Pentagon. Op 5 maart kwamen tien burgers in Mosul, Irak, om het leven nadat het leger een aanval uitvoerde op een ‘wapenfabriek’. Een woordvoerder van het leger John Thomas zei in de verklaring:

“Het beperken van het aantal burgerslachtoffers is een belangrijk onderdeel van het offensief tegen IS en we hebben lessen geleerd waarmee we de kans op toekomstige burgerslachtoffers in de toekomst proberen te beperken.”

Tegenstrijdige cijfers

De verklaring van het Amerikaanse leger is opvallend. Amnesty International berekende vorige maand nog dat er ongeveer driehonderd burgers in de afgelopen twee jaar zijn omgekomen bij Amerikaanse bombardementen. Volgens een andere woordvoerder van het Amerikaanse leger, Josh Jacques, is het aantal in de verklaring bijna compleet. Het leger doet nog onderzoek naar een aanval halverwege juli vlakbij Manbij in Syrië waarbij tientallen burgers om het leven zouden zijn gekomen.