Zó veel goede voetballers, en ze zijn zo dichtbij

Nederland – België

Terwijl het Nederlandse voetbal kwakkelt, schieten vlak over de grens met België de topvoetballers uit de klei. Beleid of toeval? „Essentieel is hoe je je carrière opbouwt.”

Jerry Lampen/ANP

In het Olympisch Stadion op het Kiel, een wijk ten zuiden van Antwerpen, ontvangt Beerschot-Wilrijk op een druilerige zaterdagavond afgelopen weekend Seraing in de competitiewedstrijd op het vierde Belgische niveau. Ruim 6.000 toeschouwers zien hoe de spelers het veld oplopen, vergezeld door opgewonden jeugdspelertjes.

De kans dat tussen deze knaapjes de nieuwe Jan Vertonghen of Moussa Dembélé loopt, is minder groot dan dik tien jaar geleden. Toen was de Antwerpse jeugdopleiding - gelegen op nog geen 25 kilometer van de Nederlandse grens - een goudmijn voor het Belgisch voetbal. De paarswitte club vormde de wieg van topspelers Toby Alderweireld (27), Dembélé (30), Vertonghen (29), Thomas Vermaelen (30) en Radja Nainggolan (28).

Henk Mariman zag ze allemaal als tiener spelen en later uitgroeien tot dragende krachten van het Belgisch nationaal elftal. „We stonden bekend als het Belgische Ajax”, zegt de toenmalige jeugdcoördinator van Beerschot. Hij bedoelt dat vrij letterlijk: Beerschot was van 1999 tot 2004 satellietclub van Ajax. „Zodra de omkadering van de Ajax-samenwerking wegviel, werd het een stuk minder”, zegt Mariman. „Het is geen toeval dat al die talenten in de periode van de vijfjarige samenwerking boven kwamen drijven.”

Wat nou als de zuidelijke grens dertig kilometer lager zou liggen…

Gouden generaties komen en gaan, een combinatie van toeval en een beetje beleid. Tien jaar geleden waren de uitzendrechten voor de interlands in België aan de straatstenen niet te slijten. Anno 2016 is het missen van de halve finale op een EK, afgelopen zomer, al reden voor ontslag van de bondscoach. Het kan verkeren. Dat alles terwijl Nederland zich niet eens plaatste voor het EK. „Ik geloof echter niet in het wonderverhaal van België en evenmin niet in de ondergang van het Nederlandse voetbal”, zegt Mariman. „Die perceptie is wat doorgeslagen.”

De verdeling van voetbaltalent over de Lage Landen zou een volstrekt evenwichtige aangelegenheid moeten zijn. Door het lot bepaald, geografische willekeur. Talent is overal en overal evenveel, schrijft Rasmus Ankersen in zijn boek The Gold Mine Effect waarin hij zes landen onderzocht die excelleren in bepaalde sporten, zoals de Jamaicaanse sprintploeg en Braziliaanse voetballers. Aanleg bepaalt niet wie een ster wordt, hoogstens wie er sowieso geen wordt.

Talent dient zich aan, daaraan moet je schuren en schaven

De verdeling van talent over tijd en ruimte houdt voetbalbonden en beleidsmakers in het voetbal bezig, momenteel met name de Nederlandse KNVB. „Ik hoop dat op het juiste moment twee mensen met elkaar naar bed gaan en dat daar talent uit voortvloeit”, zei bondscoach Danny Blind zaterdag in De Volkskrant over de aanwas van topspelers die in Nederland stokte achter de generatie Wesley Sneijder, Robin van Persie, Arjen Robben. „Niet alles is te beredeneren, wil ik maar zeggen. Talent dient zich aan, daaraan moet je schuren en schaven.”

Onder de half miljoen jeugdspelers in Nederland zouden de nieuwe Sneijder en de nieuwe Robben moeten zitten. Volgens de Canadese onderzoeker Francoys Gagné is één op de 10.000 voetballertjes buitengewoon begaafd en één op de honderdduizend een extreem talent van het kaliber Sneijder, Robben dan wel Kevin De Bruyne of Eden Hazard. Dat vlak over de grens de topvoetballers ‘ineens’ uit de Belgische bodem getrokken worden, geeft Nederland stof tot nadenken. Waarom brengt Nederland dit nu niet voort?

Het had weinig gescheeld of de duurste Belg aller tijden De Bruyne (25) uit Drongen was een Nederlander geweest, op nog geen 23 kilometer van de Nederlandse grens geboren. Wereldkeeper Thibaut Courtois van Chelsea? Tien kilometer van Nederland geboren, in Bree. Zo komen liefst elf Rode Duivels die tot de Europese (sub)top behoren van minder dan 30 kilometer van de grens met Nederland.

Een half miljard

Relevant is dat allemaal niet - ze zijn Belg en daarmee uit - maar de gedachte prikkelt: zo dichtbij, zoveel moois. Extra pijnlijk is dat zoveel Belgische jongens het vak deels in de eredivisie leerden en toen doorgroeiden naar de top. Woensdagavond in de Amsterdam Arena staan Nederland en België voor het eerst sinds augustus 2012 tegenover elkaar, en Oranje is de underdog. De Rode Duivels zijn volgens de site Transfermarkt.de een half miljard waard, Oranje nog niet de helft.

Maar Jelle Goes, technisch manager bij de KNVB en hoofdauteur van het beleidsplan ‘Winnaars van Morgen’, schat de potentie in Nederland nog altijd minstens zo hoog in als in België. „Jong Oranje heeft dan het EK niet gehaald, maar de lichting in die leeftijd barst van het talent. Bazoer, Depay, Riedewald, Tete, Vincent Janssen, Jorrit Hendrix, El Ghazi, Ramselaar, Kongolo. Daarachter Bergwijn, Van de Beek, Nouri. Maar goed, dat noemen wij dan top, maar het is nog geen top. Want ze spelen niet wekelijks op hoog niveau. Dus is de vraag: maken ze nu de goede keuzes?”

Goes maakt zich vooral zorgen over de keuzes die Nederlandse spelers maken in de leeftijd 18 tot 21. „Talenten kunnen zich alleen ontwikkelen als er steeds meer van ze verwacht wordt. Waar je speelt is belangrijk, maar dát je speelt is het allerbelangrijkst. Als je kijkt hoe die Belgen hun carrière hebben opgebouwd, die hebben keuzes gemaakt waarbij de kans steeds groot was dat ze wekelijks konden spelen. Dat is essentiëler dan dat je ineens de stap naar een topclub maakt.”

Het lag voor de huidige Rode Duivels, en die van de Beerschot-lichting in het bijzonder, niet voor de hand om lang in de Belgische competitie te spelen. Te klein, te laag niveau. Nainggolan vertrok naar Italië en klom op via Piacenza en Cagliari tot – nu AS Roma, Dembéle bewandelde via Willem II, AZ en Fulham de weg van de geleidelijkheid. Vermaelen en Vertonghen rijpten bij RKC en Ajax, waar ook Alderweireld doorbrak. „We zagen wel dat er talent was. Pas jaren nadien werd het echt duidelijk dat het toppers zouden worden”, zegt toenmalig jeugdcoördinator Mariman.

363 interlands

De Antwerpse agglomeratie (half miljoen inwoners) leverde verschillende topspelers die samen 363 interlands achter hun naam hebben en nu verspreid over heel Europa bij topteams spelen. Dat terwijl er van profvoetbal in Antwerpen weinig over is. Echt talent vindt zijn weg wel, blijkt.

Waar uit de strook van dertig kilometer ten zuiden van Nederland een elftal van Belgische internationals topspeler te formeren is, is in de strook dertig kilometer ten noorden van de grens alleen huidig Nederlandse international Virgil van Dijk (Breda) geboren. Dat is weinig in een gebied met steden als Middelburg, Breda, Tilburg, Eindhoven, Weert, Roermond, Sittard, Geleen, Maastricht.

Voetbaldichtheid

Jelle Goes beaamt dat onevenredig veel spelers uit het westen van Nederland komen, meer nog zelfs dan je op basis van bevolkingsdichtheid mag verwachten. „Talent kan zich alleen ontwikkelen als er steeds meer van ze verwacht wordt. Voetbaldichtheid en concurrentie maken de Randstad erg dominant.”

Iets soortgelijks geldt volgens Mariman voor Antwerpen, veruit de grootste stad in Vlaanderen. „Ik heb voor Club Brugge gewerkt in het westen van Vlaanderen, waar het veel dunner bevolkt is, vergelijkbaar met Groningen. In West-Vlaanderen zijn ze een stuk volgzamer. De diversiteit is minder, je hebt minder verschillende types bij elkaar. Dat had invloed op de creativiteit. In Antwerpen waren spelertjes meestal meer uitgesproken, gaan gemakkelijker tegen de coach in.”

De opmars van de Belgen blijft een fascinerend gegeven. „Ik denk dat in het verhaal ook toeval en geluk een rol spelen”, zegt Mariman. „Een aantal initiatieven van clubs in de jeugd heeft hiertoe zeker bijgedragen. Dan denk ik aan Beerschot, maar ook aan Anderlecht, Genk, Standard Luik die ons jeugdvoetbal naar een hoger niveau hebben weten te tillen. Het is niet zo dat het Belgische voetbal plots een hele omwenteling heeft gemaakt.”